Inloggen

biografie: Vera De Brauwer


Inzendingen van deze schrijver

17 resultaten.

Mini-loempiaatjes en dwangbuizen

column
2,0 met 9 stemmen 227
Ik ben niet van de dikste, eufemistisch uitgedrukt. Niet dat ze mij zomaar door een sleutelgat zouden kunnen trekken (zoals mijn lieve moeder zaliger placht te zeggen), maar er steekt liefst geen krachtige wind op als ik mijn wasgoed aan de draad hang. Ik was nooit een zwaargewicht en waar de meeste vrouwen na een zwangerschap een paar kilo's extra meezeulen, was het bij mij net het omgekeerde. Gelukkig ben ik na twee kinderen gestopt. Ook mijn bolle wangetjes verdwenen samen met het bolle buikje. Pas op, je hoort mij niet klagen. Ik eet wat ik wil, zoveel als ik op kan, een luxe, quoi!
Onlangs hoorde ik twee collega's praten over revolutionaire lingerie die alle vetrolletjes zou doen "verdwijnen". Goedele Liekens zou in een TV-programma bekend hebben dat zij het ook droeg, ter demonstratie haar jurkje omhoog schortend. Waar dat vet dan wel naartoe ging, vroegen die collega's zich af. Het zou me worst wezen (lekker, met appelmoes en frietjes én een grote schep mayonaise). Toen ik enkele dagen later in een pashokje het door mij fel begeerde nauwsluitende jurkje over mijn hoofd had getrokken en mijn spiegelbeeld een kritische blik toewierp, kon ik er echter niet naast kijken: er waren kwabbetjes te zien! Van die kleintjes. Van die mini-loempiaatjes. De dochter werd inderhaast geïnterpelleerd. Ja, zij zag ze ook. Maar ze vielen toch écht niet op. Volgens haar. Nu ben ik het volstrekt eens met het protest tegen anorectische fotomodellen en tegen het ongebreidelde fotoshoppen dat van elke levende vrouw een barbiepop maakt, maar als je zelf de pop bent, wil je er liefst wat ordentelijk uitzien in je barbiejurkje. Wat zou er ongezond of nadelig kunnen zijn aan het dragen van de moderne versie van het korset?
Dus kocht ik het kleedje en ging op zoek naar wat, zoals internet mij leerde, "shapewear" heet. Zoveel merken, zoveel modellen, zoveel winkels. Ik stapte er een binnen en een vriendelijke juffrouw begeleidde mij naar het rekje met het onaantrekkelijke-maar-o-zo-efficiënte ondergoed. Ik bekeek de diverse modellen en koos een slip uit die tot onder je oksels kwam, mét pijpjes om de kwabbetjes zover mogelijk naar beneden af te leiden. Zelfverzekerd nam ik een small van het haakje. "Het zijn wel ultrakleine maatjes," kreeg ik als advies. De juffrouw haalde de short uit het zakje en spreidde hem voor me open. Voor zover je van openspreiden kon spreken: het ding was nauwelijks 15 cm breed! Okee, het was elastisch, maar het gaf zich niet zomaar gewonnen toen ik er mijn armen doorstak om het open te rekken. Voor de zekerheid dus ook een medium mee in het pashokje. Ik wurmde me in de mediumshort, die ik optrok tot aan mijn boezem. Tot mijn verbazing zat die dwangbuis niet oncomfortabel. Wat zag ik er strak uit! Alle loempiaatjes gladgestreken. Overal een egaal laagje crème au beurre. Ik liet mijn handen over mijn middel, buik en heupen glijden... Ik zag er natuurlijk niet uit, met zo'n ultramegamaxislip. Maar niemand die ze zou zien, onder mijn jurkje.
Waarom is een mens nooit onmiddellijk tevreden? Waarom moet men altijd controleren of iets anders niet nóg beter is? Waarom probeerde ik of ik me niet tóch in een small kon proppen? Toen ik mijn ene been erin had geperst en ik het tweede tegenstribbelende pijpje met ál mijn kracht wou optrekken, schoot er een pijnscheut in mijn rechterschouder die elke volgende poging onmogelijk maakte. "Gaat het?" vroeg de juffrouw meelevend. Neen, het ging absoluut niet. Die small was enkel geschikt om te vullen met gehakt, bereid met fijne kruiden, beschuiten en een eitje, en in de oven langzaam te garen....

Kerst, voor de mensen van goede wil...

column
3,0 met 1 stemmen 134
Gisteren maakte ik gebruik van mijn drie kwartier middagpauze om twee boterhammen soldaat te maken (uitzonderlijk bleef de derde gespaard omdat het zo druk was op de dienst dat ik eigenlijk geen honger had) en daarna het centrum in te duiken om een kerstcadeautje te kopen. In het kitscherige juwelenwinkeltje waar ik vaste klant ben, zag ik toevallig de muts met pompon van mijn puberdochter passeren. Om het einde van de examens te vieren maakte ze samen met enkele klasgenootjes een uitstap naar Gent. Correctie: naar de Veldstraat, dé winkelstraat van Gent. Kijk eens wat een mooie ring? Ik denk dat ik hem ga kopen. Ja, doe maar meisje. Zelf kocht ik een paar oorringetjes voor het dochtertje van mijn zus: zilveren strikjes met zirkoontjes. De bijzonder kleurrijke taartjes-met-slagroom of regenboogjes-met-wolkjes zullen haar oorlelletjes niet sieren.
Nog veertien minuten over. Ik twijfelde of ik nog naar de Lange Munt zou gaan en vertrok dan toch, in looppas. Ik sprong de winkel binnen, liep naar achter, grabbelde in één der manden, haalde er een zwarte legging uit met fronsboord en sierknoopjes onderaan en toog naar de kassa. De lengte van de rij leek mee te vallen. De volgende klant. Een probleempje. Probleempje opgelost. De volgende klant. Een babbeltje. Ik begon het warm te krijgen. De vrouw vóór mij had een mand vol artikelen. Ik waagde de gok: of ik misschien mocht vóórgaan? Ik had maar één artikel, het geld reeds in de hand en ik moest vóór twee uur terug zijn op mijn werk... alstublieft mevrouw? Nee, dat ging niet. Ze had zelf al óveral zólang moeten aanschuiven, zei ze pinnig. Dan zal ik wel heel hard lopen, antwoordde ik. Waar al haar aankopen gebleven waren, was mij een raadsel want ze had slechts één zakje bij en een handtas. Het was haar beurt, alles werd één voor één uit het mandje geladen, ingescand. Een stickertje zat niet goed, moest worden platgedrukt,... Ik begon eraan te denken de legging gewoon aan de kassa te laten liggen. Een zakje? Alle artikels in de zak... bankkaart uitgehaald... even wachten... code intikken. Toen ze vertrok, kon ik niet nalaten haar te bedanken voor haar vriendelijkheid. Het was heel graag gedaan, zei ze. Ik betaalde supersnel mijn éne artikeltje en spurtte naar het werk waar ik net op tijd maar totaal buiten adem toekwam.
Ik wens alle mensen van goede wil een mooie kerst!
En de anderen... Mag ik het even niet zo erg vinden mochten ze vandaag, wanneer ze nog snel naar de winkel willen om dat doosje garnalen te kopen dat ze vergeten waren, in een ellenlange rij moeten aanschuiven aan de kassa, met vóór hen alleen maar mensen met bomvolle karren. En dan graag bovenop die kar telkens één zwarte legging, met sierknoopjes uiteraard....

Receptenmania

column
5,0 met 1 stemmen 298
Ik kijk heel weinig televisie, maar zelfs mij ontgaat het niet dat er zoveel kookprogramma's op de buis zijn. Op alle zenders, in alle talen moet er gekookt worden. Liefst in competitie: moge de beste kok winnen. Ik laat me daardoor geen complex aanpraten, maar toch word ik erdoor beïnvloed. Worst met spruitjes en patatjes... het is lekker, maar het Hof Van Cleve zou het niet op zijn menu zetten. Ach Peter, prijs u gelukkig dat ge mij niet moet jureren! Mijn huisgenoten zijn minder kieskeurig en let wel: het is best smakelijk wat ik hen serveer. Maar het is gewone kost, zoals mijn moeder die klaarmaakte.
Soms probeer ik wel eens een receptje. Daar heb ik er overigens genoeg van. Als ik wil kan ik voor de rest van mijn leven elke dag iets anders uit de pan of oven toveren. Dat komt omdat ik niet alleen enkele kookboeken heb, maar ook kaften vol met door de jaren heen verzamelde knipsels. Wanneer ik in een tijdschrift of een reclameblaadje een recept lees waardoor mijn smaakpapillen aan het dansen slaan, moet ik het toch bewaren? Je weet maar nooit dat het er eens van komt om het te proberen. Dan is er ook nog het internet. Soms laat ik het world wide web gewoon de inhoud van mijn koelkast kennen en onmiddellijk krijg ik een overvloed aan recepten. Spijtig genoeg zitten er altijd instinkertjes in. Likkebaardend ga ik het lijstje ingrediënten af. Ik heb alles in huis om het waterindemondopwekkend gerecht te bereiden, behalve één cruciaal ingrediënt. En dus wordt het weer: geef ons heden onze dagelijkse kost.
Het nagerecht waarvoor ik altijd wel de benodigde ingrediënten in huis heb, is chocolademousse. Mijn dochter is er verzot op. Toen ze de eerste keer zelf chocolademousse wou maken, had ze de keuze uit wel acht verschillende recepten uit moeders verzameling. Ze is ze nu één na één aan het proberen. Valt het tegen, dan zijn we onverbiddelijk en belandt het recept in de papiermand. Het ideale hebben we jammer genoeg nog niet gevonden. Nu ja, jammer... slecht is het natuurlijk nooit en het is een mooi excuus om vaak chocolademousse te kunnen eten. En het komt de werkgelegenheid bij Côte d'Or ten goede.
Dit weekend hadden we vrienden op bezoek. Voor de hoofdschotel zou ik hen confronteren met de uitvoering van een recept in Vera groot, maar als voorgerechtje had ik - mea culpa - iets uit de diepvries voorzien: bladerdeegmandjes met ham en kaas. De oven tien minuutjes voorverwarmen en dan hetgeen voor een mandje moest doorgaan vijfentwintig minuten bakken. Ondertussen acht bordjes klaargezet, elk voorzien van één groot blad eikenbladsla waarop het mandje mocht rusten en daarnaast een hoopje krulsla in stukjes geknipt. Ik zag in gedachten Peter Goossens een plukje sla vastpakken en betitelen als "konijnenvoer", zodat ik het garnituur nog snel besprenkelde met een in der haast geklutst vinaigretje....

Uitleg

beschouwing
5,0 met 2 stemmen 209
Wil je als dichter een beetje serieus genomen worden dan schrijf je geen sonnetten en zeker geen light verse, knutsel je geen gorgelrijmen in elkaar, vind je geen persiflage op de haiku uit (de "stanka"), doe je niet mee aan sms-poëziewedstrijden, ga je niet vreemd met luchtige columns en ga je (godbetert!) absoluut niet zingen.
Kan het nog erger? Ja hoor, je kunt bijvoorbeeld een gedicht uitleggen! Persoonlijk vind ik ook wel dat gedichten op zich geen uitleg nodig hebben. Maar wie heeft zich nooit afgevraagd bij het lezen van poëzie wat de schrijver nu precies bedoelt? Waar hij aan dacht toen hij het schreef? Wat hij voelde, wat hem dreef?
Mijn gedichten zijn over het algemeen zeer toegankelijk. Gemakkelijke kost dus? Ik hoop dat het voor de lezer méér dan hap-slik-weg is. Voor één gedicht wil ik daarom zelfs klaarheid scheppen waar twijfel zou kunnen zijn. Zodanig dat die hap misschien iets langer aan de kiezen blijft kleven en dat de smaak blijft hangen na het slikken.
Fractie...

Gerustgesteld

column
3,0 met 4 stemmen 347
Hij is aan het lezen geslagen! Niet dat ik vreesde dat ze hem in de materniteit met een andere baby verwisseld hadden, maar toch... Nu heb ik tenminste zekerheid. Het zorgde voor enige gemoedsrust dat hij reeds jarenlang strips las. Maar boeken, échte prentjesloze boeken kon ik hem niet verkopen: te dik, te saai, te onplezierig. Vorig jaar deed hij reeds een schijnbeweging in de goede richting toen we naar de première van de verfilming van "Blinker en de Blixvaten" gingen. De kinderen kregen een exemplaar van het boek en Marc de Bel signeerde. Thuisgekomen begon onze zoon er onmiddellijk in te bladeren en zowaar... te lezen. Hij las het in één ruk uit. Dat Marc de Bel nog veel andere, minstens even spannende boeken geschreven heeft, kon hem er niet toe brengen zijn huzarenstuk te herhalen. Ik berustte en zag de Jommekes, Suskes en Wiskes, Kiekeboes en FC De Kampioenen in drommen door onze huiskamer marcheren.
Tot we op reis gingen en zijn zus uit haar goed gevulde boekenkast voor hem een exemplaar van de schrijver Anthony Horowitz meenam, voor het geval het pakket strips ontoereikend zou blijken. Na twee dagen waren de strips inderdaad opgesoupeerd en begon broer met lange tanden aan een hem onsmakelijk uitziende maaltijd. Maar hij las... en las door. Toen hij 's ochtends wakker werd, nam hij het boek van het nachtkastje en lás. Wanneer we gingen ontbijten moest ik hem zowaar verplichten om te stoppen met lezen. 144 bladzijden verorberd, verslónden in twee dagen tijd. En dan het mij niet onbekend in de oren klinkende verwijt dat het verhaal gerust nog langer had mogen duren. Daarom houdt zijn zus van series, vele turven met dezelfde hoofdpersonages. Zij leest gewoon álles wat er van haar favoriete schrijvers te verkrijgen is.
We waren nog maar net terug van reis of onze zoon bracht zijn strips terug naar de bib. Tot mijn groot jolijt zat er bij het vers aangesleepte leesvoer opnieuw een boek, terug van Horowitz. Eens hij de smaak van boeken te pakken heeft, zullen er hopelijk nog andere auteurs volgen, dacht ik.
Ondertussen zit hij halverwege het zesde boek en het zevende ligt al binnen oogbereik in het leesmandje. Enthousiast vertelt hij me wat een spannende verhalen het zijn. Er gebeurt in elk boek wel een moord, mama. Maar het is niet echt héél erg hoor, voegt hij eraan toe ter geruststelling. Misschien zijn de slachtoffers slechts halfdood? Nog te reanimeren voor hergebruik in een volgend boek? Tja, dan valt het inderdaad nog mee....

Pijnlijke nek

column
1,7 met 3 stemmen 570
Ik heb een pijnlijke nek. Dat is - letterlijk - een oud zeer, ik sukkel er al jaren mee. Op vakantie had ik er weer meer last van en ik besloot gebruik te maken van de "wellnessfaciliteiten" die het hotel aanbood. Een rug-, nek- en schoudermassage zou mijn zeurende spieren wat opbeuren. Nadat de masseur zijn handen in mijn nek gelegd had, zei hij op zorgelijke toon iets in het Duits, waarvan ik vermoed dat het de ernst van de situatie onderstreepte. Tenzij het een per ongeluk luidop uitgesproken vaststelling was dat mijn nekhaar toch wel heel diep doorgroeit op mijn rug. Feit is dat de massage deugd deed.
Terug thuis besluit ik eindelijk stappen te ondernemen voor het definitieve wegwerken van het ongemak. Dus ga ik bij de huisarts. Ook die legt zijn handen in mijn nek en doet een niet mis te verstane uitspraak: kasseistenen. Hij wil me wel naar een kinesist sturen, maar dan moet ik ook aan mijn houding werken. Anders heeft een behandeling geen nut, zegt hij vermanend.
Met het voorschrift in de hand, kom ik in kinesistenland. Massage, ultrasone behandeling, wegwerken van verklevingen in de buik om de houding te verbeteren, oefeningen, alles wordt uit de kast gehaald. Als het maar helpt, denk ik.
De kinesiste gaat liggen op de behandeltafel om wat zij een zware oefening noemt voor te doen. Ze legt een dikke rol onder haar schouderbladen. Ruglig, de knieën geplooid, de armen in de nek en de ellebogen de tafel laten raken. Diep inademen en tijdens het uitademen de borstkas naar beneden drukken. Hoe moeilijk kan het zijn? Ik kruip na haar op de tafel. Onder mijn schouderbladen legt ze een handdoek die in een rolletje gedraaid is. Dat is gemakkelijker om mee te beginnen, zegt ze. Ik begrijp meteen waarom. Mijn hele rug doet pijn, mijn ellebogen zweven minstens vijftien centimeter boven de tafel. Het lukt me niet, hoe zeer ik het ook wil. Help! Als ik de oefening een aantal dagen om de twee uren herhaal, zal ik grote vorderingen maken, belooft ze....

Noten kraken

column
5,0 met 1 stemmen 711
Er is een klarinet aan huis gekomen. En die had mijn dochter bij zich. Een prachtig instrument is het: donker hout en glimmende metalen dingen erop waar Silke haar vingers op moet leggen. Het maakt mooie, diepe, warme geluiden, af en toe onderbroken door een knerpend gefluit. Maar dat is een kwestie van elkaar beter leren kennen. Broer brengt pas volgende week zijn nieuwe koperen huisgenoot mee. Om het pijnlijke ongeduld te milderen, speelt hij af en toe op de mondharmonica die ik deze zomer bij het leegmaken van een schuif gevonden heb. Het instrument dat ik zelf vanavond voor het eerst in lesverband ga bespelen heb ik al een leven lang: mijn stembanden.
Dit voorjaar was er een voorstelling van de verschillende instrumenten in de muziekschool waar mijn zoon het eerste jaar notenleer volgde. Zijn zus en ik gingen er naartoe. Wat jammer dat ik al te oud ben om nog met muziekschool te starten, zei ze na afloop. Te oud? Te oud, zoals in teveel jaren tellend? Voor een meisje dat nog veertien moest worden? Ututut, repliceerde ik, je kunt gerust nog starten als je wil. Ja maar, wierp ze op, ik ga voor school ook meer werk hebben, misschien lukt het niet. Ututut, herhaalde ik (want ik ben een fervent liefhebber van het utututten), je hoeft op het einde van het jaar niet op het ereschavotje geroepen te worden als primus van de klas. Net voldoende om het te begrijpen, om je instrument te kunnen bespelen en om over te kunnen gaan, is meer dan genoeg. Ik had voor mezelf beslist om in september te starten met notenleer en zang. Ik kan ervoor zorgen dat we voor notenleer samen in de klas zitten, voegde ik eraan toe. Als argument kan dat tellen! Welke puber wil niét samen met moeder in één klas zitten, in één bank zelfs als het kan!
Het was beslist. Ze moest enkel nog een instrument kiezen. Na enig twijfelen tussen saxofoon en klarinet, werd voor het laatste gekozen. En nu vormen ze een koppel. De liefde is nog pril. Af en toe is er een misverstandje, maar dat wordt met liefhebbende vingers en goed geplaatste lippen weer gladgestreken.
Ik ben benieuwd hoe het mij vanavond zal vergaan, in mijn eerste zangles. Wat de lessen notenleer betreft, hoop ik dat mijn slimme dochter tijdens het schriftelijk examen groot genoeg schrijft zodat ik op haar blad een fa van een la kan onderscheiden. Ik ben misschien zelf ook niet té oud om nog met muziekles te starten, maar mijn ogen zijn toch niet meer van de besten......

Postperikelen

column
5,0 met 1 stemmen 544
Ik heb een kwaaie bui. Zo'n donkere, waar luttele momenten geleden een reeks bliksems uit is geflitst, van het soort dat ik nooit wil horen uit de mond van mijn kinderen. De oorzaak van dat innerlijke onweer is de post. Als ze denken mijn humeur rooskleuriger te maken door nu in witte autootjes te rijden met een nieuw logo erop in plaats van in hun vroegere knalrode, zijn ze goed mis!
Al jarenlang zit er met enige regelmaat post in onze brievenbus die niet voor ons bedoeld is. Een andere geadresseerde, een andere straat, een ander nummer, één keer zelfs de optelsom van die drie varianten. In het begin bracht ik die te vondeling gelegde brieven zelf naar de bestemmeling, maar na verloop van tijd bracht ik ze naar het postkantoor. Zo ook het groot pak van Trois Suisses dat ik op een dag aan onze voordeur vond, te grabbel voor wie het maar wou. De straatnaam leek in de verste verte niet op die van ons, zelfs niet als je het in het Hottentots uitsprak. Op het postkantoor bekeek men mij argwanend, alsof ik slechts veinsde niet mevrouw De Witte te zijn of weigerde te bekennen dat ik in de Huppeldepupstraat woonde.
Geen wonder dat af en toe een verjaardagskaart of per post verstuurd cadeautje nooit bij mijn feestvarkens wordt afgeleverd. Niet iedereen doet immers de moeite voor koerierdienst te spelen. Oh, er zit een leuke boxershort met Happy Single erop in onze brievenbus! Okee, het adres klopt niet en de maat evenmin, maar uhm, is nonkel Sjarel niet jarig volgende maand? Zou die Extra Large groot genoeg zijn?
Maar deze keer zit er niets verkeerds in mijn bus. Integendeel, ze blijft leeg. Ik heb producten besteld bij Yves Rocher. Omdat ik niet altijd thuis ben, heb ik ervoor gekozen mijn pakje te laten afleveren bij mijn gepensioneerde overburen. In de bevestigingsmail stond dat het binnen drie werkdagen zou geleverd worden. De vierde dag was ik thuis en verwachtte ik elk moment mijn vriendelijke overbuurman te horen aanbellen. Wat niet gebeurde....

Brood en spelen

column
4,0 met 1 stemmen 449
Het toeval wil dat de beste vriendin van onze dochter samen met broer en ouders, die we ondertussen ook onze vrienden mogen noemen, in dezelfde streek op vakantie gingen als wijzelf. Dus spraken wij af elkaar ginder te ontmoeten. De jongelui wilden graag raften en de oudjes zouden mee inschepen. Op de bewuste dag hesen we ons in sexy wetsuits, trokken een reddingsvest aan en zetten een helm op. Alleen het plezier dat we hadden bij de hilarische aanblik van onze gezinsgenoten en vrienden was het geld al waard. Echt spannend kon je het gezellig dobberen van ons bootje op een kabbelende basso Adige niet noemen, maar leuk was het wel. Een medewerkster van het team stelde zich langs het parcours op strategische plekken op om foto's te nemen die laten vermoeden dat het er véél avontuurlijker aan toeging dan het geval was. Het staat natuurlijk goed op het dressoir, zo'n ingelijste foto van de moedige familie in een steigerende boot op wild deinende golven. En dan achteloos zeggen tegen degene die de foto bewonderend bekijkt dat het "eigenlijk" wel meeviel hoor.
Na het raften gingen we rondkuieren in een stadje dichtbij, ongeveer halverwege de vakantieplaats van onze vrienden en die van ons. Eerst even een hapje eten. We bekeken de kaart van een etablissement en stapten door naar de zaak ernaast om ook daar te kijken wat ze te bieden hadden van kleine restauratie. We kozen voor het eerste en keerden op onze stappen terug. We plaatsten onze bestelling en kregen te horen dat de dame wat belegde broodjes en croques betrof, ons enkel twee soorten kon aanbieden. Voor de rest was de kaart volledig uitverkocht. En dat om half één 's middags? Maar we konden wel in de zaak ernaast terecht, die was van hetzelfde huis. Daar hadden we veel meer keus, verzekerde ze ons. Dus verlieten we haar terras en togen naar dat ernaast. De jongen noteerde wenkbrauwfronsend onze bestelling. Ik grapte dat hij onmiddellijk terug zou komen uit de keuken om te melden dat de helft van onze bestelling niet leverbaar was. Mijn glazen bol was niet mee op reis en toch kwam de jongen, na overleg met een andere jongeman, even later melden dat er slechts drie soorten broodjes te verkrijgen waren. Tussen het lachen door kozen we elk één van de drie voorradige broodjes. Samen met onze drankjes kregen we de gemompelde mededeling dat er van één van de broodjes ook echt maar één meer was. Dus veranderde iemand voor de tweede maal zijn keuze. En toen... was het wachten geblazen...
Het ene van de niet uitgeputte broodjes was eigenlijk een toast met gesmolten kaas. De moeder van mijn dochters vriendin zei dat ze wellicht maar een kleine oven hadden en dat er maar één toast tegelijk in kon. Haha, zó klein dat elke toast er maar voor de helft in kan en dat ze halverwege de baktijd de toast eruit halen en hem er met de ongebakken kant terug inschuiven. We lachten... en wachtten. Ha, een toast! Begin maar al, wij wachten wel. Het begon ons te dagen: als deze zaak en die van ernaast van hetzelfde huis waren, deelden ze misschien dezelfde keuken. En als de broodjes hiernaast op waren, dan waren er hier evenmin. Die dame had gewoon geen zin in werken! Die dacht: dat die jongens van hiernaast maar opdraven. Ha, daar arriveerde nóg een toast, samen met het éne beschikbare Bauernbrot. De jongen verontschuldigde zich ervoor dat het afhandelen van de bestelling zo traag vorderde. Ze hadden namelijk maar een piepklein oventje in de keuken....

Wat een geluk

column
3,0 met 1 stemmen 139
We zouden een wandeling maken op grote hoogte. We konden met een bus de Stelviopas oprijden, ginder het wandelpad nemen naar de Furkelhütte en vandaar met de stoeltjeslift terugkeren naar het dal. Enig probleem: het weer. De gletsjer zat in de mist en de lucht was grijs met dreigende wolken. Volgens de hotelbaas zou het absoluut niet regenen. Toch stelden we onze hoogtestage liever een dagje uit en kozen voor een wandeling dichterbij, naar de Berglhütte. Die wandeling overbrugde op een relatief korte afstand een hoogteverschil van 600 meter. Ik had de hele tijd het gevoel dat ik aan het traplopen was. Na driekwart van de beklimming passeerde ons in tegenovergestelde richting een Engelse familie die ons de Apfelstrüdel (alweer...) aanraadde. Na 14.786 treden kwam de hut in zicht. Omdat ik zelf meer zin had in iets hartigs, bestelde ik een kom Gulaschsuppe, de rest van het gezin koos voor de Apfelstrüdel. De jongen noteerde de bestelling. Toen hij naar de keuken wilde vertrekken, viel het hem te binnen dat de Strüdel op was. Leuke Engelsen: de laatste porties verorberen en dan de wandelaars het water in de mond laten komen! Dan maar een Linzer Torte. We lieten het ons smaken en vroegen ons af hoe men toch al die spijzen en dranken naar de hut brengt. Ze ligt onbereikbaar voor een helikopter en er is geen kabellift te bespeuren. Hoe men het doet wanneer er veel proviand moet worden ingeslagen, weten we niet, maar we hoorden van andere hotelgasten dat de zoon voor de kleinere boodschappen "gewoon" even naar het dal loopt. U wenst Kaiserschmarren, mevrouw? Geen probleem! Het poedersuiker is wel op, dus als u enkele uurtjes geduld hebt, ga ik die snél even halen. Nog een thermosje koffie ondertussen?
Toen we uit de hut kwamen, zagen we nog wel een hand, maar lang geen dal meer voor ogen. Hoho, wat een mist! Plezant, geheimzinnig, spookachtig, dat hadden we nog niet eerder meegemaakt. We volgden, nog net niet op de tast, het pad naar beneden. Toen we onder de mist kwamen, voelden we echter - letterlijk - nattigheid. De lieflijke dropjes werden dikke druppels en uiteindelijk werd het een Plensbui met hoofdletter, die met korte tussenpozen twee uur aanhield. Al snel waren we een lopende voorstelling van de nieuwste zegswijze "nat tot op het gat". Tot overmaat van ramp begon het te onweren. De bliksem flitste rond onze oren, op luttele seconden gevolgd door de donder. Doodsbang raceten we door het naaldbos, waarbij we bij elke looppas het water tussen onze tenen voelden naar boven stromen in onze bergschoenen.
Kleddernat kwamen we toe in het hotel. De receptioniste wees ons het Trockenraum aan, waar in de winter de skikledij en -schoenen gedroogd worden en waar wij onze natte kleren van het lijf stroopten. In minimale kledij, om geen aanstoot te geven, ging mijn echtgenoot onze badjassen halen. Rillend van de kou kropen we in de sauna en daarna onder het donsdeken. Omdat het Trockenraum 's avonds voortekenen van vijvervorming vertoonde, bood de hotelbaas (die gezien zijn leeftijd gelukkig nooit de job van weerman zal ambiëren) aan om onze kleren in de droogkast te stoppen. Onze schoenen, die we bij aankomst in het hotel hadden leeggegoten in de bloembakken, werden gevuld met oude kranten en in het chauffagehok geplaatst, dicht bij de ketel. Wat een geluk dat we die ochtend besloten hadden niet naar de Stelvio te gaan, we waren de dans toch maar mooi ontsprongen!
http://www.bloggen.be/veradebrauwer/...

Smulpapen

column
5,0 met 1 stemmen 221
Ik heb een gezin van smulpapen. En ik ben de smulsmurf. Gelukkig heeft niemand van ons aanleg om te verzwaren, anders rolden wij 's ochtends de deur uit. Soms denk ik dat ik Watetenwevanavond heet, gezien dit het eerste is dat ik te horen krijg wanneer de kinderen van school komen.
Maar zelfs voor ons is teveel teveel, dat hebben we tijdens deze reis herontdekt. Bij het uitkiezen van een hotel zijn de beoordelingen van de maaltijden door vroegere gasten van doorslaggevend belang. Als er gesproken wordt over een karig ontbijt of als door een dame, die wij ervan verdenken aan het lijnen te zijn, wordt geopperd dat het avondmaal "bescheiden maar zeer smaakvol " is, dan haken wij af. Op reis wensen wij aan te zitten aan een Bourgondische feestdis, rijkelijk voorzien van voorafjes en nadientjes. Dat was net wat vroegere gasten van Hotel Madatsch ons beloofden.
De eerste dag kwamen we vier uur later toe dan voorzien. De Duitsers wachten namelijk ieder jaar met het plannen van hun wegenwerken tot wij onze reis geboekt hebben. Daarna is het als bij toeval steevast óns traject dat moet vernieuwd worden. Blijkbaar hadden we via Zwitserland moeten rijden, dan was de file-ellende ons bespaard gebleven. We geraakten echter veilig en wel, zij het verlaat, met de stijve beentjes onder onze mooi gedekte tafel. Een zesgangendiner bij kaarslicht? Na veertien uur en een half in een auto zegden wij niet neen. Ook niet tegen het ontbijtbuffet de volgende ochtend. Uit alle verse broodjes koos ik er één uit waarvan de smaak me verraste door een héél lichte anijstoets. Ik ben niet zo gek op anijs, maar ik heb wel elke dag zo'n aparte "Vinschgauer" gegeten (genoemd naar de streek in Zuid-Tirol waar wij verbleven). Drie keer per week organiseerde de hotelbaas een kleine receptie met aperitief en hapjes, tijdens dewelke we konden kennismaken met de andere gasten, en waarna het gebruikelijke vijf- of zesgangendiner volgde.
Na enkele dagen overvloed lieten onze magen weten dat het ook wel iets minder mocht zijn. Dus werd er al eens een portie soep geweigerd of vroegen we tot geamuseerde verbazing van de kelner slechts twee voorgerechten en twee lege borden om daarop de helft van de reuzenportie over te scheppen. Op een dag gebeurde het onvoorstelbare: ik vroeg om mij geen dessert te brengen. Wirklich nicht? No thanks, these portions are too big. I really had enough. Dat de kelner even later toch met vier mooi gedresseerde borden uit de keuken kwam, had niets te maken met een eventueel minder goede kennis van het Engels. Hij zette één bord neer voor de dochter, één voor de echtgenoot, één voor de zoon... Daarna plaatste hij het laatste bord op zijn linkerhandpalm, op mijn ooghoogte... en draaide het met rechterduim en- wijsvinger langzaam rond. Und? Was sagen Sie jetzt? fleemde hij glimlachend. Ach, kom hier met dat bord, zuchtte ik, ten teken van overgave. En zie: hij verstond zomaar Nederlands!...

Weer thuis

column
4,0 met 1 stemmen 474
We hebben de bergen de bergen gelaten en zijn weer thuis. Eén berg is ons gevolgd: de vuile was. Nu ik het propere sokken- en slipjesbestand weer tot normale proporties heb kunnen doen stijgen (om van de quasi volledige iets-meer-stof-bevattende zomercollectie te zwijgen), ga ik enige anekdotes voor de vergetelheid behoeden. Je maakt wat mee wanneer je op reis bent. Twee weken uit huis bezorgen je een schat aan inspiratie. Eerst moeten die hersencellen natuurlijk terug wennen aan het Nederlands. De eerste dagen thuis had ik de neiging om "Entschuldigung" te zeggen waar een "sorry" op zijn plaats was.
Ik ken zeer weinig Duits, dus moet ik me uit de slag trekken met Frans, Engels en bestoft Spaans. Vervelend vind ik dat! Wil je de kelner vragen om de chef een compliment door te geven voor het superieure dessert, dan sta je daar met je mond vol tanden waar de restanten Halbgefrorene Amarettomousse mit Schokolade Blitze und marinierte Erdbeeren nog aan kleven. Hoewel we volgens de landkaart in Italië verbleven, konden we op elke hoek Apfelstrüdel mit Vanillesauce krijgen, maar toen mijn dochter verlekkerd naar Tiramisu op zoek ging, vond ze het niet op de menukaarten. De streek heet niet voor niets Zuid-Tirol. Alle plaatsnamen staan er eerst in het Duits en dan in het Italiaans. In elke winkel, hotel of restaurant word je in het Duits bediend door personeel in typisch Tiroolse klederdacht.
Toen we met de auto de 48 haarspeldbochten van de Stelviopas namen (de genummerde borden wellicht gesponsord door Touristil) en boven in een Zuid-Tiroolse versie van Blankenberge terechtkwamen, spraken de verkopers in de souvenirwinkeltjes echter Italiaans! Zo ook de kelner in de bar van het 3.170 meter hoog gelegen Hotel Livrio, dat ongetwijfeld genomineerd werd voor de prijs van Lelijkste Hotel ter Wereld en enkel te bereiken is via een peperdure kabellift. Heisse Schokolade mit Sahne? Daarvoor moest hij een collega halen die Duits verstond. Een perfect tweetalige dame legde mij uit dat het personeel boven aan de Stelvio Italiaans spreekt, omdat het afkomstig is uit Bormio, het eerste dorp aan de andere kant van de bergpas... die in Zwitserland ligt. Ik verpinkte niet eens. Ik kom uit België, wanneer het talen betreft, schrik ik nergens meer van.
http://www.bloggen.be/veradebrauwer/...

Moe

column
5,0 met 1 stemmen 370
Wat heb ik een mottige nacht achter de rug. Ik ben doodop. Gisterenavond ben ik pas na het registreren van het hele schapenbestand van Schotland in slaap gevallen. Ontelbare keren wakker geworden, onder andere van gesnurk aan gene zijde en van pijn in de knieën aan deze zijde (ik heb dat de laatste tijd vaker, misschien zijn het krimppijnen). Uiteindelijk het Grote Ontwaken, terwijl het nog pikdonker was. Zo pikdonker als slaand op het betreffende lichaamsdeel van een Afrikaan van tegen de evenaar. En dan wachten op het Licht en op de wekkerradio.
Om, wanneer die laatste dan uiteindelijk begint te spelen en via gene zijde direct het zwijgen wordt opgelegd, te denken dat ik de paar maten popmuziek enkel gedroomd heb. Nee hoor, het is dag! Een klets water in het gezicht, een paar koppen koffie en een paar boterhammetjes moeten me opkikkeren. Het gisterenavond uit de diepvriezer gehaalde half brood blijkt rozijnenbrood te zijn. Donderdag wordt plots een beetje zondag. De eerste, wat droge snee wordt gepromoveerd tot toast. Lekker, met goede boter, of boerenboter zoals wij thuis zegden. De broodrooster vindt echter dat het nog lang geen zondag is en spuwt een halfverbrande toast uit, die ik koppig toch naar binnen speel, na het afbreken van de zwartste stukken. 's Mans brooddoos wordt liefdevol gevuld en uitgewuifd. Straks ga ik boodschappen doen. De tassen hangen al klaar... onder mijn ogen....

Op kamp

column
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 177
Hij is op kamp vertrokken. Alleen. Met een klasgenootje, met honderden andere kampgangers, zonder ons. Zijn zus gaat al jaren op kamp. Die laat ons nog voor de jaarwisseling al weten dat ze de volgende zomer weer op kamp gaat, samen met haar vriendin. Voor het geval we zouden durven twijfelen.
Hij niet. Toen ik begin dit jaar polste of hij dan nooit zin had een weekje te gaan ravotten met leeftijdsgenootjes, besliste hij plots het ook eens te proberen. Over hoeveel nachten spraken we? Zeven. Ik zag hem de zeven nachten ver van huis afwegen tegenover het eventuele meerplezier. Het risico leek draaglijk... als er iemand uit zijn klas meeging. Ik vroeg wiens ouders ik moest opbellen. De moeder die ik aan de lijn had, was onmiddellijk enthousiast, net als de zoon.
En dus staan we hen op de eerste dag van de grote vakantie samen uit te zwaaien. Een half uur lang, omwille van de schijnbewegingen die de bus maakt. Twee moeders, twee zonen. Twee slaapzakken, twee bomvolle tassen met ondergoed, T-shirts, shorts, zonnemelk factor 50 omdat 100 niet bestaat, en alles wat nodig is om een week te overleven vanonder moeders vleugels.
Thuisgekomen zoek ik een kaartje. De dochter is het gewoon maffe post te krijgen van het thuisfront. Hij niet. Twee schaatsende ijsberen onder een lucht vol sneeuw? Ideaal. Op de sjaals van de beren schrijf ik respectievelijk zijn naam en die van het klasgenootje. Kaartje geschreven, adres op de envelop, postzegel erop, klaar op de keukentafel. Daarna leg ik de computer aan. Ah, een mailtje van de muziekleraar. Dat onze zoon in september voor de start van zijn trompetlessen misschien een gloednieuw instrument mag gebruiken want de school gaat er een extra aankopen. Ondanks het half uur uitzwaaien en het schrijven van een kaartje roep ik luidkeels YENTE! om hem het goede nieuws te melden....

Pierre Perfect

column
5,0 met 1 stemmen 147
Ik heb me nog eens lekker ouderwets geërgerd. Het onderwerp van mijn ergernis was één van de bedrijfsleiders die in het televisieprogramma 'Mijn restaurant' de verschillende restaurants ging keuren. Toen hij achteraf zijn mening mocht ventileren sprak hij de bescheiden woorden: "Zoals ik in mijn bedrijf ook altijd zeg: silver is for losers". Mijn door-kleurshampoo-verdoezeld-grijze haren rezen te berge. Het zelfverklaard genie bloosde er niet eens bij, keek onverstoord in de lens.
Zou zo iemand ooit een vrouw in zijn van alle luxe voorziene glimmende paleis durven binnenlaten? Stel je voor dat een nietsvermoedende dame voor deze man in zijn hypermoderne keuken de meest exquise maaltijd moet bereiden. Zou het kunnen dat hij de goedheid heeft haar ongetwijfeld totale miskleun te vergeven? In de veronderstelling natuurlijk dat ze het perfecte lichaam heeft, alles in goddelijke proporties op de juiste hoogte. Haar jarenlange (maar ook weer niet té lange) succesvolle carrière als gerespecteerde zakenvrouw niet te vergeten.
Stel je het onvoorstelbare voor... dat hij haar meetroont naar bed. Het bed met de zijden lakens, de hoofdkussens gevuld met dons van de uiterst zeldzame Arrogantis-eend. Dat zij hem het verrukkelijkste, meest fantastische orgasme bezorgt dat ooit een man op aard heeft mogen beleven. Dat hij haar de gunst verleent zijn ultrahoogbegaafde kinderen te dragen. Kinderen die geen beugel of bril nodig hebben, die uitblinken in alles wat ze ondernemen: goud in atletiek, prima ballerina, zwarte gordel, virtuoos, noem maar op.
Nee. Het kan onmogelijk aangenaam leven zijn onder het dak van deze man, noch prettig werken in de firma waar Pierre Perfect de gouden plak zwaait. Laat ons hopen dat het een vrijgezel is die een éénmanszaak runt......

Mindfulness

verhaal
3,3 met 3 stemmen 379
Mindfulness. Zegt het u iets? Ik las er artikels over en dacht dat het wel iets voor mij kon zijn. Dus schreef ik me in voor een cursus. Gedurende acht weken komt een groepje stresskippen één maal per week bij elkaar, onder leiding van de Grote Afkickkip en de andere dagen maken ze een uurtje per dag vrij om te oefenen. Oefenen? Inderdaad, we krijgen huiswerk: we moeten leren leven in het hier en nu, we moeten “zijn”. Ik vind dat geen onzin, anders had ik me niet ingeschreven. Ik vind het eigenlijk zo waar, zo simpel, dat ik het gevoel heb dat ik zelf de grondlegger ben van die theorie. Maar de praktijk lijkt een ander paar mouwen.
Telkens ik dergelijk artikel of een boek over dit thema las, zat ik te knikken: ja, hoor, this is it baby, this is THE way of living. Van zodra het boek uit was, werden echter ook de prachtige inzichten terzijde gelegd. Vandaar dat ik op cursus ben gegaan. Ik heb op het intakeformulier plechtig aangekruist dat ik elke dag van de acht weken zal oefenen (anders mocht ik niet deelnemen). Volgende zaterdag wil ik natuurlijk niet als een gieter afgaan als de Grote Afkickkip op haar rustige en begripvolle manier aan ons allen vraagt of we flink gemediteerd hebben.
Zondag is het niet gelukt. Megadrukke dag, feestje elders, bezoek thuis, de was en de plas en doodop in bed, met iets van een beginnend schuldgevoel. Maar, zoals ik zaterdag gehoord had: elke dag, elk momént is een nieuwe mogelijkheid, je kan steeds herbeginnen, vriendelijk tegenover jezelf. Dus stelde ik vriendelijk mijn hoop op de volgende dag.
Maandag. Half tien 's avonds. Een ineengezakte pudding beslist dat uitstel uit den boze is. Er wordt puddingsgewijs gemediteerd, basta. Onze CD/DVD-speler werd onlangs vervangen door een Blue-ray versie, dus moet het schijfje in een ander laatje dan hetgeen waar ik het laatste decennium een vertrouwensrelatie mee had opgebouwd. De natuur heeft mij stiefmoederlijk bejegend, ik ben geen nerd en heb jammer genoeg niet het excuus een beauty te zijn. Wat ik ook probeer, ik krijg het ding niet aan de praat, ondanks het gegoochel met drie afstandsbedieningen. Hop, daar schiet de televisie ongevraagd aan (ik zwéér dat hij uitstond!) en op het TV-scherm duikt een lijstje op: Track 1 – Track 2 – Track 3. Ik kies voor track 3, de bodyscan, het langste nummer: 42 minuten zaligheid waarmee ik mijn schuld van gisteren probeer in te lossen....

A small stone for a man, a giant rock for a kidney

verhaal
2,2 met 6 stemmen 460
Ziezo, ik ben gescand, mijn streepjescode werd vanochtend ingelezen in de kliniek van Ronse. Het vermoeden bestaat (ik voél het) dat ik weer met nierstenen zit. Dat is een oud zeer. Ik werd geboren met een afwijking die gelukkig voor mij pas werd vastgesteld toen ik al uit garantie was. Terugdragen naar de ooievaar was er voor mijn ouders niet meer bij. Jammer genoeg waren er tegen dan ook geen wisselstukken meer op de markt voor dit verouderd model en dus werd het opereren en behelpen.
Als kleuter had ik regelmatig “buikpijn” (kan ik me niet herinneren, maar het verhaal doet de ronde) en dus ging moeder met mij bij de huisarts. Die stelde vast via een wichelroede dat ik een zwak levertje had en dat men er moest op letten dat ik niet teveel chocolade, eieren, frietjes, mayonaise, kortom al wat lekker is, at. Dus lette ik mijn hele jonge leven op, maar af en toe (gemiddeld zo'n drie keer per jaar) verging ik toch van de pijn in mijn rechterzij. De pijn kwam vooral 's nachts op en altijd was er wel een oorzaak te vinden: ik had het aangedurfd twéé eieren te eten, ik had een te grote portie frieten verorberd, ik had een gans chocolade paasei naar binnen gespeeld enz. Maar soms, heel soms had ik de buikpijngoden niet getart en werd ik toch gestraft. Zo lag ik een nacht krom van de pijn omdat ik een half brikpak Minute Maid had leeggedronken (ik kijk nog steeds argwanend naar het schap waar de dozen Minute Maid staan in de supermarkt en ik koop met een veel geruster gemoed Appelsientje). Tijdens het afzwaaifeestje van mijn neef had ik blijkbaar teveel verschillende drankjes soldaat gemaakt, met een slapeloze nacht als gevolg. En na een avondje uit in Het Wit Paard in Blankenberge, waar je in plaats van entree te betalen een reuzegrote consumptie kocht ("voor mij een litertje limonade alstublieft"), deed ik ook geen oog dicht. Jongens, wat een lever had ik toch, een kurkdroge, zo één die tegen geen vet en tegen geen nattigheid kon!
Toen ik vierentwintig was, vertrouwde een collega mij toe dat zij óók een “zwak levertje” had, overgehouden aan het bezoek van nonkel geelzucht. “En dus,” raadde zij me aan, “moet je véél drinken als je nog eens een crisis hebt, om je lever te zuiveren.” Tijdens een weekendje Valkenburg had ik het weer. "Zou mijn lever geen Hollandse maaltijd verdragen?" vroeg ik me af. Ik dronk er lustig op los, een beekje water kabbelde naar mijn nieren. En de pijn? Werd almaar erger én erger... Bij thuiskomst naar mijn eigen huisdokter gestapt die wat beter bij de pinken was en de tarotkaarten in zijn schuif liet liggen voor tijdens het weekend. Hij stuurde me door voor verder onderzoek en toen werd vastgesteld dat er niets mis was met mijn lever, maar dat ik wel een afwijking had aan de rechternier: een congenitale pyelo-ureterale junctiestenose (dat staat heel chic op mijn visitekaartje), oftewel een aangeboren vernauwing tussen de nier en de urinebuis. Dat beekje water kon met andere woorden niet tijdig afgevoerd worden en een ballon kun je ook niet blijven opblazen zonder desastreuze gevolgen. Er werd dus een flinke rits gestoken in mijn rechterzij, maar ik kon tijdens mijn herstel wel naar hartenlust chocoladerepen smikkelen.
Alles bleek in orde, tot ik zwanger werd en de niercrisissen terugkwamen. Het begon met een licht, zeurend gevoel dat ik – heel verontrust - aan de gynaecoloog meldde. Die wou me eerst niet geloven: “Ge zijt geopereerd aan uw nier en alles is hersteld.” Alsof IK niet wist wat pijn aan mijn nier was! ...