voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

Laatst toegevoegde autobiografie (nr. 934):

Zondag 14 december 2014: Natuurlijk was de groentesoep van Astrid niet zomaar te vergelijken met de magische soep die Emma Petronella in vroegere jaren met veel liefde liet koken op het fornuis. Maar het was niet verkeerd geweest als Bjarne, Jasper had uitgenodigd voor een avondje soep eten bij de televisie.
Het kwam er eenvoudig niet van en Bjarne at de soep met evenveel genoegen alleen op.

De stilte in de kamer werd alleen onderbroken door het zachte gezoem van het televisiescherm, dat flikkerende schaduwen op de muur wierp. Bjarne keek naar de lege stoel tegenover zich en dacht aan Jasper. Soms was de afstand tussen twee mensen groter dan de fysieke meters die hun huizen scheidden; het was de drempel van de telefoon oppakken, de angst om te storen, of simpelweg de traagheid van de routine.

Hij nam nog een lepel van de warme soep. Astrid had haar best gedaan, dat proefde hij wel, maar de diepe, gelaagde smaak van Emma Petronella’s creaties ontbrak. Die soep had vroeger geklonken als een belofte, dampend van herinneringen aan winters die strenger leken dan nu. Bjarne zette de lege kom op de salontafel, leunde achterover en liet de beelden op de televisie aan zich voorbijtrekken zonder echt te registreren wat hij zag. De zondagavond liep langzaam ten einde, en met het doven van de lichten in de straat zonk ook de gemiste kans met Jasper weg in de nacht.

Het alleen zijn begon iets glorieus te krijgen, nu Bjarne niet meer afhankelijk was van de liefde.
Hij was destijds niet uit liefde verwekt, hij was niet uit liefde geboren en hij zou niet uit liefde doodgaan, zoveel was wel duidelijk geworden sinds het vertrek van Thomas, die nooit meer iets van zich had laten horen.

De afwezigheid van Thomas was in het begin een gapend gat geweest, een constante tochtstroom in de gang, maar inmiddels was het getransformeerd tot een solide meubelstuk waar Bjarne simpelweg omheen liep. Dit was de man die overbleef als de ruis van andermans verwachtingen wegviel. Geen liefde betekende immers ook: geen valse hoop, geen plotselinge emotionele ravijnen. Bjarne droogde zijn handen af aan de theedoek, liep terug naar de woonkamer en genoot van de serene, onverstoorde stilte van de zondagavond.

Hij wilde een tekening maken naar aanleiding van een droom die hij had over Gerard Vroeg.
Gerard Vroeg had al die jaren een schimmige plek in zijn herinneringen ingenomen, maar vannacht was hij angstaanjagend scherp verschenen. Bjarne pakte zijn schetsboek van het dressoir en zocht een schone pagina op. Hij zocht naar het juiste houtskoolpotlood in het tinnen blikje en liet zich op de vloer bij de salontafel zakken. De eerste lijnen die hij zette waren hard en dwingend; ze vormden de contouren van het gezicht dat hem in zijn slaap had achtervolgd.
In de droom stond Gerard Vroeg bij een bevroren waterkant, gehuld in een veel te grote mantel die wapperde in een wind die Bjarne zelf niet kon voelen. Wat de droom zo beklemmend maakte, was niet de ijzige omgeving, maar het voorwerp dat Gerard in zijn uitgestrekte hand hield. Bjarne begon met snelle, nerveuze vegen de achtergrond schaduw te geven, alsof hij de sfeer van de droom wilde vangen voordat de zondagnacht hem definitief zou dwingen te gaan slapen. Terwijl het zwarte stof aan zijn vingers bleef plakken, vroeg hij zich af waarom juist nú, na al die tijd van stilte, het beeld van Gerard Vroeg weer naar de oppervlakte was gekomen.
Gerard was in de jaren tachtig en negentig een baken van kleur geweest in een anders zo grijze wereld. Bjarne herinnerde zich de avonden in de schemerige kleedkamers van de nachtclubs, waar Gerard Vroeg met een mengeling van theaterbloed en pure overlevingsdrang transformeerde in zijn alter ego. Met vaste hand bracht Bjarne nu de zware schaduwen rond de ogen op het papier aan—niet de schaduwen van verdriet, maar de dramatische, gitzwarte lijnen van de theatrale make-up die Gerard destijds droeg.
In de droom was die transformatie echter onvolledig geweest. Gerard stond daar aan die bevroren waterkant met zijn pruik half afgezet, de zware valse wimpers contrasterend met de diepe rimpels van zijn ouder wordende, vermoeide gezicht. In zijn uitgestrekte hand hield hij geen glamoureus attribuut, maar een versleten lippenstift, alsof hij Bjarne uitdaagde om de kleur terug te brengen in een leven dat na het vertrek van Thomas zo monochroom was geworden. Bjarne veegde met zijn duim over het houtskool om de harde contouren te verzachten; het contrast tussen de rauwe werkelijkheid van Gerards mannelijke gelaatstrekken en de restanten van de uiterlijke schijn was precies de essentie die hij op het papier wilde vangen.

Geciteerde: Bjarne Gosse, 8 augustus 2026


Geplaatst in de categorie: vriendschap

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 17

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: