Nergens wind. Toch hield een man een vrouw
stevig beet, een vrouw een kind. De beentjes
bewogen zelf. Daarboven aan touw een ballon
als een vis. Daarboven de zon, laaiend.
Het kind hield de vis niet meer. Keek hoe hij
steeg, zwaaide hem na. Wat is er? Wat is er?
De man liet de vrouw los, holde de lucht in,
haalde die helemaal leeg.
-----…
Als een dambord met kleurige vlakken van goudgele en dieppaarse krokussen strekt het plein zich uit onder de nog kale bomen waarin kolonies babbelende kraaien zich amuseren.....
De straten glanzen antracietgrijs in de regen.
Een winkel is nog laat open en werpt haar lichtschijnsel over de straat. Enkele klanten lopen in en uit.
Het Burgemeester van…