Inloggen

biografie: M.A Romers

M.A Romers, geboren op 15 juni 1954 te Maasdijk (ZH), nu wonende te Doetinchem.

Mijn hoofdonderwerpen zijn mensen en emoties.

Ik schrijf over alles wat ik meemaak, hoor en zie gebeuren, waarbij ik wel moet opmerken dat ‘de liefde’ en al wat dat met zich meebrengt, wel voorkeur geniet. Waarschijnlijk omdat die emotie m.i. de heftigste is.

Als schrijver ben ik alleen maar ‘de beschouwer’ die door het vastleggen op papier, afscheid/afstand neemt van het geschrevene en het als een reflectie geeft aan de lezer. 

Herkenning in het gevoel ‘ik ben niet alleen of de enige’ Omdat ik eenvoud in taalgebruik uiteindelijk toch het allerbelangrijkste vind, probeer ik mijn gedichten en korte verhalen zo te schrijven dat ‘iedereen’ het kan lezen, zonder de ‘diepte’ te verliezen.

Ik vind het ‘mooi’ als mensen zich kunnen herkennen in mijn gedichten, als ze er ‘hun’ emotie in vinden. Of dat nu verdriet, troost of vreugde is.

Werk: 

Gedichtenbundels

Een stukje van mij     ISBN nr 90-805257-1-5
Contact                    ISBN nr 90-805257-2-3
 
Gedichten en korte verhalen
 
Tarishja                    ISBN nr 90-70238-38-1

Inzendingen van deze schrijver

6 resultaten.

De legende van Gorfigliano en Gramolazzo - Deel 4

verhaal
3,3 met 3 stemmen 756
Langzaam kwam het hoofd van Mario uit het graf tevoorschijn. Rondspiedend klom hij uit het gat en bewoog zich, zonder het te weten in de richting van Juliano. Plots schoot een zwarte schaduw door de lucht en voor Mario een kreet kon uiten had Juliano’s hond zijn strot afgebeten en zijn nek gebroken. Het enige geluid dat op de begraafplaats te horen was geweest was het korte knarsen van het beest zijn tanden op het bot van Mario’s nek. Gevolgd door het geluid als van een brekende tak bij het breken van zijn nek. Zelfs de val van Mario werd opgevangen door het sterke beest.
Door de nacht klonk het geluid van dravende paarden. Luca en Paolo arriveerden. Het schuim stond de dieren op de bek en flanken. Ze waren afgepeigerd en stonden te trillen op hun benen. Kort wisselden Paolo en Juliano enkele woorden. Het gezicht van Paolo was vertrokken in een grimas van woede en verdriet. Na Luca bedankt te hebben gaf Juliano zijn hond een kort commando waarop het beest vertrok. Hij zou de anderen waarschuwen. Het moment was aangebroken. Ze zouden de kinderen gaan halen.
Samen daalden zij af in het geopende graf. Luca bleef achter, hij was kapot. Hij had als een duivel gereden om Paolo in te halen. Zij waren direct teruggereden op verse paarden. Langzaam beklommen Paolo en Juliano de traptreden, steeds verder omhoog. Na een klim van zeker 1000 treden kwamen ze bij een klein luik welke openstond. Gewaarschuwd door wat Mario zo even overkomen was, bleven ze eventjes wachten.
In de verte hoorden ze geluiden die er op duiden dat buiten gevochten werd. Het woeste gegrom en gegrauw van de honden kwam boven alles uit. Paolo kon niet langer wachten. Hij stormde naar boven en bevond zich, naar later bleek, in één van de bijvertrekken van de kerk. Juliano stond al weer naast hem maar werd nu toch wel wat meer gehinderd door de steekwond die Renato hem had toegebracht. Achter elkaar gingen ze verder en kwamen het kerkje binnen....

De legende van Gorfigliano en Gramolazzo - Deel 3

verhaal
3,3 met 3 stemmen 672
Nadat hij de honden thuisgebracht en een afdruk van de hoef gemaakt had, ging Juliano te paard van huis. Hij had brood bij zich, de hoefafdruk en wat geld. Eerst ging hij langs bij zijn vriend Luca. Vertelde hem het een en ander, gaf hem wat geld, het brood en de hoefafdruk. Samen gingen ze weer naar buiten. Luca besteeg het paard van Juliano en verdween met grote snelheid in de vallende nacht. Juliano liep gehaast door de straatjes van Gorfigliano, de berg op langs het kerkhof, tot aan de deur van het woonhuis van de Graaf. Hij klopte aan.
Het luikje in de deur ging open en van binnenuit werd hem gevraagd wat hij kwam doen op dit uur van de dag.
Juliano kon niet zien wie er achter de deur stond maar hij had wel een vermoeden. Het liefst wilde hij het gezicht zien bij wat hij ging zeggen. Daarom deed hij een klein stapje opzij zodat hij schuin naast het luikje stond. Nu zag hij de Graaf staan. Deze kon hem niet zien want hij stond net buiten het schijnsel van het licht. “Ik kom de kinderen van Paolo halen” zei hij. Het gezicht van de Graaf was emotieloos. Inplaats van antwoord te krijgen, schoot er schuin van boven een pijl door het deurluik. Trillend bleef deze in de grond staan. Precies achter de plek waar Juliano zojuist nog had gestaan. Zo snel hij kon maakte hij zich uit de voeten, het pad af dwars door het bos. Maar na zo’n vijftig meter werd zijn weg versperd. Voor hem stond Renato, de tweede zoon van de Graaf. Kort, gedrongen maar gespierd en gewapend met een mes. Grijnzend stond hij daar voor hem midden op het pad. Juliano liep zo hard dat een botsing onvermijdelijk was. Hij gooide zich nog iets opzij maar voelde de stekende pijn van de messteek in zijn zij. Razend van woede greep hij in zijn val de arm van Renato waarmee hij gestoken had en brak hem in een beweging. Renato gilde nu, hij wist dat hij gefaald had. Hij had gericht op Juliano’s hart maar door de snelheid van Juliano had hij gemist. Het laatste wat Renato zag, was de dikke boom waarop zijn hoofd verpletterd uiteen spatte.
Snel vervolgde Juliano zijn weg. Hij hoopte maar dat Luca gedaan had wat hij hem gevraagd had. Maar eerst moest hij naar huis, de honden moesten los. Thuisgekomen pakte hij zijn kruisboog, de koker met pijlen en zijn speer. De honden jankten en huilden als ware wolven toen hij het hek open gooide. Achter hem klonk een klein gerucht. Snel draaide hij zich om en wilde vanuit de draai een pijl afschieten, maar hield in toen hij zag dat het zijn vriend Graziano was. Die gealarmeerd door Luca, samen met Mariano en Mauro naar zijn huis waren gekomen. Precies zoals hij Luca gevraagd had. Luca was een betrouwbare vriend....

De legende van Gorfigliano en Gramolazzo - Deel 2

verhaal
4,7 met 3 stemmen 679
De zon scheen en het bloed op het zandpad verdroogde. Niets herinnerde nog aan het vreselijke voorval. Behalve het stukje zoutbrood misschien, aan de kant van de weg die door de botsing uit Julia’s hand was gevallen. Zij had altijd al minder snel gegeten dan Maria die het broodje allang op had. Maar ja, wie ziet er nou een stukje brood langs de kant van de weg. De vogels en mieren zouden het opeten en dat was dan dat. Ware het niet dat Juliano de bakker zijn ronde nog moest doen. Hij bracht elke dag brood naar de mensen en zo ook vandaag. Eindelijk was hij klaar met bakken en kon hij naar buiten, weg van die warme oven, heerlijk in de frisse lucht. Hij zag het stuk brood direct liggen en raapte het op. Vreemd dacht hij, waarom zouden de meisjes het weggegooid hebben, ze waren er zo blij mee geweest. De afdruk van Julia’s beet stond nog duidelijk in het brood. Eerst wilde hij het weggooien maar stopte het toen toch in zijn zak. Hij zou het hun later vragen, bedacht hij zich.
Toen Julia en Maria ‘s middags nog niet thuis waren gekomen werd Lucinda toch wel wat ongerust. De kinderen waren wel eens vaker later thuis gekomen maar nooit als hun vader niet thuis was. Ze wisten dat hij dat niet prettig vond. Snel liep ze naar de buurvrouw en vroeg haar even op te letten of de meisjes thuis kwamen als zij er niet was. Daarna liep ze zo snel als ze kon naar het dorp. In Gramolazzo aangekomen vernam ze van de vriendinnetjes van Julia en Maria dat niemand hen gezien had die dag. Nu werd Lucinda pas echt ongerust. Wat moest ze doen. Paolo zou nog dagen niet thuis zijn en ze kon hem ook niet bereiken. Ze besloot naar Gorfigliano te lopen in de hoop dat haar kinderen daar zouden zijn. Het was vanaf hun huis wel een kleine omweg maar het zou kunnen want ook daar woonden een paar vriendinnetjes van hen. Maar ook daar had niemand hen gezien. Nu brak er iets in haar. Hoewel ze zichzelf voorhield dat haar kinderen inmiddels vast wel veilig bij de buurvrouw zouden zijn, moest ze huilen. De tranen stroomden over haar gezicht.
Juliano wilde net zijn honden gaan voeren toen hij haar zag lopen, met gebogen schouders en haar handen voor haar gezicht. “Wat is er aan de hand” vroeg hij. En Lucinda vertelde haar verhaal aan hem. Juliano trooste haar en vertelde dat Julia en Maria die morgen nog bij hem brood hadden gehaald. Maar hij verzweeg dat hij een stukje brood had gevonden op het pad bij het bos. Hij bracht Lucinda thuis met zijn paard en wagen. Daar wachtte de buurvrouw hen op. Ze had niets gezien, geen meisjes helemaal niets. Lucinda zeeg ineen, ze kon het niet meer aan en was flauwgevallen. Nadat de buurvrouw haar verzorgd en in bed gelegd had, ging Juliano weer weg. Onderweg bedacht hij een plan.
Thuisgekomen bedacht hij zich geen moment, hij haalde de honden uit het hok. Het waren de beste jachthonden uit de wijde omgeving en hij ging naar de plek waar hij eerder die dag het stuk brood gevonden had. De honden jankten van opwinding toen ze de geur van bloed en paard opsnoven. De eersten stoven het bos al in maar werden door Juliano teruggefloten. Onwillig luisterden ze. Hij bekeek de grond op het pad en in het struikgewas en vond de paardensporen. Hij herkende het teken van de Graaf en bedekte een van de duidelijkste hoefsporen. Later zou hij van brooddeeg een afdruk maken. Nu ging hij verder het bos in met zijn honden. Zonder al teveel geluid volgden zij het spoor tot aan het pad dat achterom naar Chiesa Sergghio en het woonhuis van de Graaf leidde. Juliano wist genoeg, zijn honden vergisten zich nooit. De kinderen waren hier in het huis van Graaf Olbaid. Hoe het verder zat interesseerde hem niet, nog niet. Hij wist waar ze waren....

De legende van Gorfigliano en Gramolazzo - Deel 1

verhaal
4,3 met 6 stemmen 903

Diep verscholen in de appenijnen liggen twee dorpjes, Gorfigliano en Gramolazzo. De een tegen de bergwand en de ander beneden aan het meer van Gramolazzo. Als toevallige voorbijganger of verdwaalde toerist vind je er nu, tot je grote verrassing, precies tussen de twee dorpjes in een eenvoudige camping. Vanwaaruit je een prachtig uitzicht hebt op de in rust badende omgeving en de machtige Monte Pisanino. Maar de legende wil dat dit niet altijd zo is geweest.
Lang geleden, maar nog niet zo lang geleden, bewoonden Graaf Olbaid en zijn vier zonen, Mario, Renato, Pietro en Alessandro het woonhuis en de bijgebouwen van Chiesa al Vegghio. Graaf Olbaid werd in de wijde omtrek gerespecteerd en gevreesd. Gerespecteerd vanwege zijn status en gulheid voor zijn vrienden en hun familie. Gevreesd voor zijn medogenloosheid ten aanzien van een ieder die hem trachtte te dwarsbomen. De dorpelingen van Gorfigliano droegen de Graaf op handen, vereerden hem zelfs. Want zij profiteerden van zijn onmetelijke rijkdom. Waarvan niemand overigens wist hoe die verworven was. In Gramolazzo echter hadden de mensen zo hun bedenkingen. De meesten van hen meden de Graaf en de omgeving waar hij woonde. Alleen als zij gedwongen werden, bijvoorbeeld als er iemand begraven moest worden, kwamen zij daar. Ze moesten dan wel want de begraafplaats van beide dorpjes was gelegen aan de voet van de berg, precies onder het woonhuis van de Graaf. En de dienst ter afscheid van de overledene vond altijd plaats in Chiesa al Vecchio, naast zijn woonhuis. Dit was altijd al zo geweest, zo lang al dat zelfs de oudsten in beide dorpjes niet anders wisten. De zonen van de Graaf regelden alles. Zij groeven het graf, verzorgden de dienst en droegen de kist van het kerkje naar de begraafplaats, alwaar ze later het graf weer dichtten.
Nu wil het geval dat de Graaf al zolang de mensen wisten een conflict had met Paolo, een rijke boer uit Gramolazzo. Zijn huis was gelegen op de volgende berghelling, recht tegenover Chiesa al Vegghio. Paolo was een grote, logge goedzak. Zo sterk als drie mannen bij elkaar en de vriendelijkheid zelve. Galant tegen de vrouwen en als een vader voor alle kinderen. Niemand in beide dorpjes wist waarom of waarover juist deze twee mannen ruzie hadden. Het enige wat men wel wist was dat Paolo altijd als hij de Graaf of zijn zonen tegenkwam, voor hen op de grond spuugde en als het ware dwars door hen heen keek, alsof ze niet bestonden. De Graaf reageerde nooit. Zijn zonen wisten echter geen raad en keken altijd snel de andere kant op als zij Paolo onverwacht tegen kwamen. Maar meestal hadden ze hem allang gezien en gingen snel een andere kant op....

Het verhaal van het lege vertrek en het achtergelaten huis Ettol-Rah

verhaal
1,1 met 16 stemmen 1.743
er was eens een huis
Ettol-Rah geheten
het was een mooi en groot huis
gebouwd door mensen...

Het verhaal van de heks en de vreemde vogel

verhaal
2,9 met 14 stemmen 1.455
er was eens een heks
en zij woonde op een eiland
aan de voet van een berg
op een zolderkamertje...