rond drijven
racen door de bochten
golven spatterend
tegen de zeilen van de wind
roei wind
roei de wateren
voorbij de golven
o wind
voorbij mijn moeder…
als ik je gezicht vertaal
met mijn vingers van rozenwater
strijkend langs de sneden van je jaren
voel ik je hart
warm als het mijne
smelten we samen
als een mens met twee stukjes
jij en ik
voor altijd…
levend
door het leven
losgelaten
van de warmte
bevroren
aan het ijs
slepend
langs alle bochten
van de zielen
zonder warmte
later...
geleefd
langs de bochten
van de zielen
bevroren aan het ijs
maar losgekust
door de warmte
van een ziel
de warmte
van elk ZEI-ZOEN…
het leven
hangend aan een draadje
nog een sprong
en de rand is verdwenen
maar je danst
zweeft
als een engel
vlak langs de wereld van het goede
en je danst
al wachtend
op het knappen van het draadje
op de sprong zonder rand…
liefde
als ijs
bevroren
hard geworden
onsmeltbaar
liefde
als een stilstaand hart
dood
zonder een teken van leven
koud geworden
liefde
zonder betekenis
liefde
zonder een spatje van warmte…
op het randje
duizelig van de diepte
dicht bij de waarheid
maar de diepte
is toch te ver weg
op het randje
van de verandering
dichtbij
van nu
maar toch zo ver weg
ik wacht
op de gele kleuring van mijn hart
op het gouden randje van mijn leven…
kind geweest
volwassen geworden
van de huid bevrijd
sta
stevig op je benen
loop
met wiegende heupen
je hoofd
met kin (strak) naar voren
een meisje
de vrouw
verlost van de onvolwassenheid
de huid afgegooid…