HOTEL
Ik stap een lobby binnen. Kaal beton, verlicht door een paarse gloed die je normaal alleen ziet in een aquarium voor depressieve diepzeevissen. Geen balie, wel een roestvrijstalen blok met een jongen erachter. Knotje. Grote bril. Heet me zonder ironie welkom in zijn 'concept'.
Mijn kamer is een exercitie in minimalisme. Alles is grijs. Ontworpen door een architect met een gierende teringhekel aan mensen met spullen.
En dan begint de strijd. Ik wil licht. Gewoon, om mijn tanden te poetsen. De lamp is een zwarte spriet zonder knop of snoer. Aan de muur hangt een tablet. Ik moet inloggen op mijn eigen verblijf om een 'scène' te kiezen. 'Relax' of 'Focus'. Ik wil geen scène, ik wil dat dat klotelampje aangaat. Geen tekening met een inbussleutel, wel een QR-code en een diepe, hyperventilatie opwekkende eenzaamheid.
Op de gang staat een zakenman in een pak van drieduizend euro zachtjes te huilen. Zijn hotel-app weigert zijn vingerafdruk. Een succesvol man, vakkundig gesloopt door een algoritme. Hij slaapt vannacht op de gang.
Ik loop terug naar het knotje. "Hoe gaat dat licht aan?" Hij lacht meelijwekkend. "Drie seconden in de sensor kijken, vriend. En dan twee keer knipperen. Dat is onze intuïtieve interface."
Dit is de ultieme arrogantie van de vooruitgang. We hebben alles weggegooid wat werkte. De schakelaar, de hendel, de knop. Alles is vervangen door 'design', wat in de praktijk neerkomt op een vernederende intelligentietest om te mogen zien waar de handdoeken liggen.
Ik ga terug naar mijn kamer en trek de stekker van de tablet uit de muur. Pikdonker. Eindelijk rust. Gewonnen van het algoritme.

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!