voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

Lees autobiografieën van mensen, voeg zelf een autobiografie toe

Laatst geselecteerde autobiografie (nr. 959):

Zaterdag 21 maart 2015

Zaterdag 21 maart 2015 markeerde voor Bjarne Gosse een moment van diepe reflectie over de rol van poëzie in zijn leven. Zijn passie vond zijn oorsprong in de natuur, waarna hij de overstap maakte naar de geschreven wereld van literaire auteurs.

De herinneringen aan Emma P. werkten als een herhaaldelijk openscheurende wond, maar boden tegelijkertijd de ruwe brandstof voor zijn scherpste zinnen. Zij was de belichaming van de literaire beau monde: een vrouw die leefde voor literaire salons, netwerkborrels aan de grachtengordel en de uiterlijke schijn van het schrijverschap.

Waar Bjarne zocht naar de rauwe, ongepolijste essentie van het bestaan, zocht Emma naar applaus, recensies en de juiste connecties. Hun breuk was dan ook onvermijdelijk; zij verweet hem zijn "vrijwillige opsluiting" en gebrek aan ambitie, terwijl hij haar zucht naar uiterlijk vertoon steeds verstikkender vond.

Dit besef sloeg in met de ijskoude realiteit dat Emma inmiddels al vijf jaar dood was. Haar fysieke afwezigheid in de literaire salons was al een half decennium een voldongen feit, maar in Bjarnes geest bleef haar schaduw onverminderd hardnekkig doorregeren.

De ruzies over ambitie, de glitter van de grachtengordel en haar hunkering naar applaus waren bevroren in de tijd. Haar vroege dood had de scherpe randen van hun breuk destijds abrupt veranderd in een complex schuldgevoel. Het verstikkende uiterlijk vertoon waar hij destijds zo op foeterde, voelde nu, vijf jaar later, eerder als de tragische overlevingsdrang van een vrouw die doodsbang was om vergeten te worden.

Haar stilte was nu definitief, en dat maakte zijn eigen gekozen isolatie in de Oosterparkbuurt paradoxaal. Hij had de eenzaamheid gezocht om de ruis te ontsnappen, maar nu Emma er echt niet meer was, confronteerde diezelfde stilte hem met de absolute leegte van zijn gelijk.

De Oosterparkbuurt lag er die avond stil bij, gehuld in een dunne mist die de lantaarns aan de overkant van de straat in een zachte, wazige gloed zette. Bjarne staarde door het raam van zijn bovenwoning, zijn vingers rustend op de koude vensterbank. De stilte in de kamer was niet langer de rustgevende cocon waar hij destijds zo naar had verlangd; het was een spiegel geworden die hem genadeloos aankeek.

Hij liep naar zijn schrijftafel, waar een vergeelde krantenknipsel van een oude literatuurpagina lag. Een foto van Emma, lachend met een glas champagne in haar hand, omringd door gezichten waarvan de namen hem al lang waren ontschoten. Destijds zag hij in die blik alleen de oppervlakkige zucht naar bewondering. Nu, met de afstand van vijf jaar stilte, zag hij de lichte spanning in haar kaaklijn, de lichte aarzeling in haar ogen. Ze hield zich vast aan het applaus alsof het een reddingsboei was.

Bjarne pakte zijn pen op. De inkt vloeide over het papier, niet langer gedreven door de bittere verwijten van weleer, maar door een zachtere, melancholische stroom. Hij begon te schrijven over de salons aan de grachtengordel, maar ditmaal schilderde hij ze niet af als poppenkasten van ijdelheid. Hij beschreef ze als glazen paleizen, prachtig maar breekbaar, waarin mensen zoals Emma probeerden hun eigen sterfelijkheid te bezweren.

Terwijl de nacht vorderde, voelde hij hoe de hardnekkige schaduw in zijn geest langzaam veranderde. Emma hoefde niet langer zijn vijand of zijn muze te zijn; ze mocht simpelweg een mens zijn dat er niet meer was. Zijn vrijwillige opsluiting voelde opeens niet meer als een vonnis, maar als de plek waar hij eindelijk de rust vond om haar echt te herdenken.

Bjarne liet zijn blik rusten op de regel die hij zojuist had opgeschreven. De naam die plotseling in zijn gedachten opwelde, was niet die van Emma, maar van iemand die destijds aan de rand van hun luidruchtige universum had gestaan.

Anita Dalstraat.

Hij herinnerde zich haar scherpe, bijna profetische pen. Terwijl Emma de schijnwerpers zocht, trok Anita zich destijds al terug in de luwte, observerend hoe de stad levens verslond. Bjarne schoof de krantenknipsels opzij en zocht in de rommelige lade van zijn schrijftafel tot zijn vingers op een vergeeld literair tijdschrift stuitten. Zijn ogen gleden over een tekst die ze destijds had gepubliceerd:

"...Het heldere zonlicht van toen komt nooit meer terug; het verleden is definitief weg. Wees dus als een waardige burger van een verloren rijk: sta in de schaduw, luister naar het zachte, onbeantwoorde lied..."

Het was alsof zij vijf jaar geleden al had geweten hoe zijn isolement in de Oosterparkbuurt eruit zou zien. De melancholie in haar woorden resoneerde zo hard met zijn eigen avond dat hij de drang voelde om te weten wat er van haar was geworden. Bestond zij nog in de stad, of was zij ook een schim geworden in de Amsterdamse mist?

Geciteerde: Bjarne Gosse, 15 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: bedankt

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 8

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: