voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

Laatst toegevoegde autobiografie (nr. 958):

Vrijdag 20 maart 2015

Het was vrijdag 20 maart 2015 toen Bjarne bij zichzelf dacht over zijn eigen poëtische periodes.
Een tijdlang had hij de gedichten van Kees Ouwens , Gerrit Achterberg en Bloem gelezen, en daarna toen het internet er kwam het werk van vele andere dichters. Het was natuurlijk de fameuze cultuurjournalist Emma Petronella geweest die hem met de poëzie in aanraking had gebracht. Maar Bjarne had natuurlijk snel de neiging om zijn eigen weg in te slaan. En op deze vrijdag in maart, de twintigste dag van de maand realiseerde Bjarne zich dat hij zijn eigen Emily – periode had.
Hij had een exemplaar van de in het Nederlands vertaalde gedichten van Emily Dickinson in een van de straatboekenkasten in de Amsterdamse Oosterparkbuurt gevonden en daar eens een flink aantal leesuren op los gelaten. Het was fascinerend om te lezen.

De herinnering aan de stem van Emma Petronella echode nog altijd na in zijn gedachten, dwingend en vol passie voor de schone letteren. Het was Emma die hem ooit, in haar statige herenhuis vol rinkelende glazen en intellectuele discussies, de bundels van Ouwens en Achterberg in handen had gedrukt. Ze projecteerde haar eigen literaire dromen op de mensenziel van de jonge, donkerblonde Bjarne, die met haar een geheimzinnig liefdesleven deelde.

"Je moet dit lezen, Bjarne," had ze destijds met haar karakteristieke, theatrale stem gezegd, terwijl ze een glas wijn in haar hand liet tollen. "Dit zijn de regels waar de wereld op heeft liggen wachten. De rest is slechts prille begeerte om het leven te begrijpen." Bjarne rilde bij de herinnering aan haar strenge stem, de stem van een narcistische diva, die alles bij hem voor elkaar zou kunnen krijgen.

Destijds had Bjarne braaf geluisterd, gevangen in de dwingende dynamiek van zijn dominante hospita en haar kring van intellectuelen. Maar nu, op deze vrijdag 20 maart 2015, genoot hij van zijn herwonnen vrijheid en zijn eigen weg. Terwijl de vroege avond over de Amsterdamse Oosterparkbuurt viel, sloeg hij het smoezelige straatboekenkast-exemplaar van Emily Dickinson open.
Er was geen echo van Emma's stem meer nodig om hem de weg te wijzen. De zwoele cultuurnachten en het 'geestelijk voedsel' waarmee ze hem ooit probeerde te kneden, hadden plaatsgemaakt voor een diepe, serene rust in zijn eigen hoofd. Waar Emma altijd zocht naar het grootschalige en het dwingende, vond Bjarne in de intieme, breekbare poëzie van Dickinson eindelijk een stem die echt van hemzelf was.

Bjarne vertaalde het werk van Emily Dickinson en bewonderde de eenvoud en economie van haar taal in vergelijking met Nederlandse dichters. Terwijl de avond viel in Amsterdam, las hij haar gedicht over de prairie, klaver en een bij. Dit moment van mijmeren bracht hem het besef dat hij geen luidruchtige literaire wereld nodig had, maar dat echte vrijheid en begrip te vinden waren in de stilte en het eigen isolement.

Het was een gevaarlijke gedachte. Vroegere psychiaters, waaronder de bekende jeugdpsychiater Fernando Vos, hadden Bjarne gewaarschuwd voor de risico’s van een kluizenaarschap. Hij zou van de wereld kunnen vervreemden en dan was er dikwijls geen weg meer terug om een normaal leven te kunnen leiden.

Hij keek weer naar het sletige exemplaar op zijn schoot, sloeg de pagina om en las hoe de vertaler haar beroemde verzen in het Nederlands had gevangen:

Om een prairie te maken zijn een klaver en een bij nodig, —
Eén klaver, en een bij,
En dromerij.
De dromerij alleen is al genoeg,
Als er weinig bijen zijn.

De dromerij alleen is al genoeg. Dat was precies wat hij daar aan het doen was. Bjarne keek op van zijn boek en staarde naar de dansende schaduwen van de bomen op de muur van zijn kamer. Emma Petronella had altijd lawaai nodig gehad om cultuur te maken; ze had salons, applaus, polemieken en rinkelende glazen nodig gehad. Emily Dickinson had genoeg gehad aan een klaver, een bij en haar eigen oneindige geest.

In die stille overgang van winter naar lente, op die twintigste maart, besefte Bjarne dat hij de luidruchtige literaire wereld definitief achter zich had gelaten. Zijn fascinatie voor Emily was in feite een fascinatie voor de radicale vrijheid van de heremiet. Je hoefde de wereld niet te veroveren om hem te begrijpen; je kon hem ook gewoon gadeslaan vanuit het raam van je eigen isolement.

Hij sloot het boek, maar hield zijn vinger tussen de pagina's. De stilte in de Oosterparkbuurt voelde plotseling niet meer als een gebrek aan gezelschap, maar als een tastbare aanwezigheid. Waar Emma's stem hem vroeger altijd had aangespoord tot daden, tot praten, tot zijn in de buitenwereld, fluisterde Dickinson hem nu toe dat alles wat hij zocht al in deze kamer aanwezig was.

Geciteerde: Bjarne Gosse, 12 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: literatuur

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 7

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: