Zó niet!
Toen ik langs kuierde in het zonnetje nodigde een vriend van een vriend me vanaf zijn balkonnetje uit voor een kopje koffie in zijn huis. Ik nam de uitnodiging aan. Hij kletste een beetje over zichzelf, zijn vroegere baan, een expositie, muziek, over onze gezamenlijke vriend waarvan hij nogal vol is en vroeg me waarom ik niet meer met deze wederzijdse maat omging.
“Daar heb ik geen behoefte aan.”
Hij vroeg door en ik zei: “Ik ben meer met G’d bezig, ik schrijf verhalen…”
“Over G’d wil ik niet praten!”, riep hij plotseling.
“Ik wilde het hebben over schrijven.”
Hij had gepraat over wat hij deed en ik wilde ook vertellen wat ik deed. En ik wil opbouwende gesprekken over G’d of helemaal geen. Maar als je de hele dag met die Paradijsvogel bezig bent, hoe vermijd je dan te zeggen waar je mee bezig bent?
“Die G’d had allang in moeten grijpen, daar en daar en daar….”, begon hij te tieren.
“Wat is dit voor ouwe lullen taal!”, reageerde ik in een boze opwelling.
De man is alternatief, kunstzinnig, ruimdenkend. Kan hij geen originelere manier vinden om G’d aan te vallen? Kom op zeg! Ik was en ben die arrogante, bekrompen, onverdraagzame, antichristelijke tijdgeest van de moderne, verheven, zichzelf liefhebbende mens zo langzamerhand poepzat!
Hij was heel even op zijn mondje gevallen. Doorgaans blijven ggggrristenen de allerliefste onder zulke omstandigheden, ja, ik doorgaans ook. Maar deze keer had ik echt mijn buik vol van dat eeuwenoude liedje dat G’d dit had gemoeten en dat had gemoeten, met andere woorden: wij zijn beter dan G’d, wij grijpen in bij rampen, wij zijn goed en G‘d is fout. En hij schold maar door over G'd, terwijl hij niet over G’d wilde praten.
Ik zei: “Zó wil ik niet over G’d praten!”
Hij zei: “Ik kan je eruit zetten.”
“Meen je dat?”
“Ja.”
“Oké, dan ga ik.”
Ik stond op, trok mijn jas aan, pakte mijn rugzak en liep naar de voordeur.
“Die G’d die zijn eigen Zoon aan een kruis hangt!”, schopte hij me minachtend na.
Ik trok de deur achter me dicht.
Het was de eerste keer dat ik boos werd. Tot dan toe bleef ik lief zoals het een christin behoort. Mijn levenswijze heeft hem altijd aangesproken, dus hier zal hij het - wat mijn geloof betreft - mee moeten doen. Geen standaardburger, dus ook geen standaardchristen, maar een scheldende, in navolging van Jezus. Addergebroed!
Ik had ook kunnen voorstellen over Allah te praten, bedacht ik me achteraf grimmig. Zo‘n gesprek verloopt dikwijls vrediger. In de Koran staat dat moslimmannen hun vrouwen mogen slaan. De heilige stad van de moslims is Mekka en het heilige land van de joden is Israël. Zo staat dat geschreven in de Koran en zo staat dat geschreven in de Bijbel. In islamitische landen worden de kerken gesloopt en de christenen vermoord, en dan zeggen de ruimdenkende linksen: wat doen die christenen dáár dan? Hetzelfde wat moslims hier doen. Want in de Koran staat dat de Islam de nieuwe wereldgodsdienst moet worden en in de Bijbel staat dat Jezus de Koning zal zijn. In de Koran staat dat de moslim de ongelovige, de jood en de christen hierom mag doden, en in de Bijbel staat dat de jood en de christen hierom gedood zal worden, in navolging van Jezus.
Ik val geen moslim aan, ook geen ongelovige, helemaal geen jood en zelfs geen christen. Maar moslims verwelkomen en christenen verjagen gaat mij vele strepen te ver. Bij mij geen suikerzoete praatjes. Wij houden hier Kerst, Pasen en Pinksteren, althans wat er nog over is van deze op heidense tradities gebaseerde feesten. Ach, het geloof zal helemaal verdwijnen op aarde. Want sinds er vrijheid is van mening- en geloofsuiting, is er meer ruzie dan ooit.
Schrijver: Qieneke Elzenhout, 1 april 2011
Geplaatst in de categorie: discriminatie
3.6 met 13 stemmen
652