Zo trekt het spoor achter ons aan,
sluw sluipend, machinaal katachtig.
Zo is de tijd een druppel, een bevel.
Zend een woord, een steeg van
ontsnapping, een steen om mee
te gooien naar trots en verlangen.
In de lucht staat raaf, ze wiekt haar
vleugels van rafelig blauw zeildoek.
De omringende bergen echoën het
dierlijk piepen van metalen…
Drie dagen lang loopt het spoor, doorgaan.
Laat handen van vermoeide reizigers even
wuiven naar vergeelde plaatjes, doorgaan.
Treinrails komen samen, glimmen fel oranje.
Slingeren, wenden, wisselen, geen terugkeren.
Passagiers groepen drommen, verspreken zich
in volle talen, lezen allen de krant van Babel.
Stations worden open monden van…