Zondag 16 november 2014 : De overgang van de spirituele extase naar de rauwe realiteit van de zondagochtend voltrok zich met de traagheid van dikke stroop. Toen Thomas zijn ogen opende, sloeg het felle herfstlicht dat door de gordijnen sneed direct als een hamer in zijn schedel. De melancholische openheid van de vorige avond was verdwenen; wat overbleef was een gortdroge mond en een diepe, lome desoriëntatie.
Was het werkelijk zo geweest dat hij zijn traditionele manlijke ego had laten strelen door een androgyne liefdesengel? En had hij zich overgeven aan de aanstekelijke glimlach van deze stekende bij? Een vreemd gevoel maakte zich meester van zijn ziel, die nog altijd niet aan slijtage onderhevig was. Zijn man lag naast hem.
Bjarne lag al wakker. Hij steunde op zijn elleboog en observeerde Thomas met een mengeling van tederheid en lichte bezorgdheid. De geur van moerasspirea was grotendeels opgetrokken.
Thomas probeerde overeind te komen, maar zijn spieren — de spieren waar hij zich gisteravond niet langer achter wilde verschuilen — voelden aan alsof ze van lood waren. Zijn pupillen, zo ontdekte Bjarne toen hij dichterbij kwam, waren nog steeds onnatuurlijk groot, als zwarte poelen waarin het kaarslicht van gisteravond definitief was verdronken.
"Hoe voel je je?" vroeg Bjarne zacht, terwijl hij een hand op Thomas’ bezwete voorhoofd legde.
"Alsof Egon Schiele me vannacht zelf heeft getekend," antwoordde Thomas met een krakende stem. Hij taste naar het glas water op het nachtkastje en dronk het in één teug leeg. "Met diezelfde hoekige, harde lijnen. Mijn hele lijf staat strak."
Bjarne knikte langzaam. Hij wist dat Emma Petronella in haar schriften had gewaarschuwd voor de grens tussen transformatie en vergiftiging. De wolf was getemd, maar de dosering balanceerde op de rand van de afgrond. Thomas was niet langer de jagende wolf, maar hij was ook nog niet helemaal terug in zijn eigen menselijke gedaante.
Thomas keek naar de ingelijste ansichtkaart aan de muur. In het kille daglicht zag de schets er minder spiritueel en juist angstaanjagender uit dan een paar uur geleden. Hij keek naar zijn eigen handen, die licht trilden.
"Wat zat er in die soep, Bjarne?" vroeg hij, zonder boosheid, maar met een hernieuwd, diep ontzag voor de intellectuele man die naast hem lag.
Thomas wist dat de tijd om Bjarne te verlaten nu was gekomen. In Oostenrijk had Suzanne een bed en ontbijt gelegenheid ingericht en hij was niet alleen welkom als gast. Zou hij langer bij de intellectuele Bjarne blijven, dan zou hij zijn manlijkheid totaal verliezen. Dan kon hij zijn jachtinstinct aan de wilgen hangen.
De afscheidskus moest bijzonder zijn, met tinten honing en een vage hint van kaneel. Misschien wat specerijen voor dit wrange afscheid.
Geplaatst in de categorie: ex-liefde

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!