Stiekem droom ik van je
Stiekem zoen ik met je
Noem je naam honderd keer per dag
Niemand weet het, niemand snapt het
Ben ik een keer gelukkig
Mag ik het met niemand delen
Zelfs niet met jou…
Je stond daar en je brak
ik zag je breken
Kon twee woorden zeggen
en je zou kapot zijn
Als ik ooit zou vallen
kun jij me niet vangen
zonder zelf stuk te gaan
En wanneer jij valt
zou je in duizend stukjes
kapot slaan op paarse stenen
Modern vrij en ongewapend glas
kan niet op tegen zwaar bewapend ruw beton
Ergens heeft je onschuld…
Het laatste beetje liefde
Drijft als een schip in mijn ogen
Jouw woorden en daden, verwoestende golven
Lieten het leeg en verlaten achter, elke keer
Jaren later toen alles was verborgen onder het leven
kwamen schatzoekende duikers
ik zei ze dat er niets meer was
Zodat niet ook zij verdronken in jouw woede…