voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 5.556):

`De Zaporozje-Kozakken schrijven de sultan een brief'.

Voor de zekerheid had hij de hoeven van zijn parmantig paardje met nieuwe ijzers laten beslaan, want het zou om een verre bestemming gaan. Zadeltassen waren om die reden van veel proviand voorzien met in het vertrouwde vak zijn schrijfgerei. 
Een laatste monsterende blik in de spiegel vestigde het nodige vertrouwen. Niet echt een schoonheid kon hij zichzelf noemen met het iele brilletje op het puntje van zijn neus, maar met zijn levenservaring en moeizaam veroverde eigenliefde oogde hij voor alles innemend. Dat was vast en zeker de mening van zijn vrouw, die hem vanuit de gang liefdevol gadesloeg. Toen hij klaar was met zijn ochtendvertoon sloeg ze de obligate ingebeelde stofjes van de zwarte jas die hem van top tot teen warm moest houden op wat een van zijn lastigste missies mocht heten en kuste hem gedag. De wildernis wachtte hem. Hij zou intermediair zijn tussen een bij uitstek krijgshaftig volk en de wat vadsige machthebber die hen tot overgave wilde dwingen; een bescheiden maar onmisbaar radertje in de machinerie van de wereldpolitiek, want begiftigd met het schrift dat de anderen ontbeerden en voldoende op de hoogte van wat er speelde om het in de geëigende vorm te gieten. Een oliemannetje avant la lettre.

Voor mij een op het eerste gezicht als altijd prachtig, maar wat bevreemdend schilderij dat Ilya Repin schilderde met onontkoombaar centraal dat totaal uit de toon vallende heerschap dat aan het schrijven is. Mijn eerste gedachte was: een kantoorklerk die wakker geworden is in een boze droom ondanks zijn beminnelijke lach en de vertederende lichtval - het centrum van het centrum van het centrum - op zijn neus. Het maakt wel dat je er meer van wil weten en dat is met internet achter de hand een fluitje van een cent.
Het is getiteld: `De Zaporozje-Kozakken schrijven de sultan een brief'. Alsof allen over dezelfde kam geschoren worden. Maar zijn het de kozakken die schrijven? Nee toch? Die slaan elkaar op de schouders, lachen, gieren, brullen, musiceren, drinken, laten hun hormonen de vrije loop, schuddebuiken, hebben stuk voor stuk hun eigen jolige verhaal te vertellen. Een militair valt serieus kijkend uit de toon en laat zijn handen rusten op een meer getekende figuur maar de totaalindruk is er toch een van een vrolijke janboel. De antiheld in het verhaal laat zich niet aanzien als een strijdlustige kozak, maar als een ingehuurde klerk die ontwapenend aandoenlijk letterlijk uit de lucht van een andere tijd en wereld linea recta op zijn schrijfstoel lijkt te zijn neergeploft en hoewel totaal verschillend van zijn losgeslagen omgeving tóch deel van hen uitmaakt. Misschien de studentikoze Kozakversie? Een intellectueel? Zou hij diep weggeborgen de vechtlust van de anderen hebben en vergissen we ons als zo vaak in de eerste indruk? Je voelt (verbeeld ik me) onder alle woestheid bij de mannen die hem omringen - vrouwen in geen velden of wegen te bekennen - een zekere vertedering voor het kereltje dat daar zit. Ze zullen hem niet schaden; daarvoor is de afstand bij alle nabijheid te respectabel en de bewondering voor zijn talent om hun verhaal in woorden te vatten te voelbaar.

Met wat meer achtergrondinformatie is de vrolijkheid van de Kozakken wel te begrijpen, want het is me wel een briefje dat hij geschreven heeft in opdracht, zoals ik het beschouw, want onze kleine man acht ik daar op het eerste gezicht niet toe in staat (?)`Jij, Turkse duivel, vervloekte kerel en broer van de duivel, dienaar van Lucifer zelf. Welke buitengewone ridder ben jij, jij die geen egel kan doden met je blote kont? De duivel schijt en je leger wordt dik. Jij klootzak zal geen christenen onder je hebben, laten we niet bang zijn voor je leger en te land en ter zee zullen we tegen je blijven vechten, vervloekt zij je moeder. Jij kok van Babylon, voerman van Macedonië, brouwer van Jeruzalem, geitenmoordenaar van Alexandrië, varkenshoeder van Boven- en Beneden-Egypte, varken van Armenië, beruchte dief van Podolia , " geliefde " Tartaar, beul van Kam "janec' idioot van de wereld en van de andere wereld, kleinzoon van de Slang en de pest in onze hanensnuit van varken, achterste van merrie, hond van een slager, voorhoofd niet gedoopt, fuck je moeder! Dit is hoe de Zaporozi je antwoordden, wees nederig: je zult niet eens de varkens van een christen bevelen. Dus we concluderen dat, aangezien we de datum niet kennen en geen kalender hebben, de maand in de hemel is, het jaar in de boeken is geschreven en de dag voor ons hetzelfde is als voor jou. Je kunt onze kont kussen!'

Ik denk zomaar dat de sultan geamuseerd was door het antwoord, want Mehmet IV was vast een man met veel humor. Wat bijdroeg aan zijn gulle lach is de verstilde knipoog - ;-)  - die de schrijver buiten het zicht van de omringende meute op 't laatste moment aan de brief bleek te hebben toegevoegd en die lang over het hoofd is gezien bij nadere studie, maar die Mehmet niet was ontgaan. De stemming van de Kozakken moest wel overtuigend worden overgebracht, maar ons schrijvertje kon zijn zachtmoedige natuur niet loochenen! 

En zo wordt een beschouwing een mooi ineen gevlochten combinatie van eerste indruk, nakomende feiten en (persoonlijke) verdichtsels.

Schrijver: Albert Goudberg, 28 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: kunst

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 2

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: