Doodmoe en intens verdrietig reed ze van haar werk terug naar huis. Haar werk zat erop en zo ook haar aardse leven, dat had ze die nacht besloten. In de ene zak van haar overjas zaten de pillen die ze had verzameld en in de andere de brief voor haar man.
Ze zette de auto op de oprit en ging naar binnen waar zoals altijd haar kinderen op haar wachtten…
de zingende man bezingt
zijn bevrijdende ontwrichting
gelooft zich na al die jaren God
zijn stem ruw en zoet krast harten open
schreeuwt dromen aan flarden
harde noten het
bloed in de straten
dreunt na
desperatie
dislocatie
separatie
condemnatie
revelatie
in temptatie
isolatie
desolatie…
haar handen
bevangen door stilte
zij wijst geen weg
richt zich op aarde
waar voetsporen
ontstaan, zacht
en onzichtbaar
haar ogen
bevangen door kilte
zij ziet transparant
verkijkt zich
op zijn gelaat
nabij
haar mond
onbevangen
blaast schelphuis
van verlangen
voorzichtig
opzij…
Ik wil hier niet meer blijven
Ik wil nu zo graag gaan
Weggaan en nooit meer terugkomen
Op zoek naar een nieuw bestaan
Waar mensen me nog niet kennen
Waar ik een vreemde ben voor iedereen
Alles achter me laten en vertrekken
Helemaal alleen...
Op zoek naar een nieuwe wereld
Een wereld waarin ik hoor
Niet dit vreselijke leven
Waarin ik mezelf…
Ik wil zo niet langer leven
Ik kan het niet meer aan
Ik zou zo graag sterven
Waarom laat God me nog niet gaan?
Omdat er mensen van me houden
Omdat er mensen om me geven
Omdat anderen het niet aankunnen
Als ik niet meer zou leven.
Ik leef dus voor een ander
Moet het zo van God?
Dit gevoel moet snel verdwijnen
Want ik ga er langszaam aan…