Ze had zich nu van hem teruggetrokken in haar schoonheid, in haar treurigheid. Hij zou haar met rust laten en hij liep haar zonder een woord voorbij, hoewel het hem kwetste dat ze zo ver weg leek; hij kon haar niet bereiken, hij kon niets doen om haar te helpen.…
Het maakte hem treurig dat ze zo streng keek, zo onbereikbaar was en hij voelde toen hij haar passeerde dat hij haar niet kon beschermen; eenmaal bij de heg aangekomen was hij diepbedroefd. Hij kon niets doen om haar te helpen.…