de straten gaan verloren
bedekken zich in kleurig goud
laten tijd in herfst verkleuren
zoveel moois en toch
vertrouwd
ik staar naar buiten
kijk in jeugd en ideaal
kijk naar morgens die nog komen
die er zijn
in waar ik sta
alles voelt naar nieuw verlangen
ademloos verstopt geluk
in een tel
ontsnapt gevangen
nieuwe kleuren gaan nooit…
en als de tijd daar is gekomen
dat er niets meer voor ons rest
dat zelfs stilte is vervlogen
als een bel die levens lest
die kleuren draaiend
ver
vervagend
in zichzelf vrede kent
en de zin van wat we waren
als een droom op jouw ziel ent
sluit dan mij nog in je ogen
en neem ons in je wezen mee
omdat er niets meer
meer kan wezen…
ga maar slapen
doe je ogen even dicht
laat de wereld zachtjes rusten
zet je zorgen uit het zicht
proef de vrijheid van niet wezen
als je in je dromen zakt
om een andere kant te lezen
waar de zon je ziel weer pakt
waar de wind je mee laat rijden
op de vleugels van je geest
ver verwijderd van het lijden
zo ver
van al wat is geweest…
de nacht valt in de stilte
oude vormen tonen vreemd
in zichzelf onherkenbaar
als de tijd
het donker weent
snelle stappen dragen haastheid
dragen ver van mij vandaan
en ik kijk in het verleden
waar de tijd zich
laat vergaan
oorlog, honger
onmacht in gevoelsgeweld
het is de zwaarte van niet kunnen
wat mijn hart
het willen meldt
klokken…
en
de grond
verliest
verkiest
de morgen
dag
na
dag
wolken
schrijden
haasten
mijden
vastheid
die
niet
is
de grond
verliest
en kent
slechts
waarde
in
de
droom
die
ons
beziet
en
laat
voor
wie
we
zijn…
ik zit
de zon schijnt
over velden
zover achter
mijn gezicht
ik keer
in luwte achterover
gedachten stromen
uit het licht
van gouden kleuren
zie ik sporen
ver weerkaatsend
in een dal
ingeperkt
door de flarden
van een jeugdig
ideaal
beelden
stemmen
in mijn denken
door het weelderig
gegroei
hoor ik ruisen…