De zaaier ging uit om te zaaien
en hij zaaide woorden
woorden, die wortel schoten
geworteld in kwade aarde
om daar kwaad bloed te zetten
onkruidsverdelgers hielpen niet
de zware zwarte leugens
bleven welig tieren
en kwamen met kommer en kwel ,
kwaadaardigheid kwam met pijn
die nooit is weggegaan..…
Het standbeeld stond
gemarmerd leeg
met stalen trekken
genageld
aan de grond
voorzien van sokkel
geheel gekleurd
door grauwe vlekken
te kijken met een blik
van wazig steen
niet naar mij
maar door me heen…
de deur piept het uit
knarsend ontsluit het
de veiligheid binnen
tot buitenheid
beneden kraakt iets
zijn dreigend beginnen
kasten doorwoelt hij
doorzoekend in het niets
rammelend en graaiend
indringend door
diepe duisternis omgeven
slijpend sluipende voetstappen
komen uit de kamer
tenentrippelend trapwaards
handen gaan tastend
langs…
Ik voel jouw piepklein handje
je streelt dan zacht mijn wang
zachter als een briesje wind
als ik weer naar jou verlang
je bent voorgoed verdwenen
een grafje heb ik niet
geen plek om zacht te wenen
nog steeds doet dat verdriet
Jouw liefde blijft aanwezig
jouw broer gaf ik je naam
zo ben je nooit afwezig
en blijft je naam bestaan…
Nog even dan zou de boreling
zoals elk leven ooit aanving
zijn eerste kreetjes geven
een kind bij de poort van het leven
nog slechts een laatste beving
en het kind kwam al ter wereld
waar direct al zijn oordeel werd geveld
verslagenheid waarmee men hem ontving
Zwijgend werd het kindje weggehaald
een nader onderzoek bepaalt
de diagnose:…