Zondag 21 december 2014: De kortste dag van het jaar droeg een lichte vorst met zich mee, zo’n kou die de lucht kraakhelder trekt en de adem in witte flarden voor het gezicht laat hangen. Jasper keek door het beslagen raam van het café naar buiten, waar de straatlantaarns al vroeg hun amberkleurige gloed over de kasseien wierpen. Binnen gonsde het van stemmen en het zachte rammelen van glazen. Aan de overkant van de houten tafel zat Bjarne, druk gebarend terwijl hij een tactische zet uit hun favoriete bordspel analyseerde.
Jasper glimlachte om het enthousiasme van zijn vriend. Er was een tijd geweest waarin deze setting ondenkbaar was. Als hij diep in zijn eigen verleden groef, stuitte hij op een rigide, bijna angstige afkeer die hij destijds hardnekkig had gecultiveerd. Een homofobe reflex die zo diep geworteld zat dat het destructief was — een schild van vooroordelen dat hem destijds isoleerde van de wereld.
Van die scherpe, vijandige randen was vandaag de dag niets meer over. Het leek een herinnering aan een misplaatst personage in een slecht geschreven boek. Nu was Bjarne er. Bjarne, die met zijn scherpe humor en onvoorwaardelijke loyaliteit geruisloos naar de kern van Jaspers vriendenkring was bewogen.
Het mocht best eens hardop gezegd worden, dacht Jasper, terwijl hij zijn glas hief. Hij was dol op Bjarne. Diens geaardheid, die Jasper ooit als een onoverbrugbare kloof zou hebben gezien, was gekrompen tot een triviaal detail in de marge. Het viel volledig in het niet bij de uren die ze deelden, de eindeloze discussies over hun gezamenlijke passies en de vanzelfsprekende stilte die tussen hen kon vallen zonder ongemakkelijk te worden. In de warmte van de decembernamiddag deed het er simpelweg niet meer toe. Het ging niet om wat hen onderscheidde, maar om de onmiskenbare grond waarop ze samen stonden.
“Laten we naar zee gaan," zei Jasper.
De woorden hingen even tussen hen in, ergens tussen de dampende koffiekopjes en de houten speelstukken op tafel. Bjarne hield zijn hand halverwege het bord stil. Hij keek op, zocht naar een spoor van een grap in Jaspers ogen, maar vond er alleen de rusteloze vastberadenheid die Jasper eigen was geworden.
"Het is ijskoud, het waait en het is bijna donker," zei Bjarne, terwijl er een langzame, uitdagende glimlach op zijn gezicht verscheen. "Perfect plan dus."
Minder dan een uur later sneden de koplampen van Jaspers oude auto door de duisternis van de provinciale weg richting de kust. De verwarming loeide, maar de kou van de decembernacht kroop via de ruiten naar binnen. Vroeger, dacht Jasper terwijl hij zijn handen steviger om het stuur klemde, zou deze impulsieve nabijheid hem benauwd hebben. Vroeger zocht hij overal achterdocht, bang voor een intimiteit die hij niet begreep. Nu was de stilte in de auto comfortabel, gevuld met de melancholische klanken van een gedeelde soundtrack op de achtergrond.
Toen ze de auto parkeerden in de luwte van de duinen, overspoelde het geluid van de branding hen meteen. De zee was onzichtbaar in het zwart, maar tastbaar aanwezig door het ritmische, dwingende geweld van het water.
Ze liepen het strand op, de jas-kragen hoog opgetrokken tegen de snijdende oostenwind. Het zand was hard bevroren onder hun schoenen. Bjarne liep een paar passen voorop, zijn silhouet scherp afgetekend tegen de weinige lichten van de verre boulevard. Jasper keek naar hem en voelde een diepe, kalme dankbaarheid. De kille, afwijzende man die hij ooit was geweest, voelde hier, aan de rand van de woeste zee, verder weg dan ooit.
Geplaatst in de categorie: vriendschap

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!