Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De legende van Gorfigliano en Gramolazzo - Deel 4

Langzaam kwam het hoofd van Mario uit het graf tevoorschijn. Rondspiedend klom hij uit het gat en bewoog zich, zonder het te weten in de richting van Juliano. Plots schoot een zwarte schaduw door de lucht en voor Mario een kreet kon uiten had Juliano’s hond zijn strot afgebeten en zijn nek gebroken. Het enige geluid dat op de begraafplaats te horen was geweest was het korte knarsen van het beest zijn tanden op het bot van Mario’s nek. Gevolgd door het geluid als van een brekende tak bij het breken van zijn nek. Zelfs de val van Mario werd opgevangen door het sterke beest.


Door de nacht klonk het geluid van dravende paarden. Luca en Paolo arriveerden. Het schuim stond de dieren op de bek en flanken. Ze waren afgepeigerd en stonden te trillen op hun benen. Kort wisselden Paolo en Juliano enkele woorden. Het gezicht van Paolo was vertrokken in een grimas van woede en verdriet. Na Luca bedankt te hebben gaf Juliano zijn hond een kort commando waarop het beest vertrok. Hij zou de anderen waarschuwen. Het moment was aangebroken. Ze zouden de kinderen gaan halen.

Samen daalden zij af in het geopende graf. Luca bleef achter, hij was kapot. Hij had als een duivel gereden om Paolo in te halen. Zij waren direct teruggereden op verse paarden. Langzaam beklommen Paolo en Juliano de traptreden, steeds verder omhoog. Na een klim van zeker 1000 treden kwamen ze bij een klein luik welke openstond. Gewaarschuwd door wat Mario zo even overkomen was, bleven ze eventjes wachten.

In de verte hoorden ze geluiden die er op duiden dat buiten gevochten werd. Het woeste gegrom en gegrauw van de honden kwam boven alles uit. Paolo kon niet langer wachten. Hij stormde naar boven en bevond zich, naar later bleek, in één van de bijvertrekken van de kerk. Juliano stond al weer naast hem maar werd nu toch wel wat meer gehinderd door de steekwond die Renato hem had toegebracht. Achter elkaar gingen ze verder en kwamen het kerkje binnen.

Op het altaar lag het lichaam van Maria. Haar ontzielde lichaam was van boven naar beneden opengesneden. Achter het altaar stond de Graaf met in zijn handen het hart van Maria en een vlijmscherp mes. Bloed droop tussen zijn vingers en langs zijn kin. Juliano was verlamd door de vreselijke aanblik. Paolo niet. Met een woeste brul sprong hij op de Graaf af. Maar die weerde hem af met een gemak alsof Paolo een lammetje was. Juist wilde hij boven op Paolo springen om hem met het vlijmscherpe mes de keel af te snijden, maar zijn beweging stokte. Verbaasd en met ongeloof keek hij naar de plek waar de houten speer van Juliano hem geraakt had. Zwart bloed sijpelde tussen zijn vingers door op de grond. Hij trachtte nog de houten speer eruit te trekken maar zakte toen rochelend in elkaar. Paolo wilde hem alsnog te lijf gaan maar Juliano hield hem tegen. Waar is Julia schreeuwde hij tegen de Graaf. Maar die zei niets, hij keek alleen maar naar de plek waar het hout zijn lichaam uitkwam.

Toen hoorden Paolo en Juliano een zacht huilen. Het kwam van onder de vloer. Snel tilden ze de luiken op. En jawel, onder één van de luiken lag Julia, aan handen en voeten gebonden, maar levend. Na haar uit het gat gehaald te hebben smeten ze de Graaf in het gat. Alwaar ze hem nog enkele malen doorstaken tot er totaal geen beweging meer te zien was. Hierna deden ze snel de zware stenen vloerluiken weer op hun plaats. De Graaf zou hier nooit meer uit komen dachten ze. Zijn beide andere zonen, Pietro en Alessandro waren door Mauro, Mariano en Graziano gedood en onthoofd. De honden hadden hen het hart uitgevreten.


Het lichaam van Maria werd later die week begraven en Julia knapte heel langzaam weer op. Niemand heeft na die tijd ooit meer over de Graaf en zijn zonen gesproken. Zelfs heden ten dagen spreekt niemand over hen. Maar zijn botten liggen nog steeds in Chiesa Vecchio, onder hetzelfde zware stenen vloerluik waar Paolo en Juliano hem toen inhebben gegooid. Maar volgens de legende leeft zijn geest nog steeds voort. Ook nu nog bewoont een telg van de familie Canini, Juliano het bakkershuis. En ook hij heeft jachthonden van het beste soort. Die soms, meestal rond drie uur in de nacht, huilen en grauwen net als hun voorvaderen deden. Het gerucht wil, dat ze de geest van de Graaf dan van het erf af jagen, terug het bos in.

Schrijver: M.A Romers, 15 jul. 2004


Geplaatst in de categorie: overig

3,3 met 3 stemmen 756



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)