Wie weet mij eindelijk, welke dodentolk,
Te doen bedaren in gezworen haat.
Ik volg de vaderen om vroeg en laat
Mijn land te zien. Ik leef tegen een volk
dat zebrapaden aanlegt over wonden,
Dat boven onze botten steen op steen
Bewoont, dat leven wil voor zich alleen.
Leeft dan in angst. Ons bloed wordt niet geronnen.
Op hoeveel scherven vlees…
Maak van mijn moeder een sneeuwende tuin om te
planten.
Witte jasmijn en de theeroos wordt wit.
Voller geluid komt vanuit binnenkanten,
Zoals de vrucht in de pit.
Maak van mijn moeder twee kameleons zonder ogen:
Groen gokte hij en hij streelde haar buik,
Die zij dieprood naar hem toe had gebogen,
Waarna iets mooiers ontluikt.
Maak van mijn…
Je moet onthouden
Dat oude meisjes soms een bel
Onder hun losgekomen vel
Opblazen. Alsof wereldbollen
Onder mijn handen doorrolden
Kwamen hun gladde lijven langs.
Der gladheid egels vol van angst.
Je moet onthouden
Hoe stiekem een nijlpaard stond
Te huilen aan de Vlaamse Kaai.
Zijn hoedje was hem afgewaaid.
Zijn bek lag heel lang op de…