voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

Laatst toegevoegde beschouwing (nr. 5.563):

Een fel blinkende operaster

(voor Giuditta Pasta (1797 - 1865))

Jij bent geboren als Giuditta Angiola Maria Constanza Negri op 26 oktober 1797 in Saronno. Jouw Joodse vader was Carlo Antonio Negri of Schwartz, een soldaat in het Napoleontische leger en apotheker van Lomazzo. De familie Negri was afkomstig uit Lomazzo en studeerde medische kunst. Jij studeerde eerst solfège en zang bij jouw oom Filippo Ferranti, een cellist, en in Como bij Bartolomeo Lotti, de kapelmeester van de kathedraal van Santa Maria Assunta in Como. Daarna studeerde jij zangkunst in Milaan bij Giuseppe Scappa, zangleraar aan het Teatro alla Scala, en David Banderali, een tenor en zangprofessor aan het Conservatorium van Milaan. De alt Giuseppina Grassini heeft jou naar Scappa doorverwezen. Jouw moeder was Rachele Ferranti. In 1812 heb jij voor het eerst opgetreden. Dat was in de kerk van Santa Cecilia in Como. In Milaan kreeg jij ook muzikale les van Pietro Raj, vice-censor van het Koninklijk Conservatorium voor Muziek. Jij kreeg toneelles van de danseres Antonietta Pallerini.

Jij studeerde ook bij de sopraancastraat/zangleraar/componist Girolano Crescentini, net als o.a. de operasopraan/componiste Isabella Angela Colbran, die de eerste vrouw van Gioachino Rossini was. En jij kreeg les van de componist Ferdinando Paër. Op 30 januari 1816 debuteerde jij in de opera 'Lopez de Vega' van Scappa in het Teatro dei Filodrammatici in Milaan. Jij speelde de barones Isabella, naast Luigi Goffredo Zuccoli en Giuseppe Pasta, met wie jij op 17 januari 1816 bent getrouwd. Giuseppe was een Milanese advocaat em amateur-zanger. Op 6 maart 1816 speelde jij samen met hem in 'La contesa' van Pietro Raj. In 1816 speelde jij ook in het Théâtre Italien in Parijs; Donna Elvira in 'Don Giovanni', Giulietta in 'Giulietta e Romeo' van Niccolò Antonio Zingarelli en in twee opera's van Paër, o.a. als Rosina in 'De Prins van Taranta' uit 1797. In 1817 debuteerde jij in His Majesty's Theatre in Londen, maar dat mislukte. Jij speelde Telemachus in 'Penelope' van Domenico Cimarosa uit 1794, naast de tenor Gaetano Crivelli, met wie jij op 26 december 1820 in het Teatro La Fenice als Gonzalvo in de première van 'La Conquista di Granata' van Giuseppe Nicolini speelde.

Op 27 maart 1817 werd jullie dochter Clelia geboren en in september 1820 zong jij weer in het Teatro San Benedetto in Venetië, in 'Adelaide en Comingio' van Giovanni Pacini. Jij zong in Venetië, Padua, Rome, Brescia, Turijn en Triëst. Jij werkte samen met de beroemde Giuseppina Maria Camilla Grassini, die ook jouw lerares was. In 1819 speelde jij Vespina in 'Agnes van Fitz-Henry' van Paër. Op 10 februari 1821 speelde jij in het Teatro La Fenice de hoofdrol in 'Arminiussia L'eroe germano' (De Germaanse Held Arminius) van Stefano Pavesi. Tussen 1821 en 1823 zong jij vooral in het Théâtre Italien in Parijs, o.a. Desdemona in 'Otello' van Rossini, Enrico in 'Elizabeth, koningin van Engeland' van Rossini, Tancredi in 'Tancredi' van Rossini, Elcia in 'Mozesin Egypte' van Rossini, Medea in 'Medea in Korinthe' van Johann Simon Mayr, Elvira in 'De Witte Roos en de Rode Roos' van Mayr en Charlotte in 'Elisa en Claudio' van Saverio Mercadante.

In 1824-1825 zong jij in Londen en Parijs. Jij zong ook in het Apsley House van de Hertog van Wellington Arthur Wellesley, met Rossini aan de piano en met de sopraan Gioseppina Ronzi de Begnis. Op 19 juni 1825 zong jij in het Théâtre Italien als Corinna de hoofdrol in de première van 'De Reis naar Reims' van Rossini en in september 1825 schitterde jij als Armando in 'De Kruisvaarder in Egypte' van Giacomo Meyerbeer. Op 19 november 1826 debuteerde jij in het Teatro San Carlo in Napels als Niobe in 'Niobe' van Giovanni Pacini. Die wereldpremière was een groot succes. Jij speelde ook de hoofdrollen in de wereldpremières van 'Giuditta' van Pietro Raimondi en 'Maria Stuart, Regina di Scots' van Carlo Coccia. In Wenen debuteerde jij als Semiramide in 'Semiramide' van Rossini. Ook dit was een groot succes. Pompeo Marchesi en Giovan Battista Comolli maakten marmeren bustes van jou als Semiramide.

Jij woonde in het paleis van Contrada del Monte in Milaan, maar niet lang, want jij woonde liever in jouw residentie aan de Rue de Richelieu in Parijs en daarna in de Villa Roda (Ferranti) in Blevio, aan het Como-meer, wat jij in 1827 kocht, een landhuis met een door het Teatro alla Scala geïnspireerde portiek en met twee bijgebouwen. Het is in 1904 helaas gesloopt, op één bijgebouw na. Jouw grootste successen waren als de hoofdrolspeelster in 'Anna Bolena' van Gaetano Donizetti, als Amina in 'La sonnambula' van Vincenzo Bellini en als Norma in 'Norma' van Bellini. In 1835 verliet jij het toneel en gaf jij nog af en toe optredens. In Italië gaf jij zangles aan o.a. Emma Albertazzi, Marianna Barbieri-Nini, Adelaide Kemble en Carolina Ferni. Jij overleed op 1 april 1865 in Como door bronchitus in het huis wat van jouw oma was, waar jij ongeveer een jaar woonde, aan wat nu de Via Cinque Giornate is. Jij werd 67 jaar en jij bent in de Cimitero di Blevio op Frazione Girola 1 begraven. In 2021 is de zangeres/actrice Maria Ilva Biolcati (Milva) daar ook begraven.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
8 november 2026


Geplaatst in de categorie: idool

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: