VERTRAAGD
Ik zit op een vliegveld. Dat klinkt spannender dan het is.
Een vliegveld is in werkelijkheid een enorme wachtkamer waar mensen met rolkoffers collectief proberen hun teleurstelling te verbergen.
Mijn vlucht heeft vertraging.
Twee uur.
Dat is lang genoeg om geïrriteerd te raken, maar te kort om je leven een andere richting te geven.
Dus wacht iedereen.
Er zijn weinig plekken waar de mens zo naakt zichtbaar wordt als op een vliegveld.
Niet letterlijk. Al scheelt het soms weinig bij de veiligheidscontrole.
Ik kijk graag naar mensen die wachten.
Daar is niets heroïsch aan.
Wachten maakt van iedereen een klein kind.
Er loopt een man driftig heen en weer met zijn telefoon aan zijn oor.
"Ja, ik sta hier al anderhalf uur!"
Alsof de piloot hem vanuit de cockpit hoort en denkt:
"Verdomme, die man heeft haast. Starten!"
Naast hem zit een vrouw met een koffiebeker van zes euro vijfenzeventig.
Ze kijkt ernaar alsof ze hoopt dat er inmiddels wijn in zit. Ze draagt een shirt met de tekst: "JEZUS KOMT" dus dat haar koffie binnenkort in wijn verandert zou zo maar kunnen.
Verderop heeft een gezin zich volledig geïnstalleerd. Broodjes. Tablets. Kussentjes. Dekentjes.
Als de vertraging nog een uur langer duurt, vragen ze waarschijnlijk een postadres aan.
Het mooiste zijn de mensen die voortdurend naar het scherm kijken.
Dat scherm verandert nooit.
VERTRAAGD.
Maar toch lopen ze er elke drie minuten naartoe.
Alsof ze hopen dat de letters uit medelijden ineens verspringen naar:
EXCUSES.
WIJ HEBBEN SPECIAAL VOOR U EEN PRIVÉJET GEREGELD.
Ook ik kijk. Veel te vaak. Ik doe alsof ik rationeel ben, maar zodra ik opsta om koffie te halen, kijk ik even.
Je weet maar nooit. Misschien heeft het scherm besloten dat ik de uitzondering ben.
Een man naast mij begint te zuchten.
Hard.
Iedere minuut opnieuw.
Alsof hij persoonlijk wordt tegengewerkt door de luchtvaartindustrie.
Zijn vrouw zegt niets.
Die kent hem vermoedelijk langer dan vandaag.
Na een tijdje klinkt er een omroepbericht.
Iedereen kijkt op. Hoop in de ogen.
Het blijkt een mededeling over een verloren knuffelbeer.
Collectieve teleurstelling.
Dat zie je zelden zo mooi als op een vliegveld. Hier zitten honderden mensen met haast.
Mensen die ergens moeten zijn.
Die denken dat hun aanwezigheid elders van levensbelang is. En toch kan niemand iets doen.
Dat is misschien wel de ware functie van een vliegveld.
Niet reizen.
Maar mensen eraan herinneren dat ze uiteindelijk volstrekt machteloos zijn.
Na twee uur verschijnt eindelijk het verlossende bericht.
BOARDING.
Iedereen springt overeind. Alsof er gratis huizen worden uitgedeeld.
Ook ik. Ik grijp mijn tas. Mijn jas. Mijn waardigheid.
Die laatste laat ik per ongeluk achter bij Gate 17.
Samen met een lege koffiebeker van zes euro vijfenzeventig.
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Geef je reactie op deze inzending: