Met recht een wereldstrijder tegen onderdrukking te noemen
(voor Cornelis Gerhard Anton de Kom (1898 - 1945))
Je bent geboren op 22 februari 1898 in Paramaribo. Je roomse vader Adolf Damon de Kom was boer/gouddelver en je moeder was Judith Jacoba Dulder. Je vader was als slaaf geboren en zijn achternaam is de omkering van de slaveneigenaar Mok.
Na de Mulo behaalde je het diploma boekhouden. Je werkte bij de Balata Compagnieën Suriname en Guyana, een rubberbedrijf. In 1920 ging je naar Haïti, waar je werkte bij de Societé Commerciale Hollandaise Transatlantique.
Op je 23-ste ging je naar Nederland. Je was enkele jaren als vrijwilliger in dienst bij de Huzaren in Den Haag. Je walgde van racisme en kolonialisme. Via opstellen en gedichten verdedigde je de Surinamers, die door kolonialisme onderdrukt werden. Je gaf hen het zelfrespect terug. Je was tapdanser en amateuratleet.
Op je 24-ste werkte je bij een Haags adviesbureau. Na een jaar werd je vanwege je linkse standpunten ontslagen en werd je vertegenwoordiger in koffie en tabak voor de Haagse koffiebranderij Reuser en Smulders, waar je je vrouw Petronella Borsboom ontmoette. In 1926 zijn Petronella en jij getrouwd en jullie kregen vier kinderen. Als communist streed je voor een onafhankelijk Suriname en maakte je contact met Indonesiërs en Indianen.
Door je zieke moeder ging je in 1933 terug naar Suriname. Ze was al voor je aankomst overleden. Het koloniale gezag zat je dik op de huid. Je runde een adviesbureau op het erf van je ouders. Je was op weg naar gouverneur Bram Rutgers, toen je in opdracht van hem werd gearresteerd. Je aanhangers protesteerden op het Gouvernementsplein en ze wilden niet weggaan, waardoor de politie twee mensen vermoordde en dertig verwondde. Na drie maanden gevangenschap werd je met je gezin naar Nederland gestuurd, waar in 1934 je boek 'Wij slaven van Suriname' bij uitgeverij Contact verscheen.
Je leefde van de steun, terwijl je aan de romans 'Ons bloed is rood' en 'Om een hap rijst' en het filmscript 'Tjiboe' werkte. Veel van je schrijfwerk is helaas verdwenen. Je deed mee aan werklozenacties en in 1939 deed je mee met de Werkverschaffing. Door armoede en tegenslagen werd je wanhopig, verbitterd en overspannen. Je leed aan twijfels en angsten. Je zag dat je strijd voor rechtvaardigheid pijnlijke beperkingen had. Je moest weer tot jezelf komen en begin 1940 werd je gedwongen opgenomen in een Haags, psychiatrische kliniek.
In de tweede wereldoorlog schreef je voor het CPN-blad 'De Vonk'. Je was bevriend met de communistische Haagse schrijver Nico Wijnen, net als jij een belangrijke medewerker van de Internationaal-Socialistische Beweging, opgericht door de dichter/schrijver Jef Last en de journalist/verzetsstrijder Tom Rot, die verbonden waren aan het Revolutionair Socialistisch Blad, waar jij ook in publiceerde. Je zat bij het Nederlandse verzet, want je streed tegen tirannie en onrecht.
Op 7 augustus 1944 werd je op straat gearresteerd. De nazi's namen bij jou thuis een kristalontvanger en geschriften in beslag. Na enkele dagen in het Oranjehotel werd je naar kamp Vught vervoerd. Je werd als een grote vijand gezien, waardoor je eenzame opsluiting in de bunker kreeg. In september 1944 werd je naar het kamp Oranienburg/Sachsenhausen gestuurd, waar je voor de Heinkel vliegtuigfabriek moest werken.
Op 24 april 1945 overleed je in kamp Sandbostel aan tuberculose. Je werd zevenenveertig jaar en je bent in een massagraf begraven.
In 1960 ben je herbegraven op het Ereveld Loenen.
In 1982 kreeg je het Verzetsherdenkingskruis.
Je kleinzoon is de dichter/schrijver/psychiater Antoine de Kom.
In Suriname is er een universiteit naar jou vernoemd en in Amsterdam Zuidoost staat een imponerend, waardig standbeeld voor jou.
Schrijver: Joanan Rutgers, 24 mei 2014
Geplaatst in de categorie: idool
4.0 met 1 stemmen
617