Inloggen

biografie: Ad Kop


Ad Kop

adkop@online.nl

Geboren in 1951 te Breda. In Leiden sinds 1968.

Hier blijven ‘hangen’ tot op de dag van vandaag.

Op de middelbare school de liefde voor de Nederlandse taal ontdekt.

Heeft dit te danken aan zijn leraar Nederlands, mijnheer de Graaf.

(Al lang geleden overleden.)

Ad schrijft gedichten. Beeld en tekst horen bij elkaar, vindt Ad.

Wat jij vindt, vindt Ad minder belangrijk.

De gedichten zijn er gewoon. Ze komen op het papier uit het niets.

Vaak binnen vijf minuten.

De eerste bundel proza (1998) is door een vriend ter publicatie “in beslag genomen” en nooit meer teruggezien. Door niemand. Het zal wel ergens toe geleid hebben. Waarschijnlijk tot niets. Ad heeft geen vrienden. Nooit gehad ook. Ad is een einzelgänger. Niet eenzaam, nooit geweest ook.

Ad schrijft korte verhalen. Verhalen “van alle dag”. Ad verzint niets. Alles wat Ad schrijft is pure realiteit. Geen regie over de eigen roman. Gewoon het leven zoals het is. Helaas.

Ad schrijft de column, onder de naam Siem, voor de Puch en Tomos Club Nederland (www.ptcn.net) Ad rijdt op een Puch MV50 uit 1969 door Leiden.

Ad is intussen wel klaar met de wereld om hem heen. Werkt nog steeds, na eenenveertig jaar. Tandenknarsend! Dát wel.

Probeert zich buiten het werk her en der nog een beetje van nut te laten zijn. Soms lukt dat, soms ook niet.

Niemand maakt er zich druk om? Als Ad zich Adjuh noemt neemt hij de wereld en jou op de hak. Ad wordt steeds vaker Adjuh (Adjuh1951).

Maar jij merkt het niet. Of wel?


Inzendingen van deze schrijver

5 resultaten.

DON QUICHOT IS TERUG.

beschouwing
3,3 met 9 stemmen 505
Ik kan niet beoordelen of het verstandig is of oerdom wat ik doe. Het is mij overkomen, net zoals jouw wellicht ook van alles overkomt. Mijn hele leven heb ik netjes tussen de voorgeschreven krijtlijntjes gelopen. Maar die voorzichtige zekerheid ben ik kwijtgeraakt.
Ik ben voor een jonge Roemeense vrouw gaan zorgen. Zij is ziek en heeft de intensieve zorg van een specialist in het ziekenhuis nodig. Maar als je in dit land niet de Nederlandse nationaliteit hebt en moet bedelen om in je bestaan te kunnen voorzien, berg je dan maar. Geen hond die zich om je bekommert. Inmiddels ben ik, in haar ogen, haar beschermengel geworden en zij is voor mij het liefste meisje van de wereld. Ja, ook dat nog. Dus vecht ik mij dood voor haar. Om alles en tegen alles en iedereen. Tegen beter weten in. Een dwaze idealist, die zich nooit gerealiseerd heeft hoe hard dit land in nog geen vijftien jaar tijd is geworden. Voor haar eigen inwoners en voor haar ongenode gasten.
Als de mensen in de gaten krijgen wat ik aan het uitspoken ben ontstaat er een tweedeling. De ene helft looft mijn bestaan. Roemt mijn inspanning en uithoudingsvermogen. Moedigt mij aan de zorg voor Mariuta te continueren. Gaat een standbeeld voor mij oprichten en vraagt een lintje voor mij aan bij Hare Majesteit. Dit alles onder de voorwaarde dat het hun geen cent mag kosten. Logisch.
De andere helft heeft zich bewapend. Zij willen mij onderuit schoffelen. Zagen de poten onder mijn stoel vandaan. Schroeven mijn kop langzaam maar zeker los. Zij weten precies wat wel en niet mag in Nederland en brengen mij daar middels dikke brieven van op de hoogte. Joost mag weten hoe ze aan mijn banknummer zijn gekomen, maar ik word finaal kaalgeplukt. Met een éénmalige machtiging, dat dan nog wel. Achter mijn rug om gaan zij over mij klagen bij de witte boorden mannen. Vertellen onzin en leugens over mij in de hoop, dat ik mij daartegen moet verdedigen en niet meer toe kom aan mijn hoofdtaak: de zorg voor Mariuta....
Ad Kop26 jul. 2009Lees meer...

DE LEPTOSOOM (uit: te bizar voor woorden.)

beschouwing
4,2 met 6 stemmen 499
Wanneer ik tijd heb probeer ik voor een groep Roemeense vrouwen en kinderen te zorgen. Die zijn in ons land hun geluk komen zoeken. Hoe hebben zij het kunnen bedenken. Wat ons land hen te bieden heeft is nog erger dan armoede en ellende. In het thuisland hadden ze niets, hier hebben ze nog minder dan niets. Geld om terug te gaan naar Roemenië is er al lang niet meer. Het is niet anders. Ze zijn hier, ze blijven hier. We maken er van, wat we er van maken kunnen. Iedere dag is een strijd tegen alles, iedereen en nog wat. Zelfs God reageert al hoofdschuddend op ons.
Zondagavond. Ik ben gesloopt. Ik lig op een matras in het slaaphuis. Als ze me een beetje met rust laten kan ik een uurtje uitrusten en daarna in de auto stappen en naar huis rijden. Er is altijd veel herrie en geschreeuw in het slaaphuis. Hoe minder je daar mee bemoeit, hoe beter dat het er loopt. Ik hoor het niet eens meer. Opeens is het stil in huis. Doodstil. Je kunt een speld horen vallen. ‘Er is iets niet goed. Het is ineens stil in huis’ flitst het door mij heen en ik richt mij een beetje op van het bed.
In de deuropening staat een heel lange dunne man. Lang smal gezicht. Grote neus. Hij is zo uit het leerboek van Kretchmer gestapt waar hij de leptosoom speelt. De man spreekt perfect Roemeens. Dat is gek want hij heeft verder geen kenmerken van een Roemeen. Ik hoor het even aan. Hij is in dienst van de huisjesmelker. Hij brengt, voor de zoveelste keer deze maand, de blijde boodschap dat het huis over één uur leeg moet zijn. Anders komt de politie de woning ontruimen. Weer is de huur niet betaald.
Maar de huur is ook niet op te brengen. De mannen die de woning huren van de huisjesmelker weten, dat ze nooit en te nimmer de huur kunnen opbrengen. Met veel bluf en een klein bedrag aan voorschot krijgen zij de woning toch wel. Twee kamers op de benedenverdieping en één kamertje boven voor 17 mensen voor de prijs van één duizend en vierhonderd euro. Kassa! Nu flikkert de ene Roemeen de andere Roemenen buiten. Te bizar voor woorden. Het moet niet veel gekker worden op deze wereld....
Ad Kop24 jun. 2009Lees meer...

ZEKERHEID

beschouwing
4,5 met 6 stemmen 265
Als er iets is in het leven wat zekerheid biedt, is het de strijd tegen honger, armoede en ellende. Ik zie mij nog lopen naar de kleuterschool met een papieren zak vol capsules die in de vorige eeuw de afsluiting vormden van melkflessen. Driftig verzameld door mijn moeder. ‘Voor de negerkindertjes in Afrika.’, stond er op de ton in de hal van de lagere school. Daar kapte je de zak in leeg. Vijf en vijftig jaar geleden.
Gisteren zat ik in de krant te lezen, dat er ruim één miljard mensen op deze wereld niet te eten hebben. En terwijl ik het lees probeer ik mij voor te stellen hoe je één miljard in cijfers moet opschrijven. Ik weet het niet. Tien, honderd, duizend en zelfs honderdduizend staan scherp afgebeeld in cijfertjes in mijn geest. Maar één miljard? Kennelijk is het getal zo groot, dat mijn geest tekort schiet om er een abstracte voorstelling van te maken. ‘Eén miljard, één miljard, één miljard, één miljard.’, spookt het door mijn hoofd. De honger die er oorspronkelijk bij hoorde is naar de achtergrond verdreven.
Ik weet niet hoe oud jij bent. Ik loop tegen de zestig. Maar één ding weet ik wel. Jij en ik hebben in al die jaren van ons leven geen kans gezien om ook maar iets structureels aan het hongerprobleem in de wereld te veranderen. Met een gegarandeerde zekerheid dat deze hartenkreet over vijftig jaar opnieuw geschreven gaat worden. Door een van onze kleinkinderen....
Ad Kop20 jun. 2009Lees meer...

Knuffelbeest (uit: Te bizar voor woorden.)

verhaal
3,3 met 3 stemmen 461
Corina komt uit Roemenië. Ze is hier met haar man Victor het geluk komen zoeken. Dat haddden ze beter niet kunnen doen. Armoede en ellende is hun dagelijks lot geworden. Ze zijn nog zó jong. Hoe moet dit verder gaan? Zelfs voldoende geld om terug te gaan naar Roemenië is er niet. Op een avond ben ik in het 'slaaphuis'. En dan........

Ze schurkt zich tegen mij aan. Duwt voorzichtig doch kordaat de concurrentie die ook op het bed wil zitten van zich af. Dan zit ze pontificaal naast me. Ik smelt voor haar donkere ogen. Echt. Ze legt haar hoofd op mijn schouder en trekt mijn arm om zich heen.
Ze is zestien jaar oud. Ze heeft inmiddels twee kinderen en een man. Het derde kind is op komst. Daar proberen we een stokje voor te steken. Sinds ik daar met haar over gesproken heb, kan ik niet meer stuk bij haar. Ik ben haar beschermengel. Haar god uit de hemel. Voor het gemak is ze maar even vergeten, dat ik ook niet weet hoe ik aan deze situatie handjes en voetjes moet gaan geven. Niets is meer zeker in het leven. Niet in het hare. Niet in het mijne. We zien het morgen wel weer. Voorlopig geniet ik van haar aanwezigheid. Zó dicht heeft ze nog nooit toenadering gezocht. Het zal mij benieuwen....
Ad Kop17 jun. 2009Lees meer...

Luminita is lief.

hartenkreet
4,3 met 3 stemmen 387
Nog even naar de super voor een boodschap.
De straatkrantverkoopster komt uit Roemenië. Ze staat op haar sokken in de hoek van de ingang van de supermarkt. ‘Waar zijn je schoenen?’, vraag ik in het Roemeens. ‘Gestolen door een collega’, krijg ik als antwoord. ‘Oh, da’s dan balen. Toch?’ Ze knikt bevestigend.
Maar het zit voor het eerst die dag mee. Bij de grutter met de rode tassen zijn de gympen in de aanbieding voor 5 euries. Ik leen een viltstift van een van de caissières en schrijf met grote zwarte blokletters L u m i n i t a op de achterkant van de linker en rechter hak van de schoen. Mooie naam.
‘Niet meer laten jatten, hè, truttebol? Hier….. heb je nog een banaan. We maken er jouw dag van, vandaag. Heb je veel verdiend?’...
Ad Kop13 jun. 2009Lees meer...