Al was ik de weg weer kwijt,
toch ben ik gespaard gebleven;
en was ik in mijn eenzaamheid
met uw engelengeduld omgeven.
Gij hebt in mijn donkerste dagen
mij steeds in het licht gedragen.…
De stille stoet allang voorbij,
een stukje aarde is weggegeven.
Triest blijft het getreurgetij
op stenen zuilen neergeschreven.
Kruisen op het koude kerkhof,
chrysanthemen op de graszoden
mensen denken nu aan de doden
aan pijn, lijden, as en stof
Een akker als tranenaarde
van tijd en dood ontdaan,
maar de eeuwigheidswaarde
blijft hier…
Gij die mijn verzen kent
en onbevangen
los van elk verlangen
mijn woordenschat verwend.
Dronken van letters
lonken letterzetters,
en zoeken naar de zinnen
in mijn hart daarbinnen.
Delg mij uit uw dagboek
veeg mijn verzen weg,
in de verste vergeethoek
waar ik mijn letters leg.…