Inloggen
voeg je dagcolumn toe

Dagcolumns van algemeen

Over onrecht

Wie over Judith Shklar leest, ontdekt dat ze een moeilijk leven heeft gehad. Ze werd in 1928 in Riga gebo-ren. Het was een internationale stad waar Duits, Jiddisch, Russisch en Lets werd gesproken. Shklar kwam uit een liberale joodse familie. Ze kreeg dus alles over zich heen: discriminatie door Russen omdat ze Duits-joodse roots had en door Duitsers omdat ze joods was. Maar ze kwam uit een goed opgeleide wel-gestelde familie en slaagde erin om via Zweden en de Siberië express naar de Verenigde Staten te vluch-ten. Daar was ze niet alleen zeer intelligent en een aanwinst voor de Harvard universiteit, maar ook een vrouw, wat voor de universitaire wereld voldoende was om haar nooit echt veel kansen te gunnen.

Maar ze zette door en lijkt nu, na haar dood, een steeds belangrijkere filosoof te worden. Dat doet ze door-dat ze schreef over onrecht.

Onrecht, zo schrijft ze in haar boek Over Onrecht, hangt sterk samen met pech. Soms heb je domweg pech, maar ze stelt terecht de vraag wanneer je pech hebt en wanneer je onrecht wordt aangedaan. Wie in Gro-ningen woont, heeft scheuren in zijn huis. Is het pech dat je boven het grootste aardgasveld van Europa woont of is het onrecht dat de NAM zo lang beweert dat de scheuren niet door de aardgaswinning komt? Sommige huizen hebben nu eenmaal scheuren. Is het onrecht dat een schadebureau meer verdient aan de schade in jouw huis, dan dat de NAM aan het herstellen van jouw huis moet betalen?

Dat zijn goede vragen.

Ook zijn er mensen die onrecht wordt aangedaan, maar niet om recht vragen. De één was er als de kippen bij om schadevergoeding bij de NAM te eisen en anderen wachtten er jarenlang op. Ze maakten zich zor-gen, misschien, maar geloofden niet dat de staat er voor hen was. Of ze wilden zich niet als slachtoffer zien.

Shklar laat zien dat er heel veel onrechtvaardigheid is. Ze spreekt zelfs over het rijk van de onrechtvaar-digheid.

Ondertussen is haar boek ook een aanval op passieve onrechtvaardigheid die vooral terug te vinden is in de bureaucratie. Zij schrijft over de Amerikaanse bureaucratie van de jaren zeventig, tachtig, toen het nog enigszins rechtvaardig was, maar ze had net zo goed over de Nederlandse bureaucratie van nu kunnen schrijven. Je leest tussen haar regels gewoon hoe de Toeslagenaffaire en de ellende van het Groninger gas wordt afgedekt met juridische argumenten die neerkomen op wat zei noemt ‘passieve onrechtvaardig-heid’. In naam van redelijkheid doet mening ambtenaar niets.

In haar boek staan twee foto’s. Eén van l’inguistizia en één van la giustizia. Onrecht en recht, mijnheer onrecht en vrouw Justitia. Onrecht is een man die wegkijkt en recht een vrouw die opzij kijkt. In haar boek schrijft Shklar, mogelijk uit herinnering, dat vrouw Justitia je aankijkt, maar dat is niet het geval. Maar vrouw Justitia doet wel iets. Ze heeft twee figuren op haar handen staan die actie ondernemen, ter-wijl Onrecht niets doet, terwijl gewapende mannen aan zijn voeten een naakte vrouw wegslepen. Mijn-heer onrecht is passief onrechtvaardig. Hij heeft besloten het onrecht niet te zien.

Ooit bedacht ik het gezegd: wie is de verzaker, de recht breker of de recht maker? Die vraag popte bij mij op bij het lezen van Shklar. Recht is niet altijd rechtvaardig. Recht is ook niet altijd toegankelijk voor ie-dereen. Dat gold voor de tijden van Aristoteles, toen vrouwen en slaven geen recht hadden, maar ook nu. Wie niets zegt, krijgt niets. Wie tot een minderheid hoort, wordt minder snel gehoord. Vrouw Justitia is ook vandaag de dag een mijnheer Onrecht die wegkijkt.


NB: Lees over Shklar in 'Vrouwen in duistere tijden' van Alicja Gecinska. Lees van Shklar 'Over onrecht'.

Schrijver: Jan R. Lønsing, 10 april 2026

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 7

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)