als onkruid sta ik
tussen de rozen
overal word ik weggerukt
en vervloekt
verdergroeien word mij hier
niet gegunt
wachten zal ik op diegene
die de ware schoonheid
van mijn smetteloze gele kelk inziet…
de muur tussen mijn gevoel en verstand
blijft statig overeind
en wordt slechts met met splinters
tegelijk afgebroken
als de slag zal vallen komt misschien
het antwoord uit…
als de letters vallen de woorden uiteenspatten
komen de zinnen op in mijn hoofd
dan komen de rijen met eindeloze gedachten
die alleen ik echt kan bevatten
om op papier weer hopeloos ineen te zakken
tot een hoopje zwarte inkt…
Ik blijf
Lachen
achter het gordijn
Tegen het glas
van binnen
huil ik
Niemand die het ziet
van buiten
stralen
De somberheid
is er altijd
het gordijn opendoen
ik lach huilend
om jou…
ik zie je niet meer
alleen nog op de foto's
ik hoor je niet meer
alleen nog in mijn hoofd
ik ruik je niet meer
alleen nog in de dekens
eigenlijk ben jij er nog
blijf bij me, voor altijd.…
De nacht is donker
En hangt zwaar
In mijn hoofd
De sterren zijn
Lichtpuntjes
In de grootste
Duisternis
Kleine stipjes
Die niet groter
Worden en
Zullen verdwijnen
Met de zon
Dan is mijn hoofd
Weer vol
Met alledaagse zorgen
en verdwijn jij
voor even
naar achter
in mijn gedachten…
je benen kunnen me niet meer dragen,
ik probeer je overeind te houden
jou kan ik niet tillen
je geest wil sneller en de rij bijhouden
maar je lichaam kan niet meer.
sloffend in het leven
je ogen staan dof de mijne worden nat
ik kan je niet redden, niet van dit
niet van de ouderdom…
Het licht weerspiegeld blauw
Breekbaar en dun als alles
Vervuld met het leven
Daarop bloeide ik voort
Als nu het rood weg is
Zal ik als bron verdampen.…
Mijn vingers snel
Over de toetsen
Je bewonderende
Ogen in m’n rug
Stil luisterend naar
Je tweede moeder zij die
Alles kan dat dacht je
En het spijt me dat
Ik jou niet redden kon…