voeg je column toe

Columns

Laatst toegevoegde column (nr. 2.525):

Over Neoliberalisme

Laatst sprak iemand mij aan over een vorige column, waar in ik nogal losjes de term neoliberalisme gebruikte. Wat is dat en wat bedoel je daarmee? Prima vraag, want ik ben altijd aanspreekbaar en bevraagbaar op mijn stukjes. Deze vraag is tegelijkertijd een bedrieglijk eenvoudige en tevens een moeilijke, complexe vraag die te vergelijken valt met een vraaggesprek van twee vissen over water: waar is het en wat is dat eigenlijk? Zo is ook het neoliberalisme: alomtegenwoordig en toch vaag en ongrijpbaar. Neoliberalisme is veelal onbegrepen en wordt als dooddoener gebruikt om verdere discussie te smoren.
De term neoliberalisme wordt bijvoorbeeld gemakshalve gebruikt als een gewillige zondebok waar we zo’n beetje alles aan kunnen toeschrijven wat in de samenleving ons niet bevalt. Iedereen doet daaraan mee, maar we zien veel te gemakkelijk hoe anderen het neoliberalisme misbruiken. Veel moeilijker is om het helder te krijgen wat de achter- of onderliggende uitgangspunten zijn; dat kost wel eventjes.
Voor een goed begrip moeten we eerst eens kijken naar het ontstaan van de staat en de markt na de middeleeuwen in de zestiende eeuw. Vanaf deze tijd bestaat de staat voornamelijk voor zichzelf. Het binnenlands beleid is schier onbegrensd en is gericht op strenge controle van de eigen bevolking. In de volgende eeuwen verandert dat door de ontwikkeling van de politieke economie. De klassieke liberale agenda is, volgens de filosoof Foucault, primair het begrenzen van het staatsbestuur ten dienste van de samenleving. Terwijl de markt in de middeleeuwen vooral een door bestuurlijke reglementen begrensd rechtsgebied was, wordt in de loop van de achttiende eeuw het bestuur nu juist begrensd door economische marktwerking. De vrije markt was eerst in principe een ruilmarkt waar de prijs van de gebruikswaarde van goederen onderling bepaald werd door vraag en aanbod. Vanwege de beperkte hoeveelheid geld ontstaat een markt als een nulsomspel, dat onvermijdelijk slechts winnaars en verliezers kent. Bij een nulsom is de winst van de één noodzakelijk het verlies van de ander. De liberale bestuurspraktijk kan slechts functioneren op basis van vrijheden, bijvoorbeeld met betrekking tot de vrijemarkt, de verkoper, de koper, het eigendomsrecht of de meningsuiting. We noemen de vrije markt vrij omdat de prijsvorming niet door de staat gestuurd wordt.
De meest welwillende interpretatie van de klassieke liberale agenda is dus het begrenzen van het staatsbestuur omwille van de samenleving, met bijzondere aandacht voor de vrije markt. Het kantelpunt is de omslag in de prijsvorming op de markt: niet langer is de gebruikswaarde bepalend, maar de handelswaarde. Het neoliberalisme ís deze wending in de politiek van de marktwerking. Vanaf nu is de kern van het neoliberalisme samen te vatten als marktfundamentalisme, dat wil zeggen als een politieke rationaliteit die zich richt op de werking van de markt. De vrije markt is niet langer een proeftuin voor het begrenzen van de staatsmacht maar een doel op zich geworden ten koste van de (liberale) zorg voor de samenleving. Deze liberale markt is zélf een machtsfactor geworden. Binnen dit nieuw ontstane neoliberale referentiekader worden burgers in de zin van hun verhouding tot de markt gereduceerd tot consumenten, en daarmee ook tot arbeidskrachten, dat wil zeggen tot autonome individuen die voldoende dienen te hebben aan de kans om economisch (en impliciet ook existentieel en ecologisch) te kunnen overleven. Teneinde meer te kunnen consumeren, en zo steeds meer verslaafd te raken aan het onbegrensde kopen. Koop nu betaal later is het devies. Shop till you drop, het liefst in een luxe overdekt winkelcentrum met verleidende aanbiedingen, verlokkende terrasjes en eindeloze feelgood muziek.
De ongrijpbaarheid van het neoliberalisme is het gevolg van de interne tegenstelling van minder marktwerking en tegelijkertijd het succes van de toegenomen welvaart door marktwerking te claimen. Deze paradoxale heilsboodschap die aan het neoliberalisme ten grondslag ligt is prediking van toekomstige welvaart zonder de afwezigheid van enige garantie te noemen. Weliswaar bieden resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst. En als je pech hebt; je niet mee kunt doen dan is er…. ja precies niks, nada, noppes. Helaas pindakaas. En als iemand er kwaad om wordt, op wie dan? Je hebt er toch zelf gekozen, ‘de kiezer heeft gesproken’. Als hierdoor ongerichte volkswoede losbreekt, ja dan zijn de rapen gaar, en daar spinnen gehaaide volksmenners goed garen bij. Dat is geen fraaie politieke werkelijkheid, maar in het licht van het bovenstaande wel begrijpelijk.
Stukje bij beetje wordt nu de onttoverde werkelijkheid zichtbaar: zoals zorg die onbetaalbaar blijkt, allerlei achter- of uitgestelde kosten in de woningbouw, onze infrastructuur en de toestand van onze militaire capaciteit. Enne, oh ja, de nestcongestie natuurlijk.
Dat is de prijs van het neoliberale denken waar men welvaart boven welzijn gesteld heeft; die rekening wordt ons nu gepresenteerd.

... Zijn de rellen die wereldwijd om de haverklap opduiken ergens een signaal van en kunnen we daar wat mee? ...

Schrijver: Jan Fondse
26 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: filosofie

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 1

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: