Zijn psychofarmaca wel zo gezond?
Jarenlang heb ik gespreksgroepen geleid over geloof en spiritualiteit. Daarbij kwam ik regelmatig in aanraking met mensen die psychische problemen hadden. Vaak zocht ik hen op als ze tijdelijk waren opgenomen in een GGZ-instelling. Door mijn contacten met hen ben ik me steeds meer gaan verdiepen in de psychiatrie en in de voor- en nadelen van psychiatrische hulpverlening. Daarbij kwam ik tot de ontdekking dat het medicijngebruik in de psychiatrie vaker de genezing van patiënten in de weg staat dan dat het bijdraagt aan hun herstel. Ook kwam ik regelmatig de gedachte tegen binnen de GGZ dat mensen met ernstige psychische problemen nauwelijks behandelbaar zijn. Die gedachte vond ik schokkend.
Ik geloof niet dat een grote groep mensen echt ongeneselijk ziek is. Zo heeft Elisabeth Kübler-Ross jarenlang gewerkt met mensen die als 'schizofreen' te boek stonden. De maatschappij en de psychiatrie beschouwen zulke mensen vaak als 'ongeneselijk'. Erger dan een schizofreen kan bijna niet, zo is vaak de redenering.
Door haar manier van werken heeft ze echter laten zien dat er ook bij die groep vaak verbluffende resultaten kunnen worden bereikt. Door deze mensen met heel veel liefde, aandacht en respect te benaderen knappen ze op en zijn ze op den duur vaak weer in staat om zelfstandig te functioneren. Traditionele medische modellen moeten dan echt overboord worden gegooid. Deze mensen zitten meestal opgesloten in hun kleine wereldje. Daar kun je hen alleen maar uit lokken door hen te laten blijken dat ze óók meetellen en óók als mens, als uniek wezen, de moeite waard zijn.
Daarmee wil ik niet zeggen dat werkers in de geestelijke gezondheidszorg niet hun uiterste best doet om het leven voor mensen met psychische problemen draaglijk en leefbaar te maken. Ik zeg wél dat het medische model, waarbij toch vaak sprake is van een verticale relatie tussen hulpverlener en cliënt, vaak niet werkt. Voor mensen met een psychische handicap, die zich toch al vaak heel onzeker en angstig voelen, geldt dat des te meer.
Wat ik belangrijk vind, is dat ex-cliënten van de GGZ die zich mede door een opname onzeker, angstig en buitengesloten voelen weer het gevoel moeten krijgen dat ze meetellen, dat ze er gewoon mogen zijn. Door de stigmatisatie na afloop van een opname voelen ze zich immers vaak uitgekotst. Veel mensen keren zich van iemand af die als een verschoppeling te boek staat. Men wil daar niet mee geassocieerd worden. Vrienden en familie laten het vaak afweten. Bij terugkeer in de maatschappij krijgen deze mensen met allerlei obstakels te maken. Ze krijgen heel moeilijk werk, worden met oneerlijke regels geconfronteerd en soms is er ook sprake van een scheiding bovenop alle psychische ellende die ze al hebben doorgemaakt.
Psychofarmaca verergeren vaak dit patroon en laten de problemen langer voortduren dan nodig is. Veel mensen slikken deze middelen jaar in, jaar uit, ook na hun opname. Dat zou gewoon niet moeten. Wat je eraan kunt doen is proberen om deze mensen meer gevoel van eigenwaarde te geven. In medisch jargon heet dat 'empowerment'. In feite gaat het dan om het verkrijgen van zelfrespect en gevoel van eigenwaarde. Mensen moeten, ook na één of meer opnamen, het gevoel krijgen dat ook hun bestaan zinvol en gewenst is.
Daarom zou het goed zijn als de aandacht vooral wordt gericht op rehabilitatie. In een rapport over stigmatisatie van het Trimbos-instituut*), staan een heleboel aanbevelingen hierover. Daar kan ik het van harte mee eens zijn: méér aandacht voor het rehabiliteren van mensen die opgenomen zijn geweest en minder nadruk op psychofarmaca. Daar zou voor mijn gevoel al veel mee zijn gewonnen.
De stigmatisatie van (ex)psychiatrische patiënten is m.i. een groter probleem dan vaak wordt aangenomen. Zo denken veel mensen dat vanuit een psychose regelmatig ernstige delicten worden gepleegd.
Dat gebeurt inderdaad wel eens. Toch is er al vaak onderzoek gedaan naar de vraag of mensen met psychische problemen vaker ernstige delicten plegen dan de doorsnee-bevolking. Telkens blijkt daar weer uit dat dat niet het geval is. De criminaliteit is even hoog; in sommige onderzoeken komt men tot de conclusie dat de criminaliteit van mensen met psychische ziekten zelfs minder groot is. Van een duidelijk verband tussen criminaliteit en psychische aandoeningen is geen sprake, in elk geval niet als je het over de hele linie bekijkt.
De levensverwachting van iemand met een ernstige psychische handicap is lager dan die van de doorsnee-bevolking. Dat heeft o.a. met een vaak ongezonde manier van leven te maken (slechte voeding, veel roken of drinken, i.h.a. een onregelmatig leven, zelfmoord), maar psychofarmaca versnellen dat proces van aftakeling.
Uit het onderzoek "De zaak tegen antipsychotische medicijnen: een registratie over 50 jaar van meer kwaads dan goeds", dat in 2008 verscheen, komt dat duidelijk naar voren. Het langdurige gebruik van psychofarmaca is een belangrijke factor binnen dit geheel. Zo sterven veel oudere chronische patiënten in inrichtingen aan een hartaanval of een ander medisch probleem doordat hun gestel door jarenlang gebruik van grote hoeveelheden psychofarmaca is ondermijnd.
Ik geloof dat de menselijke geest ook onafhankelijk van de hersenen kan functioneren. Dat is zelfs hard te maken uit onderzoek naar bijna-dood-ervaringen (Van Lommel, Ritchie, Sabom e.a.) De relatie tussen de hersenen van de mens en zijn bewustzijn vergelijk ik daarom vaak met die tussen de bestuurder van een auto en het voertuig zelf: de auto mag na verloop van tijd misschien worden afgedankt, maar de bestuurder blijft gewoon bestaan. Daarom geloof ik ook niet dat psychofarmaca de geest van de mens aantasten. Wél verkleinen en vervormen ze het vermogen van de menselijke geest om zich via de hersenen uit te drukken en invloed uit te oefenen op de omgeving.
In de psychiatrie gaat men overwegend uit van een biologisch georiënteerd mensbeeld. Binnen die visie is het bewustzijn van de mens een product van de hersenfuncties. Daar geloof ik gewoon niet in. Het is ook niet bewijsbaar, integendeel zelfs.
In laatste instantie geldt mijn kritiek op de psychiatrie dan ook dit axioma, deze onbewezen stelling. Het gevaarlijke hiervan vind ik dan ook dat men denkt veel problemen te kunnen oplossen - of daaraan bij te kunnen dragen - door de hersenen anders te laten functioneren d.m.v. medicijnen. Nu geeft dat wel tijdelijk wat verlichting, maar het blijft niet meer dan symptoombestrijding. Men dempt het bewustzijn nl. af en beperkt de persoon daardoor in zijn mogelijkheden om zich vrij te kunnen uiten en volop gebruik te maken van zijn capaciteiten.
Tijdelijk gebruik van psychofarmaca (regulier of alternatief) vind ik niet erg. Soms kun je gewoon niet anders. Dat echter veel mensen met psychische problemen daar langdurig van afhankelijk blijven en daardoor een nodeloos beperkt en onvervuld leven leiden, is iets waar ik me altijd met kracht tegen zal blijven verzetten. Rehabilitatie vind ik veel belangrijker en lijkt me ook veel effectiever. De aanbevelingen van het Trimbos-instituut onderschrijf ik dan ook van harte.
*) Het pdf-document van het Trimbos-instituut over stigmatisatie van (ex)psychiatrische patiënten kan worden gedownload op http://www.trimbos.nl/~/media/Files/Gratis%20downloads/AF0646%2010760%20TB%20Stigma%20Goed%20in%20beeld.ashx
Schrijver: Hendrik Klaassens, 3 juli 2010
Geplaatst in de categorie: ziekte
4.1 met 14 stemmen
1.080