De heroïsche moeder van het Nederlandse verzet
(voor Helena Theodora Kuipers-Rietberg (1893 - 1944))
Je bent geboren op 26 mei 1893 in Winterswijk. Je vader was Hendrik Rietberg, graanhandelaar en molenaar. Je moeder was Clara Christina Theodora Dulfer. Het was een gereformeerd gezin.
Op de HBS leerde je Pieter Heijo Kuipers kennen. Na de HBS werkte je op het kantoor van je vader en je werkte bij familieleden in de huishouding. Pieter ging naar Medan op Sumatra en terug in Winterswijk werd hij mede-eigenaar van je vaders graanbedrijf. Op 21 april 1921 trouwde je met Pieter en jullie kregen vijf kinderen.
Je was in 1932 de mede-oprichtster van de Gereformeerde Vrouwenvereniging en later was je hoofdbestuurslid van de Gereformeerde Vrouwenverenigingen in Nederland. Je was belezen, dominerend en krachtdadig. Je was gelovig en vol afschuw over de Duitse bezetters. Je haatte het nationaal-socialisme en je vroeg de jonge mannen om niet voor de Duitsers te gaan werken. Voor weigeraars regelde je onderduikadressen. Je liet twee Joden bij je onderduiken en voor andere Joden vond je onderduikadressen. Pieter doorkruiste de Achterhoek voor geschikte adressen en hij bracht de onderduikers weg.
In november 1942 ontmoette je de gereformeerde dominee Frits Slomp uit Heese en met hem organiseerde je de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, de grootste verzetsorganisatie van Nederland. Frits hield preken tegen het nazisme. Frits durfde niet met de trein te reizen, maar je overtuigde hem. Je zei: 'Kerel, zou het nou zo erg zijn als jij om het leven kwam en als er duizenden jongens gered worden?'
Na maart 1943 doken er ook geallieerden uit neergeschoten vliegtuigen onder. Je zonen hielpen ontsnapte krijgsgevangenen naar hun land terugkeren. Je schuilnaam was Tante Riek, als eerbetoon aan je zus Hendrika, die in 1930 was overleden. Het stikte in Winterswijk van de NSB'ers. Je eiste de doodstraf voor verzetsstrijders, die verraad pleegden.
Eind 1943 was je zwaar overspannen, maar je ging door. Op 24 mei 1944 werd je door een politieman getipt, dat je gearresteerd zou worden. De SD in Arnhem was je op het spoor. De kinderen werden naar veilige adressen gebracht. In juni 1944 doken Pieter en jij onder in in Bennekom bij de sigarenfabrikant Van Schuppen. Mevrouw Van Schuppen kon de spanning niet aan, dus wilde je vertrekken. Op 17 augustus 1944 werd de koerierster, die nieuwe persoonsbewijzen wilde brengen, gearresteerd. Ze was verraden door Miep Oranje, werkzaam voor de SD, die na de oorlog spoorloos verdween.
Op 18 augustus 1944 werden Pieter en jij door de Duitsers gearresteerd. Jullie gingen naar twee naast elkaar gelegen cellen in de Arnhemse Koepelgevangenis. Pieter ontkende iedere betrokkenheid en hij werd vrijgelaten. Hij dook onder. Jij hield stand en je verklapte niets. Je werd naar kamp Vught gestuurd, waar verzetsstrijders zonder proces werden doodgeschoten. Jij stond te boek als 'godsdienstwaanzinnige, politieke gevangene'. Je werd naar het concentratiekamp Ravensbrück gebracht. Je hielp je medegevangenen, o.a. je verzetsvriendinnen Hermina Jolink en Elisabeth ten Boom, ook ten tijde van hun overlijden.
Eenmaal opgenomen in de ziekenbarak kreeg je tyfus en longontsteking. Je overleed op 27 december 1944. Je werd eenenvijftig jaar.
Prinses Wilhelmina onthulde in Winterswijk in 1955 een imposant standbeeld voor jou.
Schrijver: Joanan Rutgers, 28 maart 2014
Geplaatst in de categorie: idool
4.8 met 5 stemmen
1.758