jij gaat straks weg,
voor een tijdje...
ik kan je moeilijk laten gaan
schat 't spijt me
maar ik moet je maar vrolijk uitzwaaien
naar huis gaan -
misschien maar eens 't gras maaien
en m'n zorgen laten staan
de knuffel en het vaarwel
je komt vast terug...
schat je moet wel
want zonder jou kan ik niet leven,
je moeder wacht daar…
Zo kil, koud en alleen,
kan ik me voelen de laatste tijd.
De herfst kruipt in me,
de duistere luchten, de koude wind.
Ik weet het niet meer, wie ik ben.
Alles loopt door elkaar,
door elkaar gewaaid, bevroren.
Waar was ik gebleven.
Soms ontdooi ik weer
en ontdek ik een karakter,
dat soms grappig is en lief.
Maar waarom nu zo kil, koud…