Inloggen
voeg je beschouwing toe

categorie:idool

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 1640):

Smoorverliefd op die onbetrouwbare Auguste Rodin

(voor Gwen John (1876 - 1939))

Je bent geboren als Gwendolen Mary John op 22 juni 1876 in Haverfordwest, Pembrokeshire. Jouw ouders waren Augusta Smith en Edwin William John. Je was de tweede van vier kinderen. Jouw oudere broer was Thornton John, jouw jongere broer was Augustus en jouw jongere zus was Winifred. Jouw vader was een advocaat, die een kille sfeer in het gezin bracht. Jouw moeder was vaak afwezig, vanwege een slechte gezondheid. Winifred en jij namen het huishouden over. Jullie ouders stimuleerden de interesse in kunst en literatuur.

Jij was acht jaar, toen jouw moeder in 1884 overleed. Zij heeft een zeer verdrietig leven gehad. Daarna verhuisden jullie naar de badplaats Tenby, waar Winifred en jij door gouvernantes werden opgeleid. Jouw broers en zus en jij schetsten vaak aan de kust van Tenby. Je maakte snelle tekeningen van meeuwen, vissen en schelpen. Jouw vroegste, bekende werk maakte je op jouw 19-de. Augustus is op 4 januari 1878 in Tenby geboren. In Tenby staan 13-de eeuwse stadsmuren, de Five Arches Gate, de 15-de eeuwse St Mary's Church en de restanten van het 12-de eeuwse Tenby Castle. Van 1895 tot 1898 studeerde jij aan de Slade School of Art, waar je op een vrouw verliefd was. Augustus studeerde daar vanaf 1894, na een korte tijd op de Tenby School of Art. Jullie tekenleraar was de invloedrijke Henry Tonks. In 1898 studeerde jij aan de Parijse Académie Carmen bij James McNeill Whistler. In 1899 ging je terug naar Londen en in 1900 exposeerde je voor het eerst in de New English Art Club. In 1900-1901 was je een kraakster in een verlaten gebouw.

Augustus trouwde in 1901 met de kunstenares Ida Nettleship, die na de bevalling van haar vijfde zoon Henry in Parijs door puerperale koorts overleed en 30 jaar werd. Ze is op Père Lachaise gecremeerd. Augustus ging verder met zijn maîtresse en model Dorelia McNeill, die ook jouw model was. Je woonde samen met Augustus en jullie leefden op fruit en noten om de kosten te dekken. Je had een nauwe relatie met Ida en een slechte affaire met de schilder Ambrose McEvoy, jouw medeleerling en een vriend van Augustus. Ambrose trouwde in 1902 met de schilderes Mary Spencer Edwards. Jij was biseksueel. Je had enkele liefdesrelaties met vrouwen. Auguste Rodin was jouw grote liefde. De schilderessen en medeleerlingen Ursula Tyrwhitt en Gwen Salmond waren jouw vriendinnen. Ida Nettleship en Edna Waugh zaten ook in jouw klas. Ursula trouwde met haar neef, de kunstenaar Walter Tyrwhitt, en Gwen Salmond trouwde met de schilder Matthew Smith, met wie zij twee zonen kreeg, Frederick Mark en Dermoth, die beiden in de Tweede Wereldoorlog bij de Royal Air Force zaten en door de Duitsers werden vermoord. Matthew begon in 1922 een relatie met de schilderes Vera Cuningham, met wie hij naar Parijs ging, waar ze op 6 bis Villa Brune woonden.

Jij verwaarloosde en minachtte jouw lichaam, wat Augustus bezorgd maakte. Eind 1903 ging jij met jouw vriendin Dorelia McNeill naar Frankrijk. Vanaf Bordeaux wilden jullie naar Rome wandelen en onderweg verkochten jullie portretschetsen. Jij werd verliefd op een getrouwde vrouw, die jou naar Parijs volgde. Jullie kwamen tot Toulouse en in 1903 schilderde jij 'Dorelia in a Black Dress'. In 1904 gingen jullie naar Parijs, waar jij een model voor vooral schilderessen was. De Finse kunstenares Hilda Florin bracht jou in contact met Auguste Rodin. Hilda studeerde bij en assisteerde Rodin van 1903 tot 1906. Zij was ook zijn minnares. Jij was zijn model en minnares. Rodin tekende erotische tekeningen van Hilda en jou samen. De Duitse schilderes Ida Gerhardi was verliefd op jou, maar jij niet op haar. Je vond haar te stijf en Lutheraans. Ida ontmoette Rodin in 1900 en ze was lid van de artistieke kring in Le Dôme Café, de Dômiens. Ida keerde in 1913 noodgedwongen naar Duitsland terug. What's in a name?, maar de Nederlandse dichteres Ida Gerhardt was ook lesbisch.

In 1906 ging Hilda naar Finland terug, waar ze met de schilder Juho Rissanen trouwde. Haar tweede man was de arts Taavetti Laitinen. Jij bleef tien jaar verliefd op Rodin en jij schreef hem duizenden vurige brieven. Jij was altijd zeer gehecht aan jouw geliefden, de mannen en vrouwen. Dat werkte wel eens verstikkend voor hen. Rodin hield jou tenslotte via concièrges en secretaresses op afstand. In 1904-1908 schilderde jij 'Chloë B. Leigh'. Jouw beschermheer John Quinn kocht het leeuwendeel van jouw schilderijen, van 1910 tot zijn overlijden in 1924. Hierdoor hoefde je niet meer als model te werken. In 1909-1910 schilderde jij 'Fenella Lovell nude'. Fenella was een zigeunerin en gitariste, die in 1911 in Hongarije voor József Rippl-Rónai poseerde. Zij was jouw vriendin en in 1910 schilderde je 'Fenella Lovell with Bare Shoulders'.

In Parijs ontmoette jij o.a. Matisse, Picasso, Brâncusi en Rilke. Je werkte in eenzaamheid en in 1910 verhuisde je naar Meudon, waar je bleef wonen. Rodin had in Meudon zijn Villa des Brillants, waar hij op 17 november 1917 overleed. Na de relatie met Rodin zocht je troost in het katholicisme. Rond 1013 werd je rooms. Je schreef meditaties en gebeden. Je wilde 'Gods kleine kunstenares' zijn en een heilige/verlichte worden. Dat 'kleine' had je overgenomen van de heilige Theresia van Lisieux, de kleine zuster Elisabeth Catez van de Drieëenheid. Rond 1913 schilderde je een reeks portretten van de heilige Mère Marie Poussepin (1653 - 1744), de stichteres van de congregatie van de Dominicaanse Zusters van Liefde van de Presentatie van de meest gezegende Maagd Maria. In Meudon leefde je alleen met jouw katten. Je had een grote moeite met de omgang met mensen en je vermeed de familiebanden. Je schreef: 'Ik denk dat de familie zijn tijd heeft gehad. We gaan nu niet meer naar de hemelse sferen als gezinnen, maar individueel.'.

In 1919 exposeerde je in Parijs voor het eerst op de Salon d'Automne. Je exposeerde er geregeld tot 1925, toen je jezelf meer en meer terugtrok en minder schilderde. In 1920 maakte je 'Portrait of Chloë Boughton Leigh'. In 1926 had je nog jouw enigste solo-expositie in de New Chenil Galleries in Londen. In 1926 kocht je een bungalow in Meudon. Op 29 december 1926 overleed jouw oude vriend Rainer Maria Rilke en was je radeloos. Je vond religieuze begeleiding bij jouw buurman Jacques Maritain, een roomse filosoof en een aanhanger van het Thomisme. Zijn schoonzus was Véra Oumançoff, jouw laatste liefdesrelatie, die tot 1930 duurde. Jij was helemaal geobsedeerd door Véra, wat zij erg ongemakkelijk vond. Op 20 maart 1933 maakte jij jouw laatste tekening. Op 10 september 1939 schreef jij jouw testament en reisde jij naar Dieppe, waar jij instortte. Je ging naar het ziekenhuis en op 18 september 1939 ben jij overleden. Je had jezelf uitgehongerd. Anorexia nervosa tot het bittere einde. Je werd 63 jaar. Je bent in de Cimetière de Janval in Dieppe begraven.

Schrijver: Joanan Rutgers
25 sep. 2020


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 27



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)