De heer Bartels had al verscheidene huwelijksadvertenties gelezen: Vlotte jongeman, baan in het bedrijfsleven enzovoort. Daar hoorde hij niet tussen, dat wist hij, maar wat dan?
Eeuwig alleen blijven?
Hij kon zich daar niets bij voorstellen. Om eerlijk te zijn: van een huwelijk ook niet; welke vrouw zou hem willen hebben, hij, de kleine, kortbenige…
Een routinegebaar:
binnen zeventien jaar
heeft ze zeventien telgen gekregen.
Dat ze weduwe is,
voelt ze als een gemis,
want de huismanhulp blijft achterwege.
Op een huw'lijksbureau
zegt de vrouw: 'Ik hoop zó,
dat ik snel een trouwlustige vent zie.'
De bediende daar zegt:
'Ik voel zélf voor de echt'
en omzeilt zo een trouwadvertentie.…
Sindsdien weet Margaretha dat ze met een complete krankzinnige is getrouwd en wenst ze dat ze zijn huwelijksadvertentie nooit had gelezen. Maar aan de andere kant vertoeft ze nu wel in de hogere kringen en staat er een lange reis naar Indië gepland.…