Gehaast werd ik binnen gebracht op de brancard, liggend aan een beademingsapparaat. Ik probeerde mijn ogen te openen, ik knipperde. Ik keek in een fel licht dat draaide. Ik zag wazig, wat vermengd was met pijn, bijna ondraaglijke pijn, alsof ik op een spijkerbed lag. Ik hoorde vage, gespannen geluiden van mensen. Waar was ik? Hoe kwam ik hier terecht…
Door de waarheid ingehaald
Vertrekt ze naar het land der dromen
Waar visioenen binnenkomen
En haar dwaallicht vredig straalt
Voorbij de aardse woestenij
Raakt ze lucide sterren
Ziet de kosmos opensperren
Schouwt planeten van nabij
Maakt het gewillig brein
Haar eigen creaties
Restrictieloze impressies
Die werken als karmozijn…