Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De donkere tunnel

Doodmoe en intens verdrietig reed ze van haar werk terug naar huis. Haar werk zat erop en zo ook haar aardse leven, dat had ze die nacht besloten. In de ene zak van haar overjas zaten de pillen die ze had verzameld en in de andere de brief voor haar man.
Ze zette de auto op de oprit en ging naar binnen waar zoals altijd haar kinderen op haar wachtten. De jongste van de twee tilde ze op voor een laatste knuffel, haar oudste aaide ze over zijn bol om maar niks te laten merken. Ze bracht haar jongste kind naar de oppas. Stralend als altijd voor de buitenwereld liep ze erheen. Op de terugweg naar huis voelde ze haar tranen branden in haar ogen.

Thuis aangekomen begon ze te huilen. Ze pakte haar pillen en een fles goede wijn. De met de hand geschreven brief legde ze op tafel. Snel drukte ze nog een kus op de foto van haar man die in haar mobiele telefoon stond. Uitgeput zakte ze op de grond. Ze voelde dat ze uit haar lichaam gleed.

Daarop kwam ze in een eindeloze donkere tunnel terecht die steeds smaller leek te worden. Koortsachtig zocht ze het licht dat zich aan het eind van de tunnel zou moeten bevinden. Toen ze na een heel lange tijd uit de tunnel kwam, zag ze een oude trap waar ze op moest klimmen om bij een deur te komen. Ze hoopte dat achter die deur het licht zou zijn waar ze zo naar verlangde. De deur stond half open. Ze keek naar binnen en zag een donkere gang.

Doodsbang liep ze de gang in die aan weerszijden nissen had. Het was er koud en ze hoorde een vreemd gebrom. In de nissen zag ze wezens die enorm veel eenzaamheid en verdriet uitstraalden. Ze voelde een intens medelijden met deze wezens en vroeg zich af waar Jezus was waar ze zo graag naartoe wou.
Voor haar doemde een wezen op. 'Ga terug, lief kind', sprak het wezen haar toe.
Ze keek hem vragend en angstig aan. 'Ga terug!' zei hij nog eens, maar nu klonk zijn stem doordringend.
Ze draaide zich om en zocht de deur waardoor ze naar binnen was gekomen, maar waar ze ook keek, nergens was deze te zien. In paniek begon ze te rennen, maar de gang leek alleen maar langer en donkerder te worden. Het angstzweet brak haar uit en ze viel op haar knieën.
'Vader, waar bent u toch?', schreeuwde ze.

Opeens voelde ze dat ze met een harde klap weer in haar lichaam belandde. Ze opende haar ogen en keek in de ogen van haar lieve vriendin die naast haar bed zat.
'Waarom, waarom?', vroeg ze smekend.
Haar keel brandde en voelde droog aan. Ze begon te huilen en besefte dat haar taak op aarde nog lang niet voorbij was. Ze moest verder om haar doel te bereiken. Als dat zou lukken, zou ze wel voor altijd met Jezus in het licht mogen zijn.

Schrijver: Moniek, 11 jan. 2010


Geplaatst in de categorie: afscheid

2,4 met 25 stemmen 296



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)