Maar plotseling richt ze haar hoofd op en zegt met een gebroken, maar duidelijk verstaanbare stem: 'Als ik toch geweten had dat hij zo dichtbij, in dezelfde stad, als onder handbereik, al die tijd aanwezig is geweest, naast de Westertoren, in het Achterhuis van de familie Frank. Als ik dat toch geweten had!' Dan zwijgt ze weer.…
De herfst was koud en bracht veel regen. Ik heb altijd geprobeerd naar lichtpuntjes te kijken en mijn grote lichtpunt was Fritz. We fantaseerden wat we niet allemaal samen zouden doen als we hier ongehavend doorheen zouden komen. Dat waren de enige gelukkige momenten in die hele oorlogstijd.…
In de verte
een trein
beweegt zich voort
Geruisloos
Door niets gestoord.
Er nadert
een trein
gaat aan de stilte voorbij
slokt me op
In allesoverheersende razernij.
Er trekt aan me voorbij
een trein
ik loop door
geruisloos
Alsof ik niets dan stilte hoor.…
Een traan valt mee te leven
Een traan die hoort erbij
Om hem even weg te vegen
Zo ben je weer even blij
Twee tranen zijn moeilijk
Met dubbel zoveel verdriet
Je krijgt dan een andere kijk
Maar vergeten doe je niet
Een overvloed aan tranen
Die als regen druipen over je gezicht
Ik denk aan de momenten samen
Aan de donkere maar ook degene…