Inloggen

biografie: Marius Vanthomme


Inzendingen van deze schrijver

2 resultaten.

HONDENLEVEN

verhaal
2,9 met 7 stemmen 184
Daar ligt hij. Zogezegd onverschillig. Maar als ik beweeg, luikt hij een oog. Het registreert alles. Het denkt: ‘Misschien neemt hij me mee op stap.’ ‘Misschien valt er een knabbelkoekje uit de kast.’ Hij denkt dat ik niet zie dat hij kijkt. Kijk: hij kijkt weer weg. Nee, hij wil zich niet opdringen. Intussen zijn z’n gedachten al zo rood als de vitrine bij de slager. Zie, ik betrap hem op een visioen: hij komt binnen bij de slager, de deur stond aan, de bel marcheerde niet, geen kat, geen klant te zien. De rest laat ik aan zijn verbeelding over. Ik eet liever vis. Voor een aai of een koekje gaat deze onnozelaar op z’n rug liggen. Dat terwijl de vraag klinkt: ‘En wat doen de meisjes in Parijs?’ Het kon net zo goed Berlijn zijn. Of: anijs, pladijs, glad ijs. Soms gaat hij vanzelf op zijn rug liggen. Daar tuin ik niet in. Soms gaat hij als tochthond op de deurmat liggen. Dat heeft meer zin. Je bent een hond of je bent geen hond. Je leidt een hondenleven. Hij wordt kwaad als iedereen te lang afwezig blijft. Dan haalt hij baldadig een schoen of sok van boven. Die deponeert hij dan ostentatief ergens beneden. Als hij echt baalt, plast hij ergens in een verboden zone. Even zijn handtekening op ons strafblad zetten. Daarna gaat de lafaard nederig in een verdomhoekje van het huis liggen. Hij aapt ons na door boterhammen te eten die hij tussen zijn voorpoten vasthoudt. Humor betekent bij hem dol gehuppel en gedoe met een onnozel namaakbeen. Maar hij kan niet lachen. Tv, films en boeken zeggen hem niks. Hij snapt geen reet van muziek. Maar hij leeft wel mee als iemand in huis ziek is. De manier waarop hij zich dan bij de getroffene neervlijt: ‘Hei, even doorbijten, ik ben er ook nog, ik begrijp het.’ Die hond, ik gun hem zijn bloedrood visioen. Meer kan ik niet doen. Hij weet niet eens wat de meisjes in Parijs doen....

EEN KRAAI IN CADZAND

verhaal
4,2 met 6 stemmen 226
Er stond een harde krokuswind boven op de wandeldijk in Cadzand. Op het strand zelf bevonden zich bij dat grijze weer slechts enkele mensen: twee vissers, een stel vers-verliefden en een dapper gezondheidsgezinnetje. Op het hoge wandelpad viel omzeggens niemand te bespeuren. Heel af en toe passeerde iemand: de haren steil achterovergeharkt tegen de strakke wind in wadend, of vooruitgestuwd door rugwind gekke passen nemend.
Alleen boven strandrestaurant De Piraat kringelde wat rook, onmiddellijk weer neergeslagen en weggeblazen door de wind. De andere strandpaviljoenen waren gesloten. Sprokkelmaand op het strand van Cadzand: vierkante kilometers eenzaamheid gegarandeerd. Zielenzalf!
Echter!
Vanuit westelijke richting (rugwind) naderden een vrouw en een kind. Vanuit oostelijke richting (tegenwind) naderde een man. Verscholen in het struikgewas keek een kraai toe op het onvermijdelijke. De vrouw en het kind konden heel erg bang worden voor de immer groter wordende gedaante. De man kon ongestoord zijn duistere gang gaan, onttrokken aan het zicht door het struikgewas, beschermd door afstand en het barre weer. De kraalogen van de kraai volgden de drie personages uit dat vreselijke verhaal. Nog twintig meter scheidden de vrouw en het kind (een meisje, merkte de kraai nu) en de man van de fatale ontmoeting. De kraai hield zich roerloos. Hij voelde perfect aan wat er zou gebeuren. De grijswaarde van de lucht kreeg een Golgotha-dimensie. Er zou zich een gruwzaam voldongen feit voordoen boven op de wandeldijk in Cadzand, en de hele wereld (mensen, meeuwen) zou het eerst uitschreeuwen en zou vervolgens in diepe rouw gedompeld worden....