Net als
bij die onnatuurlijke stilte
steun ik
op het leenwoord,
gewend aan lokale verdoving als
ik ben.
Ik vul. Net als.
Mijn plaats. Maar waar?
Op het strand
laat ik mij deze eenmalige zomer
niet zien,
zelfs anoniem niet,
gewend als ik ben.
Het onweer blijft uit.
Maar waar? Net als.
Was ik maar weer
plaatselijk verdoofd!…
En struikelde
zonder armslag behalve de vrije, terwijl toch
in de ochtenddauw melkchloor me de adem kortte:
haalde adem languit. Spreid en sluit en opgelucht
herboren, beentje gelicht door boom of steen.
Wat maalde ik erom dat ik even bleef zitten
met de handen geheven, dat passanten
uit hoofde van de legende een scheve blik lieten vallen…
Men herhaalde op verjaardagen dat mijn moeder van mij werd verlost
op een handkar, tiendaags na de Bevrijding. Men stierf van de honger,
een feest als nooit tevoren;
daarom ben ik geworden een kijker in gedachten
die liever vrijheid verhandelt dan vrijt,
eerder een boek pakt dan een schouder,
het woord meer bemint dan de chaos
der zinnen.
Ik…