Hij speelde een snel opklimmend octaaf van do naar hoge do, dat prompt werd nagebootst door de karekiet. Verrast keek hij op. Nu floot de karekiet een wijsje. Jonas probeerde het op zijn beurt na te bootsen. Alsof de karekiet niet tevreden was, floot hij nog eens hetzelfde toontje. Na enkele keren proberen had Jonas het wijsje vast. Hij grinnikte.…
een kano is maar dun
een lelieblad streelt zo je kont
als je in het veld gaat varen
met de libel als wegwijzer
'stil zitten hoor, laat de karper dutten’
glijden we langs het riet
o, karekiet karekiet
wat zou het stil zonder jouw lied
dan slechts het geklater
links en rechts van de
peddels in het water…
hoort men in juli
vele krassen
op een plaatje
zonder stoppen
in het riet
men beluistert
eerste rang
het gezang
van levende karekiet
daarentegen in april
dan een ander plaatje
hoger toerental
zonder twijfel
de gewone rietzanger
de karekiet
wacht langer
voor de nestel
in de vlecht
uit vers riet
in januari
blijf zoeken
desnoods…
bijna onzichtbaar
in het riet
hoor ik
een late karekiet
hier wacht het hooi
in stilte op de ruiven
een koekoek in de iep
roept onophoudend
de dag sluit
van zelf zijn oog
de maan schuift
in de nacht zonder betoog
er sluipt wat mist
tussen de bomen
bij valavond
vind ik een nest vol dromen.…
in de vrij met regen en de karekiet
hoorde jij in Nieuwkoopsch riet
eerst Piet de pruimekopparkiet
toen Arie de krijtwitte kanariepiet
ik zei leuk schat geniet
maar ook zo heet ik niet…
Een zudde wordt gemaakt door riet
daar woont van alles in,
van karekiet tot waterspin
en ook de gors die van het mos
haar woning heeft gebouwd.
En weet je wie j’ er ook vaak ziet?
dat ben ikzef, je mist me niet
want met een kluitje in mijn hand
zomp ik wat af in ’t drassig land.…
De bioloog en muzikaal begaafde romancier Maarten ’t Hart schreef over karekieten 'met hun menselijke stemmen' en over rietzangers 'die schel en doordringend fluiten'.…