Het eerste dode dier dat
ik vond als kind
was een verkreukelde vlinder -
onder een steen.
Een pakje liet ik altijd ongeopend
tot mijn moeder na dagen van
waanzin het papier eraf griste en
me het cadeau toesmeet.
Ik heb lief en sla dood
met dezelfde warme ziel -
op mijn rug staan vele
ongeldige namen -
gezegd en weggeschreven door…
Ik stuurde de veerboot
die van dood naar leven gaat
heen en weer – zolang de klok het einde slaat.
Ik vaar altijd bij schemering
wanneer we lijken op elkaar –
je wilt onder mijn kap kijken naar mijn donderend licht.
Drink het water maar
van vergetelheid –
met de tijd doe ook jij je ogen dicht.
En als je ze sluit tel ik de buit
die…
De slaap komt, het lichaam leeg.
Was ik gordijn, dan ging ik dicht
zoals de steen altijd, dan hing ik
als gewicht aan klok tik tak, dan
steeg het bed in een mum van pijl
mijn gaap in. Binnen gaat de bedstee
open, mijn gedachte spelt het lichtruim -
een hooiberg richt zich naar de vinder:
Past de glazen schoen je voet? Kan ik
zeggen dat je…