Ach, flikker toch op met je helden
in hun glitterjurk
van flinterdunne roem,
hun bek vol klatergoud
maar nooit, nee never,
iets te melden.
Mijn held is een gebogen man
in een te lange regenjas
met een vale aktetas
op het Rode Plein.
Iets kan niet stiller zijn
dan sneeuw die valt
en daarin zonder vals vertoon
een vader te zien gaan,…
De reiger spreidde zijn vleugels en kwam statig zijn kant op. Het dier had stil ineengedoken in de onderwal van de bevroren sloot gestaan, maar was door zijn dichterbij komen opgeschrikt. Het beest trad langzaam nader, rekte z'n nek, werd alsmaar groter, de vlerken zwaar als vleugels van een engel. De vogel had vrouwenbenen met volle, blanke dijbenen…
Alles nog als vroeger:
de waaier van licht
op de horizon,
de bonte strandloper
op drift langs de golven,
schuim dat zich buitelend
uit de voeten maakt.
Als vroeger galopperen
over de lage duinen
gepluimde legioenen,
etst als vanouds de wind
zijn geheime tekens.
Ja, alles nog als vroeger
maar in de fles geen brief,
de duinpan leeg.…
Je kunt wel alles denken
dat je wie weet wat,
dat de wortel getrokken
uit je bestaan
een mooi rond getal geeft,
het product van je wezen
een hogere macht is
maar:
waar kiemt de liefde,
waar wortelt je lust,
door welke trage lagen
sijpelt het sap
van de groeiende onmacht,
wie legt van je zijn
de bleke uiteinden bloot.…