Die openbare ruimte,
die van iedereen
die ruimte met die bankjes
en die bomen met
een hekje eromheen,
wordt niet genoemd
in de nota ruimte,
die van iedereen
die nota ruimte met die letters
en die woorden met
een zinnetje eromheen.…
In de stad loop ik op steen
En water loopt langs de randen
Naar gaten naar onder
In steen naar plassen en meren
Het water en de plek het land
Ontmoeten elkaar zelden
Want de stad de stad
Het land het land
Dat wat hier had moeten plaatsvinden
Vindt elders plaats…
er eten dwergen uit mijn hoofd
wat ik niet bergen kon
wat de dag niet kon verdragen
wat de mensen liever zagen
maar de nacht die is van hun
zachtjes in mijn hoofd geslopen
zingen zij hun maal voorbij
tot mijn ogen open…
Het was die ochtend
dat het bos naar binnen kwam
door gesloten deuren
en jij dronk thee
bij het eerste licht
na mijn droom
die zich langzaam
in taal transformerend
over dieren leek te gaan.
Ik ga koffie zetten zei ik
aan dieren denkend
niet aan vlees maar aan vacht
niet aan bloed maar aan zacht
hoor ik de merel
zoals iedere ochtend…