Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De legende van Gorfigliano en Gramolazzo - Deel 3

Nadat hij de honden thuisgebracht en een afdruk van de hoef gemaakt had, ging Juliano te paard van huis. Hij had brood bij zich, de hoefafdruk en wat geld. Eerst ging hij langs bij zijn vriend Luca. Vertelde hem het een en ander, gaf hem wat geld, het brood en de hoefafdruk. Samen gingen ze weer naar buiten. Luca besteeg het paard van Juliano en verdween met grote snelheid in de vallende nacht. Juliano liep gehaast door de straatjes van Gorfigliano, de berg op langs het kerkhof, tot aan de deur van het woonhuis van de Graaf. Hij klopte aan.
Het luikje in de deur ging open en van binnenuit werd hem gevraagd wat hij kwam doen op dit uur van de dag.

Juliano kon niet zien wie er achter de deur stond maar hij had wel een vermoeden. Het liefst wilde hij het gezicht zien bij wat hij ging zeggen. Daarom deed hij een klein stapje opzij zodat hij schuin naast het luikje stond. Nu zag hij de Graaf staan. Deze kon hem niet zien want hij stond net buiten het schijnsel van het licht. “Ik kom de kinderen van Paolo halen” zei hij. Het gezicht van de Graaf was emotieloos. Inplaats van antwoord te krijgen, schoot er schuin van boven een pijl door het deurluik. Trillend bleef deze in de grond staan. Precies achter de plek waar Juliano zojuist nog had gestaan. Zo snel hij kon maakte hij zich uit de voeten, het pad af dwars door het bos. Maar na zo’n vijftig meter werd zijn weg versperd. Voor hem stond Renato, de tweede zoon van de Graaf. Kort, gedrongen maar gespierd en gewapend met een mes. Grijnzend stond hij daar voor hem midden op het pad. Juliano liep zo hard dat een botsing onvermijdelijk was. Hij gooide zich nog iets opzij maar voelde de stekende pijn van de messteek in zijn zij. Razend van woede greep hij in zijn val de arm van Renato waarmee hij gestoken had en brak hem in een beweging. Renato gilde nu, hij wist dat hij gefaald had. Hij had gericht op Juliano’s hart maar door de snelheid van Juliano had hij gemist. Het laatste wat Renato zag, was de dikke boom waarop zijn hoofd verpletterd uiteen spatte.




Snel vervolgde Juliano zijn weg. Hij hoopte maar dat Luca gedaan had wat hij hem gevraagd had. Maar eerst moest hij naar huis, de honden moesten los. Thuisgekomen pakte hij zijn kruisboog, de koker met pijlen en zijn speer. De honden jankten en huilden als ware wolven toen hij het hek open gooide. Achter hem klonk een klein gerucht. Snel draaide hij zich om en wilde vanuit de draai een pijl afschieten, maar hield in toen hij zag dat het zijn vriend Graziano was. Die gealarmeerd door Luca, samen met Mariano en Mauro naar zijn huis waren gekomen. Precies zoals hij Luca gevraagd had. Luca was een betrouwbare vriend.
Snel vertelde hij hen wat er voorgevallen was en gezamenlijk vertrokken ze, met vier van zijn beste honden. De rest van de honden bleef bij het huis, los zwervend en wakend over wat van hen was. Niemand zou het in zijn hoofd halen nu het erf te betreden. Iedereen, ook de Graaf, wist hoe gevaarlijk de ‘bastaarden’van Juliano waren.
Ze stamden in rechte lijn van de wolven af, die Juliano ooit als puppies uit het bos had meegenomen en later gekruist had met de beste jachthonden die hij bezat. Het waren duivels met de beste neuzen en gehoorzaam tot in de dood.

Juliano, Mauro, Graziano en Mariano liepen gewapend met kruisboog, speer en messen door het bos, bedacht op elk geluid en beweging. Maar het bos was overal stil, te stil. De dood waarde voelbaar door het woud. Hun gezichten stonden verbeten terwijl ze hun posities innamen. Nu moesten ze wachten op Luca, die Paolo zou halen. Elk pad naar het huis van de Graaf was onder toezicht. Mariano, Graziano en Mauro bewaakten die. Juliano had ieder van hen één van zijn honden meegegeven en de beesten voor mensen onverstaanbare commandos gegeven. Ze volgden elke beweging nauwlettend. Juliano zelf was naar het kerkhof gegaan. Waarom precies wist hij niet, maar daar had hij met Luca afgesproken.

Na een uur hoorde hij iets achter op de begraafplaats. Eén van de grote marmeren platen schoof bijna onhoorbaar van zijn plaats. Juliano glimlachte, Paolo had dus altijd al gelijk gehad. Wat zijn vermoeden was werd nu bewaarheid. De Olbaid’s gebruikten de begraafplaats als geheime ingang van hun veste. Zonder hoorbaar commando verdween de hond van Juliano’s zijde de nacht in.

Schrijver: M.A Romers, 15 jul. 2004


Geplaatst in de categorie: overig

3,3 met 3 stemmen 672



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)