Eenzaamheid als zoutzuur
(voor Philippe Vandenberghe (1952 - 2009))
Jij bent geboren in 1952 in Gent en jij bent in Sint-Denijs-Westrem opgegroeid. Daar staan drie kastelen. Jouw moeder kwam uit een brouwersfamilie en jouw vader was ingenieur en burgemeester van Sint-Denijs-Westrem. Jij had een jongere zus en jouw ouders fokten honden. In het Museum voor Schone Kunsten op de Fernand Scribedreef 1 in Gent hebben de werken van Jheronimus Bosch, Constant Permeke en Gustave Van de Woestijne jou op het pad van de schilderkunst gezet. Van Gustave o.a. 'Deeske' (1902), 'Prudence De Schepper' (1910), 'Boer of Avond' (1910), 'Boerinnetje' (1913), 'Portret van Fabrice Polderman' (1916), 'Fuga' (1925) en 'Christus in de woestijn' (1939). Gustave was de jongere broer van de schrijver/dichter Karel Van de Woestijne. Prudence was zijn vrouw, een boerendochter uit Latem, met wie hij 5 kinderen kreeg. Van 1970 tot 1972 studeerde jij Letteren & Wijsbegeerte en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Gent. Daarna ging jij geheel schilderkunst studeren en in 1976 ben jij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten op de Louis Pasteurlaan 2 in Gent afgestudeerd. Thierry De Cordier (Oudenaarde, 1954) was een bevriende medestudent van jou.
In 1976 trouwde jij met Véronique D'Heygere, die jouw favoriete naaktmodel was. In 1977 werd jullie dochter Hélène geboren en in 1978 jullie zoon Guillaume. Een paar maanden later ging jij bij Mieja D'Hondt wonen. Mieja was ook jouw favoriete model.
In 1978 ging jij voor het eerst naar New York City, waar jij de abstract expressionistische werken van Jackson Pollock, Mark Rothko, Willem de Kooning en Franz Kline ontdekte. Jij was vooral geraakt door 'Val van de opstandige engelen' uit 1889 van James Sidney Edouard baron Ensor. In de jaren 1980 had jij een atelier in de Gentse Hofstraat. In 1980 bezocht jij voor het eerst het Museo del Prado in Madrid en kreeg jij een passie voor het werk van Diego Velázquez, El Greco en Francisco Goya. Jij bekeek ook 'De Nachtwacht' van Rembrandt. In 1981 exposeerde jij in het International Cultural Centre in Antwerpen met een serie figuratieve 'Kruisigingen', waarvoor jij de Prix Emile Langui kreeg en een jaar verblijf in de Cité Internationale des Arts in Parijs. Met Mieja kreeg jij de zoon Mo en na zijn geboorte schilderde jij de cyclus 'De Geboorte', die in 1983 in de Richard Foncke Gallery in Gent werd getoond. Jij hebt daar 20 jaar geëxposeerd.
In 1985 ontmoette jij Hugo Claus en maakte jij met hem het boek 'Gezegden' door kunstwerken te leveren. Hierna begon jij jouw eerste tekenboeken te maken. In 1986 was jouw eerste expositie in de Denise Cade Gallery in NYC. The Guggenheim kocht een schilderij van jou. Tot begin jaren 1990 exposeerde jij in de Denise Cade Gallery. In 1988 kreeg jij een atelier in een oude fabriek aan de Stokerijstraat in Gent. In 1988 reisde jij naar Zuidwest-Amerika en begin jaren 1990 door Europa. Jij bezocht de kathedralen van Chartres en Vézelay en de invloed van de christelijke iconografie werd steeds meer in jouw werk te zien. Jij ging ook meer en meer schrijven en dichten. In 1994 ging jij als tekenaar met Job en de Apocalyps, Augustinus, Sopocles, Heiner Müller, San Juan de la Cruz en Emil Mihai Cioran aan de slag. In 1995 heb jij oudere werken van jou zwart geschilderd en heb jij met jouw bloed een serie tekeningen gemaakt. Rond 1995 woonde jij geregeld in Marseille en reisde jij naar Indonesië, Laos, Thailand en Cuba. Jij hebt de religieuze en culturele praktijken van die landen in jouw schetsboeken verwerkt.
Jij maakte grotere werken; 'De Kannibaal in Tranen' en de bloedtekeningen 'De Geest is een Reiziger', 'De Ziel is een Zwerver', een combinatie van woordschilderingen met panelen met figuren uit sprookjes en het Oude Testament. In 1999 had jij jouw eerste retrospectief in het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen. Daarna was jij veel in Parijs, waar jij tekende, schreef en veel films bekeek. In 2000 begon jij een 1-jarige leraarfunctie aan de Koninklijke Academie van Gent. Jij leed aan een zware depressie en middelenmisbruik, waardoor jij in 2001 in een ziekenhuis werd opgenomen. In 2001 voltooide jij portretten van Ulrike Meinhof (1934 - 1976), Antonin Artaud en jezelf, plus de cycli 'De vijand Binnen', 'In Memoriam Ulrike Meinhof' en 'Studie voor Artaud'. In 2003 verschenen het boek 'De Ballingschap van de Schilder' en de gelijknamige expositie in het Caermersklooster op de Vrouwebroersstraat 4-8 in Gent. In 2005 verliet jij Gent en kocht jij een atelier in Molenbeek, Brussel. Jij schilderde jouw werken over in grijs, oranje en geel. Er verschenen geheimzinnige letters als 'KA' en de zin 'L'important c'est le kamikaze', tevens de titel van jouw expositie in 2006 in het Musée Arthur Rimbaud in Charleville-Mézières. 'KA' kan voor 'Kamikaze Arthur' staan.
In 2007 verscheen 'Molenbeek Drawings', met o.a. de tekening 'Le Carousel' boven de inscriptie 'God Vertelde Mij'. In 2008 was jouw laatste, buitenlandse expositie in de Envoy Gallery in NYC. In 2009 was de solo-expositie 'Visite' in het Museum voor Schone Kunsten Gent. Jij werkte nog aan de schilderijenreeks 'Het vertrek'. Op 29 juni 2009 heb jij in jouw appartement in Sint-Jans-Molenbeek zelfdoding gepleegd. Na de inname van slaappillen heb jij jezelf opgehangen. Jij kon de strijd tegen de eenzaamheid niet meer aan. Jij werd 57 jaar en jij bent in de Sint-Amandsberg Communal Cemetery in Gent begraven.
12 augustus 2026
Geplaatst in de categorie: idool

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!