De zuchten aan de ziel ontschoten,
De dankbede aan de borst ontstroomd,
En Gode vlammend opgeschoten,
Als gij zijn gunst en goedheid droomt,
Staan in ’t onfaalbaar boek van ’t leven,
Ginds, onuitwisbaar, opgeschreven.
Door Hem, voor wie geen tijd verloopt:
Gij zult ze als zielsherinneringen,
Eens wedervinden, eens die zingen,
Aan Hem, in wie…
Nauw purperde ’t Oosten met rijzende gloed,
Reeds snelde,
Te velde,
Met wakkere moed,
Een jager,
De plager
Der hazen na d’oegst –
Een jager zo woest.
O jagerke, spoed wat uw gangen:
Ras is er een haaske gevangen!
Er liepen drie honden vooraf zo gezwind
Vol leven,
En dreven
Als ’t pluimpje op de wind;
Zij stoven
En snoven,
Het muiltje…