dezelfde naam
zinderende klank koppelt
trommelvlies aan memorie
je ogen spreken boekdelen
titelen de verwoording af
stralen interesse uit geven
licht voor hem die kijken wil
je oren je handen je tong
met smaakpapillen elektrisch
geladen constant vibrerend
eigen tijdloze invoelbaarheid
het beeld is abrupt stopgezet
verstard tot dodenmasker…
hunker naar het zijn in aardes lagen
En velen zullen- weet ik- met mij sterven
Wat was de lente fris, de zomer drukkend
Velen van ons zijn daardoor vroeg bezweken
De wolken hielden zware donderpreken
Het loof, met twijg en al, van bomen rukkend
Zelfs na mijn dood ben ik voor ’t oog een lust
De mensen zullen niet lang om mij treuren
Mijn dodenmasker…
De Koning had de stad, die zijn stempel nog altijd draagt, zozeer lief en in het Paleis Raadhuis dat we later betreden, zijn ontwerp volgens de Engelse landschapsstijl getuigen nog altijd een fraai kleurig glas-in-lood-raam, schilderijen, een buste en een dodenmasker van zijn leven.....…
Bij je begrafenis op Père Lachaise waren je vriend Alain Ronay, die je nog levende gelaat op je laatste dag als een dodenmasker omschreef, de filmregisseuze Agnes Varda, je secretaresse Robin Wertle en natuurlijk je levenspartner Pamela, die drie jaar later als een heroïneverslaafde prostituée en kluizenares door een overdosis heroïne eveneens op zevenentwintigjarige…