voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

Lees autobiografieën van mensen, voeg zelf een autobiografie toe

Laatst geselecteerde autobiografie (nr. 965):

Vrijdag 3 april 2015

Het was vrijdagavond 3 april 2015 : “Don’t let me be misunderstood, don’t let me be misunderstood” klonk er in de huiskamer van Bjarne die het disconummer via een download wist te bemachtigen, jaren nadat hij zijn exemplaar op vinyl aan een klasgenoot had uitgeleend en nooit meer terugkreeg.

Na de intense liefdesnachten met Arthur, die weer verdween zoals hij gekomen was, was Bjarne als een woesteling in een stedelijke jungle achtergebleven, onderweg naar nergens met aanleg voor de totale waanzin. Arthur was weg, en met hem leek ook elk spoortje van vaste grond onder zijn voeten te zijn verdwenen. Bjarne keek naar zijn reflectie in het raam, waarachter de straatlantaarns van de stad als wazige, gele vlekken in de motregen stonden. Hij zag eruit als de jungle waarin hij verdwaald was: wild haar, holle ogen, en een ademhaling die veel te hoog zat.

Zonder erbij na te denken griste hij zijn jas van de stoel en stapte de gang op. De trappen omlaag voelden als een afdaling in een peilloze diepte, maar stilstaan was geen optie meer. Stilstand betekende nadenken, en nadenken betekende gek worden.

Buiten sloeg de koude aprilwind in zijn gezicht. De stad sliep niet; ze ademde een onverschillige, mechanische energie uit. Auto's raasden over het natte asfalt met het geluid van scheurend papier. Bjarne begon te lopen, sneller en grover dan normaal, zijn schouders opgetrokken tegen de rest van de wereld. Hij wist niet of hij Arthur zocht, of dat hij juist probeerde de herinnering aan die lome, zweterige nachten uit zijn lijf te lopen. Het enige wat hij wist, was dat de tekst door zijn hoofd bleef spoken, als een mantra tegen de eenzaamheid: Don’t let me be misunderstood.

O Arthur, denk niet dat ik je ooit zal vergeten, de stemmen in zijn hoofd werden dwingender.

De stroboscoop van de straatverlichting sneed zijn schaduw in scherven op het natte asfalt. De stad was een ronkend roofdier geworden, een mechanisch woud van beton en neon waarin de echo van Arthurs adem nog tussen de gevels hing. Bjarne liep niet, hij dreef op de restanten van een storm die hem vanbinnen leeg had achtergelaten.

Elke regendruppel die zijn gezicht raakte, voelde als een koude miniatuurwereld, gevuld met de vloeibare herinnering aan de nachten waarin hun lichamen nog geen grenzen kenden. Arthur was geen man geweest; hij was een getijde, een kortstondige overstroming die alles had meegesleurd en Bjarne had achtergelaten op de drooggevallen bedding van de werkelijkheid. De waanzin klopte zachtjes aan de achterkant van zijn ogen, een teder monster dat fluisterde dat verdwalen de enige manier was om ooit nog gevonden te worden.
Hij bleef staan op de rand van de brug, waar het zwarte grachtenwater de lichten van de stad vervormde tot vloeibaar goud.
Het eerste licht van de zaterdagmorgen waste de kleur uit de neonreclames en liet de stad achter in een asgrijs vacuüm. De koorts van de nacht was geweken, maar de waanzin was gebleven, nu gekrompen tot een ijzige, heldere kern achter zijn ribben.
Bjarne stond nog altijd op de brug, zijn vingers vastgevroren aan de ijzeren leuning. De mist steeg op uit het water als de adem van een slapend wezen. De wereld ontwaakte met het mechanische gekraak van rollende koffers en de eerste, schorre kreten van meeuwen boven de gracht. Het was de ochtend na de zondeval; de droom was voorbij, maar de realiteit weigerde terug te keren naar haar oude plooi.
Thuis wachtte de stilte. De stereo-installatie zou daar nog staan, het disconummer inmiddels verstomd, de kamer gevuld met de muffe geur van ongewassen lakens en de spookachtige afwezigheid van de man die hem had ontwricht. De versterker, die glanzende altaar van zwart kunststof en chroom, zweeg nu in het bleke ochtendlicht. Zijn volumeknop stond nog altijd halverwege opengedraaid naar de koorts van gisteravond, en het rode stand-by-lampje brandde in het halfduister als het waakzame oog van een mechanische bewaker. Het was diezelfde stereo die de kamer had gevuld toen Arthur er nog was.

Arthur had geen sporen achtergelaten—geen vergeten aansteker, geen haren op het kussen—alsof hij een hallucinatie was geweest, geboren uit Bjarnes eigen diepe, hongerige eenzaamheid.

Bjarne keek naar zijn handen. Ze trilden niet meer. De jungle had hem niet opgeslokt, maar getemd met een deken van kou. Hij liet de ijzeren leuning van de brug los. De nagalm van de plotseling afgebroken symfonie hing nog in de lucht toen hij zijn eerste stap terug zette, richting de straat die naar zijn appartement leidde. Hij wist dat hij de trap weer op moest, de spiegel tegemoet. Maar de man die gisteravond de deur achter zich dichttrok, bestond niet meer. Er was alleen nog deze wandelaar, gestrand in het niemandsland tussen april en de eeuwigheid.

Schrijver: Bjarne Gosse, 5 november 2026


Geplaatst in de categorie: bedankt

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 1

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: