Het dorp verlaten, de vuurtoren voorbij,
onder het fietsen kruipt het water langszij,
wind heb ik tegen, strijdvaardig bij vlagen,
nog rode daken in regen vervagen
Tegen de schemer sla ik zomaar rechtsaf,
voor het bereiken van 't Drenkelingengraf,
het Pad van Twintig, van duizenden schelpen,
die, licht gebroken, mijn peinzingen stelpen…
Langzaam vatten mijn hersens het verschrikkelijke (of prettige) idee. Ik heb 2 vrienden netto. Twee vrienden ook nog eens, waarvan de 1 ver weg woont, en 1 die ik maar eens in de week zie, en soms dat niet eens.
Ik haat de jongens uit mijn klas heus niet. Maar ik mag ze ook niet.
Er zijn 3 verschillende groepjes bij ons. Je hebt de grote groep,…