Achter en boven het ego is een ander ego, een ander ik, dat in de eeuwigheid leeft, buiten tijd en ruimte, waarvan de onsterfelijkheid, als die eenmaal ontdekt is, niet in twijfel getrokken kan worden.…
De doelstelling ervan is het ego op te lossen in wat Rimbaud 'de universele geest' noemt, een entiteit die tamelijk nauwkeurig schijnt overeen te stemmen met het 'kollectieve onderbewuste' van Jung.…
Het zou gemakkelijk en troostend zijn te denken dat Rimbaud werkelijk door God was verhoord en uit zijn moeras der wanhoop getild tot in de zuivere lucht van zijn aangeboren onschuld en van omgang met God naar Wie hij zo tevergeefs had gehongerd. Helaas is zijn gevoel van een volledige vrijdom van zonde ('je n'ai point fait le mal' etc.) zo karakteristiek…