Woensdag 18 maart 2015
De middag van woensdag 18 maart 2015 liep op zijn eind. Bjarne legde zijn pen heel even neer om zijn vingers te strekken. Het schrijven had hem in een diepe concentratie gebracht, dezelfde soort focus die hij net bij de man in zijn verhaal had beschreven. Hij keek naar de klok aan de muur; het was bijna vijf uur. De schemering viel vroeg in maart, en de straatlantaarns langs de 's-Gravesandestraat sprongen met een zachte, vertrouwde klik een voor een aan.
Bjarne dacht terug aan de mailwisseling met Jasper. Hij had Jasper niet meer geantwoord. Hij vond het te moeilijk want hij was bang voor gedachten aan intimiteit met Jasper, die hetero was en met zijn vriendin in Wenen woonde.
Dat Bjarne met wat minder beklemmende spanning aan zijn vader kon terugdenken had voor opluchting gezorgd.
Bjarne staarde naar het computerscherm, waar de cursor ongeduldig bleef knipperen aan het einde van de zin. De confrontatie met zijn eigen gevoelens was vermoeiender dan het urenlange typen. Jasper. De naam alleen al bracht een bekende onrust met zich mee.
Het was een grillige en ongrijpbare dynamiek, juist omdat hun contact zich volledig digitaal afspeelde. Bjarne was nog nooit in Wenen geweest. De stad bestond voor hem alleen uit de foto's die Jasper stuurde: een zonnig appartement, een lachende vriendin, de statige straten van een Oostenrijkse winter. Die fysieke afstand maakte het paradoxaal genoeg nóg complexer. Omdat ze elkaar nooit in het echt zagen, vulde Bjarne de stiltes tussen de berichten zelf in met zijn eigen verlangens en angsten. Jasper was online open, hartelijk en attent—een warmte die Bjarne via het scherm opsnoof, maar die hem tegelijkertijd herinnerde aan de onbereikbaarheid van de man aan de andere kant van de lijn.
De digitale wereld kon heel fijn zijn, maar Bjarne miste de warmte van fysiek samenzijn.
Hij leunde achterover in zijn stoel en wreef in zijn vermoeide ogen. Juist door dat gemis aan fysieke nabijheid dwaalden zijn gedachten onwillekeurig af naar zijn vader. Maar de eerdere, broze opluchting die hij die week had gevoeld, loste plotseling op in het niets. Er schoot hem een specifiek moment te binnen van jaren geleden—een kille blik, een hard woord, of juist een veelzeggend zwijgen aan de keukentafel—dat maakte dat de beklemmende spanning in één klap in volle hevigheid terugkeerde. Het was alsof de afstand tot Jasper en de onbereikbaarheid van zijn vader plotseling uit dezelfde pijnlijke bron voortkwamen.
Het was alsof de beklemmende spanning met één harde ruk werd teruggebracht naar het oppervlak. Plotseling hoorde hij de stem van zijn vader weer door de kamer galmen, scherp en vol minachting. Het moment dat het hoge woord eruit was gekomen en zijn vader hem ijskoud voor homo had uitgescholden. Die afwijzing zat diep in zijn vezels verankerd. Het maakte de angst voor zijn gevoelens voor Jasper—en de onvermijdelijke afwijzing die ook daarop zou volgen—in één klap weer ondraaglijk actueel.
De flitsen van die avond drongen zich ongevraagd aan hem op. Het felle, kille tl-licht in de keuken. De zware stem van zijn vader die oversloeg van woede, een geluid dat door merg en been ging. Bjarne zag het gezicht van zijn vader weer voor zich, rood aangelopen en vertrokken in een grimas van pure minachting. “Vuile flikker.” Het woord was als een fysieke klap in zijn gezicht geweest. Daarna volgde de ijzige stilte, het totale gebrek aan spijt, en de manier waarop zijn vader hem simpelweg had weggedraaid, alsof Bjarne ter plekke had opgehouden te bestaan.
Geplaatst in de categorie: ouders

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!