Het was een late wintermiddag.
Erik, het zesjarige zoontje van de boswachter, dwaalde alleen in het bos rond. Telkens schoot hij met zijn vingers een breed, rood elastiek weg.
"Oh, daarnet trof ik een paaltje. Maar nu schiet ik nog verder... Klets! Tegen een boomstronk aan. Tjonge, eens mikken op die ree, daar in de verte. Jammer, dat dier springt…
het hart is de magneet
die hersens samenbindt
en zenuwstelsel staaft
beenderen van staal
harde kern van het lijf
in het betonnen omhulsel
de harde huls schraagt
gevoelens flitsen heen en weer
gedachten ordenen niet meer
slechts langzaam komt
de spirit van de wil
vrij uit hardend beton
vormt stevige ideeen
over de zin van lijf…